Kabeldoorsnede per automaat: Welke kabel bij welke zekering?
Overzicht van de juiste kabeldoorsneden per automatische zekering volgens AREI Art. 4.4.1.5 en 5.2.1.2 in België.
Kabeldoorsnede per automaat
De zekering beschermt de kabel, niet het toestel. Als een te dunne kabel op een te grote automaat wordt aangesloten, kan de kabel oververhitten en brand veroorzaken. De juiste afstemming van kabeldoorsnede en nominale stroom van de automaat is veiligheidskritisch en verplicht volgens het AREI.
Overzichtstabel
| Automaat | Minimum kabeldoorsnede | Typische toepassing |
|---|---|---|
| 10 A | 1,5 mm² | Verlichting |
| 16 A | 1,5 mm² (AREI-minimum volgens Art. 4.4.1.5 Tabel 4.11); voor stopcontactkringen echter 2,5 mm² (Art. 5.2.1.2) | Stopcontacten |
| 20 A | 2,5 mm² (AREI-conform, ongeacht de kabellengte qua stroombelastbaarheid); bij een lang kabeltraject kan de spanningsval een verhoging naar 4 mm² vereisen | Vaatwasser, wasmachine |
| 32 A | 6 mm² | Kookplaat, doorstroomverwarmer |
| 40 A | 10 mm² | Hoofdschakelaar, voedingskabel |
Belangrijk: 2,5 mm² is voor 20 A in principe toegelaten, ongeacht de lengte (qua stroombelastbaarheid). De 15 m-grens betreft de spanningsval: bij langere trajecten kan 4 mm² nodig zijn om de spanningsval onder 3 % te houden.
AREI-basis
| AREI Artikel | Regel |
|---|---|
| Art. 4.4.1.5 | Tabel 4.11: Maximale nominale stroomsterkte van de leidingsbeveiliging per geleidersdoorsnede (kabel/automaat-afstemming) |
| Art. 5.2.1.2 | Keuze van elektrische leidingen: minimumdoorsnede 2,5 mm², uitzondering 1,5 mm² voor kringen zonder stopcontacten |
| Art. 5.2.5 | Spanningsverandering (spanningsval) in leidingen moet beperkt worden tot de in de regels van het vak beschreven waarden |
| Art. 5.2.7 | Brandbeveiliging: kabels in bundels minstens klasse Cca (CPR-brandklasse) |
Waarom is dit belangrijk?
Een kabel met een te kleine doorsnede wordt bij hoge belasting warm. Als de automaat te groot gedimensioneerd is, schakelt hij niet tijdig uit — de kabel oververhit en er ontstaat brandgevaar. Daarom geldt altijd: De automaat moet kleiner of gelijk zijn aan de stroombelastbaarheid van de kabel.
Spanningsval in rekening brengen
Bij lange kabeltrajecten (bv. van de verdeler in de kelder naar de garage) kan de spanningsval te groot worden. Het AREI verwijst in Art. 5.2.5 naar de "regels van het vak", die maximaal 3 % spanningsval voor verlichtingskringen en 5 % voor andere kringen voorschrijven. In zulke gevallen moet een grotere doorsnede worden gekozen dan de minimumtabel voorschrijft.
Vuistregel: Per 10 m kabellengte en 16 A stijgt de spanningsval bij 2,5 mm² met ca. 1,1 %. Bij 30 m is dat al 3,3 % — dan is 4 mm² de betere keuze.
Veelgemaakte fout bij de keuring
Een van de meest voorkomende gebreken bij de elektrokeuring: automaat te groot voor de geïnstalleerde kabeldoorsnede. Vooral bij oudere installaties met 1,5 mm² leidingen die achteraf met 20 A-automaten werden beveiligd.
Gerelateerde artikelen
Bereken kabeldoorsneden automatisch met PlanElec — conform het AREI.