FAQ

Kabeldoorsnede per automaat: Welke kabel bij welke zekering?

Overzicht van de juiste kabeldoorsneden per automatische zekering volgens AREI Art. 4.4.1.5 en 5.2.1.2 in België.

Gepubliceerd op 18 maart 2026 4 min min leestijd

Kabeldoorsnede per automaat

De zekering beschermt de kabel, niet het toestel. Als een te dunne kabel op een te grote automaat wordt aangesloten, kan de kabel oververhitten en brand veroorzaken. De juiste afstemming van kabeldoorsnede en nominale stroom van de automaat is veiligheidskritisch en verplicht volgens het AREI.

Overzichtstabel

AutomaatMinimum kabeldoorsnedeTypische toepassing
10 A1,5 mm²Verlichting
16 A1,5 mm² (AREI-minimum volgens Art. 4.4.1.5 Tabel 4.11); voor stopcontactkringen echter 2,5 mm² (Art. 5.2.1.2)Stopcontacten
20 A2,5 mm² (AREI-conform, ongeacht de kabellengte qua stroombelastbaarheid); bij een lang kabeltraject kan de spanningsval een verhoging naar 4 mm² vereisenVaatwasser, wasmachine
32 A6 mm²Kookplaat, doorstroomverwarmer
40 A10 mm²Hoofdschakelaar, voedingskabel

Belangrijk: 2,5 mm² is voor 20 A in principe toegelaten, ongeacht de lengte (qua stroombelastbaarheid). De 15 m-grens betreft de spanningsval: bij langere trajecten kan 4 mm² nodig zijn om de spanningsval onder 3 % te houden.

AREI-basis

AREI ArtikelRegel
Art. 4.4.1.5Tabel 4.11: Maximale nominale stroomsterkte van de leidingsbeveiliging per geleidersdoorsnede (kabel/automaat-afstemming)
Art. 5.2.1.2Keuze van elektrische leidingen: minimumdoorsnede 2,5 mm², uitzondering 1,5 mm² voor kringen zonder stopcontacten
Art. 5.2.5Spanningsverandering (spanningsval) in leidingen moet beperkt worden tot de in de regels van het vak beschreven waarden
Art. 5.2.7Brandbeveiliging: kabels in bundels minstens klasse Cca (CPR-brandklasse)

Waarom is dit belangrijk?

Een kabel met een te kleine doorsnede wordt bij hoge belasting warm. Als de automaat te groot gedimensioneerd is, schakelt hij niet tijdig uit — de kabel oververhit en er ontstaat brandgevaar. Daarom geldt altijd: De automaat moet kleiner of gelijk zijn aan de stroombelastbaarheid van de kabel.

Spanningsval in rekening brengen

Bij lange kabeltrajecten (bv. van de verdeler in de kelder naar de garage) kan de spanningsval te groot worden. Het AREI verwijst in Art. 5.2.5 naar de "regels van het vak", die maximaal 3 % spanningsval voor verlichtingskringen en 5 % voor andere kringen voorschrijven. In zulke gevallen moet een grotere doorsnede worden gekozen dan de minimumtabel voorschrijft.

Vuistregel: Per 10 m kabellengte en 16 A stijgt de spanningsval bij 2,5 mm² met ca. 1,1 %. Bij 30 m is dat al 3,3 % — dan is 4 mm² de betere keuze.

Veelgemaakte fout bij de keuring

Een van de meest voorkomende gebreken bij de elektrokeuring: automaat te groot voor de geïnstalleerde kabeldoorsnede. Vooral bij oudere installaties met 1,5 mm² leidingen die achteraf met 20 A-automaten werden beveiligd.

Gerelateerde artikelen

Bereken kabeldoorsneden automatisch met PlanElec — conform het AREI.