Regelwerk · Deel 6

AREI Boek 1 · Deel 6

Controles van installaties

Versie 07 · K.B. 13.08.2026 · van toepassing vanaf 01/11/2026 · Officiële brontaal: Nederlands · Officiële PDF-bron openen

6.1Inleiding

Dit deel betreft de controles volgens de voorschriften van dit Boek, de op te stellen verslagen bij deze controles, evenals de voorwaarden waaraan de erkende organismen moeten voldoen.

6.2Toepassingsgebied

De controles hebben betrekking op elektrische installaties op lage of zeer lage wissel-of gelijkspanning met inbegrip van de hoogspaningstoestellen die door een laagspanningsnet gevoed worden en waarvan het vermogen van het hoogspanningsgedeelte 500 VA niet overtreft. Voor de ontladingslampen van lichtgevende uithangborden echter wordt de limiet van 500 VA verlaagd tot 200 VA.

6.3Erkende organismen

6.3.1Voorwerp van de erkenning

Organismen worden erkend door de Minister die Energie onder zijn bevoegdheid heeft, voor het uitvoeren:

  • van de gelijkvormigheidscontroles vóór de ingebruikname en van de controlebezoeken van de elektrische installaties zoals voorzien in hoofdstukken 6.4. en 6.5. ;

  • van de controles van de elektrische installaties zoals voorzien in hoofdstuk V van boek III, titel 2 van de Codex over het welzijn op het werk betreffende de elektrische installaties op arbeidsplaatsen,

  • en dit overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk.

6.3.2Definities

Technisch verantwoordelijke : een binnen het erkend organisme aangeduid persoon die belast is met de technische leiding van het erkend organisme;

Habilitatieverklaring: schriftelijke verklaring van het erkend organisme waarbij het de geschiktheid van een agent-bezoeker erkent om in één of meerdere gespecificeerde activiteitsdomeinen autonoom gelijkvormigheidscontroles vóór de ingebruikname en/of controlebezoeken uit te voeren;

Minister: de Minister die Energie onder zijn bevoegdheid heeft;

Bestuur: de Algemene Directie Energie van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie;

Commissie: de Commissie van Advies en Toezicht voorzien in afdeling 6.3.8. ;

Toezichthoudende overheden: de overheden bedoeld in punt a. van afdeling 6.3.9 .

6.3.3Erkenningsvoorwaarden

6.3.3.1Algemene voorwaarden

  1. a.

    Het erkend organisme moet:

    • rechtspersoonlijkheid hebben onder de vorm van een vereniging zonder winstoogmerk of een gelijkwaardige rechtsvorm volgens het recht van de lidstaat van vestiging binnen de Europese Economische ruimte;

    • geaccrediteerd zijn overeenkomstig de criteria van de norm NBN EN ISO/IEC 17020 door het Belgisch accreditatiesysteem bedoeld in het Wetboek van economisch recht, Boek VIII, Titel 2. Accreditatie van instellingen voor de conformiteitsbeoordeling of door een gelijkwaardig accreditatieorganisme binnen de Europese Economisch Ruimte. Deze accreditatie beoogt de kennis van de Belgische reglementering van toepassing op elektrische installaties vast te stellen;

    • beantwoorden als keuringsinstelling van type A aan de eisen er op van toepassing volgens de norm NBN EN ISO/IEC 17020.

  2. b.

    De technisch verantwoordelijke:

    • is houder hetzij van een diploma van burgerlijk of industrieel ingenieur hetzij van een diploma van master in de ingenieurswetenschappen of master in de industriële wetenschappen uitgereikt door een Belgische inrichting van hoger onderwijs of houder van een buitenlands diploma dat erkend werd als gelijkwaardig overeenkomstig de ter zake van toepassing zijnde reglementering;

    • beschikt over een aangepaste wetenschappelijke en beroepservaring om het erkend organisme met de nodige deskundigheid te kunnen leiden.

  3. c.

    De technisch verantwoordelijke en de agenten-bezoekers moeten met het erkend organisme verbonden zijn door middel van een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur.

6.3.3.2Bijzonder geval

  1. a)

    De controlediensten geïntegreerd in een overheidsdienst of in een rechtspersoon van publiek recht, die niet zijn opgericht onder de vorm van een vereniging zonder winstoogmerk, moeten aan de erkenningsvoorwaarden van punten a., tweede streepje en b. tot c. van onderafdeling 6.3.3.1. voldoen.

  2. b)

    Voor controlediensten geïntegreerd in een overheidsdienst is de erkenningsvoorwaarde van punt c. van onderafdeling 6.3.3.1 . niet van toepassing.

6.3.4Erkenningsprocedure

  • ## a) De aanvraag tot erkenning wordt gericht aan het Bestuur per aangetekend schrijven. Zij heeft betrekking op één of meer van de hiernavolgende activiteitsdomeinen:

    • huishoudelijke installaties op lage en zeer lage spanning bedoeld in het Boek 1;

  • installaties in zones met ontploffingsgevaar bedoeld in de Boeken 1, 2 en 3;

  • installaties op laagspanning en zeer lage spanning niet omschreven in de voormelde domeinen bedoeld in de Boeken 1 en 3;

  • hoogspanningsinstallaties (uitgezonderd hoogspanningsluchtlijnen) bedoeld in de Boeken 2 en 3;

  • hoogspanningsluchtlijnen (uitgezonderd de controle door thermografie bedoeld in het Boek 3) bedoeld in het Boek 3;

  • controle door thermografie van hoogspanningsluchtlijnen bedoeld in het Boek 3

    1. b)

      Bij de aanvraag worden de volgende documenten gevoegd: 1. het afschrift van het diploma van de technisch verantwoordelijke;

      1. 2.

        het curriculum vitae van de technisch verantwoordelijke;

      2. 3.

        het afschrift van de statuten van het organisme;

      3. 4.

        het afschrift van het accreditatiecertificaat en het bijhorende accreditatiedomein;

      4. 5.

        een verklaring dat de burgerlijke aansprakelijkheid van het organisme zal worden gedekt door een verzekeringscontract. Na het verkrijgen van de erkenning, en vóór aanvang van de controlewerkzaamheden, dient het bewijs van deze dekking aan het bestuur te worden voorgelegd;

      5. 6.

        de lijst van agenten-bezoekers met aanduiding van hun activiteitsdomeinen vermeld in punt a.

    2. c)

      Om te oordelen of het organisme over de nodige bekwaamheid beschikt voor het uitvoeren van de controles, kan het bestuur audits laten uitvoeren door zijn deskundigen.

    3. d)

      De erkenningsaanvraag wordt onderzocht door het bestuur dat binnen zestig dagen een advies uitbrengt:

      • in geval van gunstig advies wordt de aanvrager hierover ingelicht en het dossier wordt aan de Commissie overgemaakt;

      • in geval van ongunstig advies wordt de aanvrager hiervan bij gemotiveerd en aangetekend schrijven in kennis gesteld; hij beschikt over een termijn van dertig dagen om bij het bestuur bij aangetekend schrijven een gemotiveerde aanvraag tot heronderzoek in te dienen. Indien binnen deze termijn dit heronderzoek niet werd aangevraagd, wordt het dossier als afgesloten beschouwd. In het tegenovergestelde geval wordt het dossier overgemaakt aan de Commissie.

      • De Commissie brengt binnen zestig dagen na ontvangst van het dossier haar advies uit. Indien deze termijn overschreden wordt, wordt de Commissie geacht zich aan te sluiten bij het advies van het Bestuur.

    4. e)

      In geval van gunstig advies van de Commissie legt het bestuur het voorstel tot erkenning binnen dertig dagen, voor beslissing, voor aan de Minister.

    5. f)

      In geval van ongunstig advies van de Commissie wordt de aanvrager hiervan binnen de dertig dagen bij gemotiveerd en aangetekend schrijven in kennis gesteld; hij beschikt over een termijn van dertig dagen om bij de Minister bij aangetekend schrijven een vraag tot nieuw onderzoek in te dienen. Het Bestuur brengt zijn advies over dit beroep uit en maakt het dossier binnen zestig dagen voor beslissing over aan de Minister.

    6. g)

      De erkenningsduur is beperkt tot vijf jaar. De erkenning is hernieuwbaar overeenkomstig afdeling 6.3.5.

6.3.5Hernieuwing van de erkenning

De aanvraag tot hernieuwing van de erkenning wordt bij aangetekend schrijven gericht aan het bestuur ten minste zes maanden voor het verstrijken van de geldigheidstermijn van de erkenning. Zij omschrijft het activiteitsdomein en bevat de lijst van de gehabiliteerde agenten-bezoekers.

De procedure van de punten c., d., e., f. en g. van afdeling 6.3.4. is erop van toepassing.

6.3.6Habilitatieverklaring van agenten-bezoekers

  1. a)

    Het erkend organisme adresseert aan het bestuur de habilitatieverklaring van elke nieuwe agent-bezoeker evenals bij de uitbreiding van het activiteitsdomein van een in functie zijnde agent-bezoeker.

  2. b)

    Voor de nieuwe agenten-bezoekers worden bij de verklaring de volgende documenten gevoegd:

    • het afschrift van hun einddiploma;

      • hun curriculum vitae;

    • het afschrift van het aanwervingscontract (behalve voor controlediensten geïntegreerd in

    • een overheidsdienst).

  3. c)

    Het bestuur kan vragen dat de agent-bezoeker het bewijs levert dat hij over de kennis beschikt van de reglementaire voorschriften in het (de) activiteitsdomein(en) waarvoor een bevoegdheidsverklaring werd neergelegd. Het bestuur houdt zicht het recht voor tot het afnemen van schriftelijke of mondelinge evaluatie bij de agent-bezoeker om te oordelen dat hij over de kennis beschikt van de reglementaire voorschriften in het (de) activiteitsdomein(en) waarvoor een habilitatieverklaring werd neergelegd.

  4. d)

    In geval van ongunstige beoordeling van de agent-bezoeker bedoeld in het hiervoor vermeld punt c., deelt het bestuur het erkend organisme binnen dertig dagen de opschorting van de verklaring mede. Het erkend organisme kan voor deze kandidaat slechts een nieuwe habilitatieverklaring indienen na een termijn van negentig dagen.

  5. e)

    Indien de met het toezicht belaste ambtenaren en beambten vaststellen dat een agent-bezoeker de controles niet volgens de voorschriften van dit Boek uitvoert, kan het bestuur bij het erkend organisme bemiddelen teneinde de nodige correctieve maatregelen te treffen.

6.3.7Werkingscriteria

  1. a)

    De erkende organismen zijn ertoe gehouden aan het bestuur de volgende inlichtingen te verstrekken: 1. elke wijziging van de statuten (behalve voor controlediensten geïntegreerd in een overheidsdienst);

    1. 2.

      elke vervanging van de technisch verantwoordelijke met bijvoeging van de documenten beoogd in de punten b.1. en b.2. van afdeling 6.3.4. ;

    2. 3.

      elke wijziging of intrekking van het accreditatiecertificaat.

      Deze elementen dienen binnen zeven dagen na hun verwezenlijking te worden verstrekt.

  2. b)

    De erkende organismen zijn ertoe gehouden aan de Commissie jaarlijks, ten laatste op 1 april, de lijst van agenten-bezoekers met aanduiding van hun kwalificatie volgens de activiteitsdomeinen vermeld in punt a. van afdeling 6.3.4. voor te leggen evenals een uitvoerig rapport betreffende:

    • hun controleactiviteiten, inzonderheid het totaal aantal controles uitgevoerd per activiteitsdomein;

    • hun activiteiten inzake vorming en voorlichting;

    • elke wijziging die zou zijn aangebracht zowel aan de innerlijke organisatie van het organisme als aan hun naar buiten gerichte werking;

    • de genoteerde klachten op het technisch vlak;

    • de werking en de samenstelling van de leidinggevende en beheersorganen van de organismen en over de beslissingen tijdens het afgelopen jaar in hun instelling getroffen op het gebied van het Welzijn op het werk, evenals over het gevolg dat gegeven werd aan de adviezen en suggesties die door de Commissie werden uitgebracht in uitvoering van haar opdracht.

      • ## c) De erkende organismen zijn ertoe gehouden:

    • vrije toegang te verlenen tot hun lokalen aan de ambtenaren en beambten die belast zijn met het toezicht;

      • alle documenten en gegevens die deze ambtenaren en beambten toelaten de werking van het organisme te beoordelen, ter beschikking te stellen;

    • op aanvraag, deze documenten of een kopie ervan aan deze ambtenaren en beambten toe te vertrouwen;

    • voor de controle van huishoudelijke installaties op laagspanning en op zeer lage spanning die ze controleren en die conform met de voorschriften van dit Boek worden verklaard, een databank te houden die de volgende elementen bevat: 1. het adres van de installatie die wordt bezocht, alsook het type van de lokalen die door haar worden bediend;

      1. 2.

        naam, voornaam en adres van de eigenaar van de gecontroleerde elektrische installatie;

      2. 3.

        datum en aard van de uitgevoerde controle (gelijkvormigheidscontrole (hoofdstuk 6.4.) of controlebezoek (hoofdstukken 6.5. en 8.4.) )

      3. 4.

        de EAN-code die toelaat iedere installatie op een eenduidige wijze te identificeren.

        • Deze gegevens zijn te bewaren gedurende een periode van ten minste 30 jaar.

  3. d)

    De toezichthoudende overheden mogen de contracten gesloten tussen de organismen en hun cliënten en de eventuele onderaannemers inzien.

  4. e)

    De erkende organismen zijn ertoe gehouden voor de gelijkvormigheidscontroles vóór de ingebruikname en voor de controlebezoeken de schriftelijke instructies na te leven die worden gegeven door de Federale overheidsdienst die Energie onder zijn bevoegdheid heeft en door de Federale overheidsdienst die het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk onder zijn bevoegdheid heeft en dit ieder wat hem betreft.

6.3.8Commissie van Advies en Toezicht

  1. a)

    Bij de Federale overheidsdienst die Energie onder zijn bevoegdheid heeft, wordt een Commissie van Advies en Toezicht opgericht die als taak heeft:

    • advies uit te brengen overeenkomstig de bepalingen van punt d. van afdeling 6.3.4. en punt d. van afdeling 6.3.9. ;

    • adviezen en voorstellen over de werking van de erkende organismen uit te brengen;

      • toezicht uit te oefenen op de activiteiten van de erkende organismen in het kader van dit hoofdstuk.

  2. b)

    De Commissie bestaat uit negen leden en evenveel plaatsvervangende leden en is als volgt samengesteld:

    • drie afgevaardigden van de meest representatieve werkgeversorganisaties vertegenwoordigd in de Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het werk;

    • drie afgevaardigden van de meest representatieve werknemersorganisaties vertegenwoordigd in de Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het werk;

    • drie afgevaardigden van de toezichthoudende overheden, waarvan twee van de Federale overheidsdienst die Energie onder zijn bevoegdheid heeft en één van de Federale overheidsdienst die het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk onder zijn bevoegdheid heeft.

  3. c)

    De afgevaardigden van de toezichthoudende overheden en hun plaatsvervangers worden door de betrokken Ministers benoemd; die van de organisaties vertegenwoordigd in de Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het werk, door de Minister die het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk onder zijn bevoegdheid heeft.

  4. d)

    Het voorzitterschap en het secretariaat van de Commissie worden waargenomen door het bestuur.

6.3.9Toezicht en sancties

  1. a)

    Het toezicht op de erkende organismen inzake de naleving van de bepalingen van dit hoofdstuk wordt uitgeoefend door de ambtenaren en beambten van het bestuur.

    • De vaststellingen gedaan inzake de naleving van de bepalingen van dit hoofdstuk door de ambtenaren en beambten van de Federale overheidsdienst die het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk onder zijn bevoegdheid heeft tijdens het toezicht uitgeoefend in het kader van het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, worden aan het bestuur overgemaakt.

  2. b)

    Indien het bestuur vaststelt dat het erkend organisme niet meer voldoet aan één van de voorwaarden van onderafdeling 6.3.3.1. of zich niet houdt aan één van de verplichtingen van afdeling 6.3.7. , of indien bij herhaling wordt vastgesteld dat de agenten-bezoekers de controles niet volgens de voorschriften van dit Boek uitvoeren, stelt het een termijn vast die niet langer dan drie maanden mag zijn binnen dewelke het organisme zich in regel moet stellen. De Commissie wordt hiervan in kennis gesteld.

  3. c)

    Indien het organisme zich niet in regel heeft gesteld na verloop van de in punt b. bedoelde termijn, stelt het bestuur een nieuwe termijn vast die niet langer dan zes maanden mag zijn waarbij de erkenning van het organisme voorlopig wordt geschorst en binnen dewelke het organisme zich nog in regel mag stellen. De Commissie wordt hiervan in kennis gesteld (opschorting en het in orde brengen).

  4. d)

    Indien het organisme zich niet in regel heeft gesteld na verloop van de in punt c. bedoelde termijn, wordt de Commissie hiervan in kennis gesteld om een advies aan de Minister uit te brengen. De Minister kan op voorstel van de Commissie de erkenning van het organisme intrekken. Kennisgeving ervan wordt aan het erkend organisme na beslissing van de Minister.

  5. e)

    De erkenning wordt ambtshalve ingetrokken bij stopzetting of overdracht van de activiteiten van het erkend organisme.

6.3.10Elektrische installaties van overheidsdiensten

  1. a)

    De federale overheden kunnen de elektrische installaties waarvan ze eigenaar, beheerder of huurder zijn, laten controleren door de controledienst van de Federale Overheidsdienst die de Regie der Gebouwen onder zijn bevoegdheid heeft.

  2. b)

    De gewestelijke overheden kunnen de elektrische installaties waarvan ze eigenaar, beheerder of huurder zijn, laten controleren door hun eigen controlediensten of door de controledienst van de Federale Overheidsdienst die de Regie der Gebouwen onder zijn bevoegdheid heeft.

  3. c)

    Het Ministerie van Defensie kan de elektrische installaties waarvan het eigenaar, beheerder of huurder is laten controleren door zijn eigen controledienst.

  4. d)

    De Belgische Spoorwegen kunnen de elektrische installaties waarvan het eigenaar of beheerder is laten controleren door hun eigen controledienst.

6.4Gelijkvormigheidscontrole vóór de ingebruikname

6.4.1Algemeenheden

Elke elektrische installatie op lage of zeer lage spanning zoals bepaald in de delen 1. en 2. van dit Boek, zelfs gevoed door een privé-installatie zoals de vaste, verplaatsbare of mobiele stroomgeneratoren, behalve echter de installaties op zeer lage gelijkspanning gevoed uitsluitend door batterijen, accumulatoren, accumulatoren- batterijen die niet onder het toepassingsgebied van hoofdstuk 7.103. vallen, fotovoltaïsche cellen of andere gelijkaardige bronnen, moet voor de ingebruikname van deze installatie het voorwerp uitmaken van een gelijkvormigheidscontrole met de voorschriften van dit Boek.

De gelijkvormigheidscontroles moeten ter plaatse worden uitgevoerd hetzij door een erkend organisme, hetzij door de overheid hiervoor bevoegd of ermee belast volgens de voorschriften van hoofdstuk 6.3 .

De gelijkvormigheidscontrole van elektrische installaties moet buiten spanning gebeuren en omvat:

  • de administratieve controles;

  • de visuele controles;

  • de controles door beproeving;

  • de controles door meting.

6.4.2Administratieve controles

De Ministers die respectievelijk Energie en het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk onder hun bevoegdheid hebben, kunnen, ieder voor wat hem betreft, nadere regels vaststellen met betrekking tot de uitvoering van de administratieve controles.

6.4.3Visuele controles

De Ministers die respectievelijk Energie en het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk onder hun bevoegdheid hebben, kunnen, ieder voor wat hem betreft, nadere regels vaststellen met betrekking tot de uitvoering van de visuele controles.

6.4.4Controles door beproeving

De Ministers die respectievelijk Energie en het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk onder hun bevoegdheid hebben, kunnen, ieder voor wat hem betreft, nadere regels vaststellen met betrekking tot de uitvoering van de controles door beproeving.

6.4.5Controles door meting

6.4.5.1Isolatiemeting

De waarde van de isolatieweerstand in  tussen de actieve delen onderling, evenals tussen de actieve delen en de aarde, gemeten onder de testspanning, aangeduid in tabel 6.1. , is voor iedere stroombaan met afgeschakelde gebruikstoestellen minimum gelijk aan 1000 maal de waarde in V van de voormelde testspanning.

De metingen worden uitgevoerd onder gelijkstroom en de daartoe gebruikte meettoestellen moeten de in de hierna vermelde tabel opgegeven testspanning kunnen leveren onder een stroom van 1 mA tot 5 mA.

De metingen worden uitgevoerd door het organisme, erkend volgens hoofdstuk 6.3. , en hebben betrekking op de isolatieweerstand tussen elk van de actieve delen en de aarde. Het is toegelaten de metingen niet uit te voeren:

  • op meet- en regeltechnische installaties;

  • op installaties op zeer lage spanning.

Tabel 6.1 Minimale isolatieweerstanden

Nominale spanning van de stroombaan Testspanning in Isolatieweerstand
(V) gelijkstroom (V) k 
Zeer lage spanning, voor zover de stroom-
baan gevoed is d.m.v. een veiligheids- 250 250
transformator
Spanning  500 V met uitzondering van de 500 500
hierboven vermelde gevallen
500 V < Spanning  1000 V 1000 1000

6.4.5.2Meting van de verspreidingsweerstand van de aardverbindingen

Bij de controle vóór ingebruikname wordt de verspreidingsweerstand van de aardverbindingen van de betrokken elektrische installatie gemeten.

6.4.6Verslagen

6.4.6.1Algemeenheden

Na de gelijkvormigheidscontrole moet een verslag opgesteld worden overeenkomstig hetzij onderafdeling 6.4.6.4. voor huishoudelijke installaties hetzij onderafdeling 6.4.6.5. voor niet-huishoudelijke installaties. Dit verslag van de gelijkvormigheidscontrole wordt bewaard in het dossier van de elektrische installatie.

Een kopie van dit verslag wordt gedurende ten minste vijf jaar bewaard hetzij door het erkend organisme, hetzij door de bevoegde overheid die de genoemde gelijkvormigheidscontrole heeft uitgevoerd. Daarenboven moeten in het geval van huishoudelijke installaties bij deze kopie de ééndraadsschema’s en situatieplannen van de elektrische installatie gevoegd worden.

Het verslag van de gelijkvormigheidscontrole moet aan de eigenaar, beheerder of uitbater hetzij schriftelijk hetzij onder elektronische vorm worden overgemaakt.

Het verslag van de gelijkvormigheidscontrole wordt door de eigenaar, beheerder, uitbater of het erkend organisme getoond bij ieder verzoek van de met het toezicht belaste ambtenaar. Op verzoek van de met het toezicht belaste ambtenaar zijn de eigenaar, beheerder, uitbater of het erkend organisme ertoe gehouden om een kopie van dit document aan het bestuur te verstrekken.

6.4.6.2Bijzondere voorschriften met betrekking tot verslagen van een nieuwe elektrische installatie

Vooraleer over te gaan tot het ter beschikking stellen van het vermogen van een nieuwe elektrische installatie op lage of zeer lage wissel- of gelijkspanning verzekert de persoon, die de voeding ter beschikking stelt, zich van de aanwezigheid van het verslag waarin de overeenstemming met de voorschriften van dit Boek wordt bevestigd.

6.4.6.3Bijzondere voorschriften met betrekking tot verslagen van installaties in zones met explosiegevaar

Specifieke voorschriften voor verslagen van installaties in zones met explosiegevaar worden in hoofdstuk 7.102. opgelegd.

6.4.6.4Inhoud van het verslag van de gelijkvormigheidscontrole voor huishoudelijke installaties

Gewijzigd in versie 07 (K.B. 13.08.2026), van toepassing vanaf 01/11/2026.

  1. a.

    Inlichtingen in het verslag

    Het verslag dat volgt op het gelijkvormigheidscontrole van elke huishoudelijke elektrische installatie op laagspanning en op zeer lage spanning bedoeld in onderafdeling 6.4.6.1. , bevat ten minste de identificatieinlichtingen, een algemene beschrijving van de aansluiting(en), van de aardelektrode, het resultaat van de gelijkvormigheidscontrole van de overeenstemming met dit Boek en de eventuele inbreuken op bedoeld Boek. Het herinnert bovendien aan enkele voorschriften van dit Boek.

  2. b.

    Inhoud van het verslag van de gelijkvormigheidscontrole

    1. b.1

      Identificatie-inlichtingen

      De identificatie-inlichtingen zijn de volgende in het verslag en de eventuele bijlagen:

      1. a)

        de nodige middelen ter identificatie van het erkend organisme bedoeld in hoofdstuk 6.3. ;

      2. b)

        de identiteit van de agent-bezoeker van het erkend organisme;

      3. c)

        naam, voornaam en adres van de eigenaar, beheerder of uitbater en EAN-code (indien beschikbaar) van de installatie waarvoor de controle met het oog op de gelijkvormigheidscontrole, werd aangevraagd;

      4. d)

        naam, voornaam, B.T.W.-nummer (indien van toepassing) van de persoon of personen verantwoordelijk voor de uitvoering van het werk;

      5. e)

        de benaming van de onderneming die de elektriciteit verdeelt;

      6. f)

        het adres van de installatie die wordt gecontroleerd, alsook het type van de lokalen die door haar worden bediend.

    2. b.2

      Algemene beschrijving van de aansluiting(en)

      De algemene beschrijving van de aansluiting(en) vermeldt per aansluiting:

      1. a)

        de nominale spanning van de installatie en de aard van de stroom;

      2. b)

        de doorsnede van de voedingskabel van het hoofdbord;

      3. c)

        de nominale waarde van de bescherming van de aansluiting;

      4. d)

        het type van de algemene schakelaar.

    3. b.3

      Beschrijving van de aardelektrode, de stroombanen en de bescherming ervan Deze beschrijving vermeldt:

      1. a)

        het type van de geïnstalleerde aardelektrode;

      2. b)

        het aantal borden;

      3. c)

        het aantal eindstroombanen.

    4. b.4

      Controle

      Het verslag van de gelijkvormigheidscontrole moet de waarde van de spreidingsweerstand van de aard elektrode vermelden alsook de waarde van het algemeen isolatieniveau. Het bevestigt de overeenstemming tussen:

      1. a)

        de geïnstalleerde differentieelstroombeschermingsinrichtingen en de waarde van de spreidingsweerstand van de aardelektrode;

      2. b)

        de geïnstalleerde beschermingsinrichtingen tegen overstroom en de doorsneden van de respectieve stroombanen die ze beschermen;

      3. c)

        de uitvoering van de elektrische installatie overeenkomstig de eendraadsschema’s en de situatieplannen.

        Het verslag van de gelijkvormigheidscontrole vermeldt ook de controle van vast of vast opgesteld materieel (correcte keuze, installatie en samenbouw ter plaatse) en de controle van de continuïteit van de equipotentiale verbindingen (hoofd- en bijkomende) en van de beschermingsgeleiders van de contactdozen en van de vaste, vast opgestelde of verplaatsbare toestellen met vaste standplaats van de klasse I.

    5. b.5

      Inbreuken

      Het verslag van de gelijkvormigheidscontrole vermeldt de eventuele inbreuken op het Boek 1 en de eventuele stroombanen waarvoor het isolatieniveau onvoldoend is.

    6. b.6

      Besluiten

      Indien de installatie conform is, bevestigt het verslag van de gelijkvormigheidscontrole dat de agentbezoeker het (de) eendraadsschema(‘s)- en situatieplan(en) voor gezien heeft getekend. Bovendien vermeldt hij de datum waarop het in hoofdstuk 6.5. van het Boek 1 voorziene controlebezoek uiterlijk moet plaatshebben.

    7. b.7

      Raadgevingen

      Het verslag van de gelijkvormigheidscontrole herinnert aan de volgende voorschriften van het Boek 1:

      1. a)

        de verplichting het verslag van de gelijkvormigheidscontrole te bewaren in het dossier van de elektrische installatie;

      2. b)

        de verplichting in het dossier elke wijziging aan de elektrische installatie te vermelden;

      3. c)

        de verplichting de met het toezicht belaste ambtenaar van de Federale Overheidsdienst die Energie onder zijn bevoegdheid heeft onmiddellijk in te lichten over elk ongeluk aan personen overkomen en rechtstreeks of onrechtstreeks te wijten aan de aanwezigheid van elektriciteit.

6.4.6.5Inhoud van het verslag voor de gelijkvormigheidscontrole voor niet huishoudelijke installaties

De Ministers die respectievelijk Energie en het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk onder hun bevoegdheid hebben, kunnen, ieder voor wat hem betreft, nadere regels vaststellen met betrekking tot de vorm en de inhoud van het verslag.

6.4.7Bijzondere gelijkvormigheidscontroles voor de ingebruikname

6.4.7.1Elektrische machines en toestellen

In niet-huishoudelijke installaties worden de vaste machines en toestellen voor de ingebruikname onderworpen aan een gelijkvormigheidscontrole die enkel betrekking heeft op de correcte keuze, installatie en samenbouw ter plaatse.

6.4.7.2Verplaatsbare, mobiele of tijdelijke installatie

Er bestaan twee categorieën van verplaatsbare, mobiele of tijdelijke installatie:

  1. 1°

    De verplaatsbare, mobiele of tijdelijke installatie met veranderlijke samenstelling, d.w.z. samengesteld uit individuele elementen (stroomgeneratoren, schakel- en verdeelborden, elektrische leidingen, …). Ze moet voor elke ingebruikname het voorwerp uitmaken van een gelijkvormigheidscontrole met de voorschriften van dit Boek. Deze controle omhelst tevens de eventuele aansluitingselementen op het net. Voor de elektrische machines en toestellen (stroomgeneratoren, …) die deel uitmaken van de verplaatsbare, mobiele of tijdelijke installatie beperkt de gelijkvormigheidscontrole voor elke ingebruikname zich tot de correcte keuze, installatie en samenbouw ter plaatse. Om redenen van dwingende bedrijfsvereisten, is het toegelaten voor de niet-huishoudelijke installaties dat de gelijkvormigheidscontrole voor de ingebruikname niet wordt uitgevoerd voor zover:

    • de eigenaar, beheerder of uitbater van de elektrische installatie, alle maatregelen heeft getroffen om ieder gevaar voor de personen en goederen te vermijden; en

    • de ingebruikname en het gebruik gebeuren onder de volledige verantwoordelijkheid van de eigenaar, beheerder of uitbater; en

    • de uitbating van de elektrische installatie niet langer dan 48 uur duurt (maximum 2 dagen).

    • 2°De verplaatsbare, mobiele of tijdelijke installatie met een vaste samenstelling, d.w.z. een enkel autonoom geheel (kleine hanteerbare generator met contactdozen, een vaste generator op een voertuig, werfketen, …) moet voor de ingebruikname bij het eerste gebruik het voorwerp uitmaken van een gelijkvormigheidscontrole met de voorschriften van dit Boek.

    Voor de stroomgeneratoren of wanneer het aansluitingspunt op het net van de verplaatsbare, mobiele of tijdelijke installatie niet voorzien is van een aardingsaansluiting, moet de eventueel ter plaatse aan te brengen aardverbinding in het kader van de bescherming tegen elektrische schokken door onrechtstreekse aanraking, het voorwerp uitmaken van een gelijkvormigheidscontrole.

6.4.7.3Wijziging of uitbreiding

Iedere belangrijke wijziging of belangrijke uitbreiding van een installatie op lage of zeer lage wissel-of gelijkspanning moet voor de ingebruikname van de genoemde wijziging of uitbreiding het voorwerp uitmaken van een gelijkvormigheidscontrole met de voorschriften van dit Boek. Deze gelijkvormigheidscontrole beperkt zich tot het bijgevoegde of gewijzigde gedeelte van de installatie.

In het geval van een niet-belangrijke wijziging of niet-belangrijke uitbreiding voor de niet-huishoudelijke installaties, waarvoor geen gelijkvormigheidscontrole voor de ingebruikname dient plaats te vinden, vult de installatieverantwoordelijke de schema’s, de plannen en de documenten zoals bepaald in afdeling 9.1.1. ( punten 4.b en 5.a.7. ) aan waardoor het erkend organisme in staat is de gelijkvormigheid ervan na te gaan bij het volgende controlebezoek.

Iedere wijziging of uitbreiding die een impact heeft op het niet-gewijzigde gedeelte moet in het controleverslag worden vermeld. Dit niet-gewijzigde gedeelte moet het voorwerp uitmaken van een gelijkvormigheidscontrole voor wat de gewijzigde kenmerken betreft.

In het geval van de ingebruikname van een belangrijke wijziging of belangrijke uitbreiding om redenen van dwingende bedrijfsvereisten, is het toegelaten voor de niet-huishoudelijke installaties dat een gelijkvormigheidscontrole na de ingebruikname wordt uitgevoerd voor zover dat de eigenaar, beheerder of uitbater van de elektrische installatie, alle maatregelen heeft getroffen om ieder gevaar voor de personen en goederen te vermijden. Deze ingebruikname gebeurt onder de volledige verantwoordelijkheid van de eigenaar, beheerder of uitbater. Hij dient erover te waken dat de gelijkvormigheidscontrole wordt uitgevoerd binnen de 30 dagen na de ingebruikname van het bijgevoegde of gewijzigde gedeelte.

6.5Controlebezoeken

6.5.1Algemeenheden

Elke elektrische installatie op lage of zeer lage spanning zoals bepaald in hoofdstuk 6.4. moet ter plaatse aan een controlebezoek onderworpen worden, hetzij door een erkend organisme, hetzij door de overheid hiervoor bevoegd of ermee belast volgens de voorschriften van hoofdstuk 6.3 .

Het controlebezoek heeft betrekking op het behoud van de overeenstemming met de voorschriften van dit Boek. De elektrische installatie moet buiten spanning kunnen worden gesteld gedurende het controlebezoek.

Het controlebezoek bevat:

  • de administratieve controles;

  • de visuele controles;

  • de controles door beproeving;

  • de controles door meting.

6.5.2Periodiciteit van de controlebezoeken

Na de gelijkvormigheidscontrole dient elke elektrische installatie het voorwerp uit te maken van controlebezoeken die ten minste de volgende periodiciteit respecteren:

  • om de 25 jaar voor de huishoudelijke elektrische installaties;

  • jaarlijks voor de verplaatsbare, mobiele of tijdelijke elektrische installatie zoals bepaald in onderafdeling 2.2.1.1. ;

  • jaarlijks voor de elektrische installaties in ontploffingsgevaarlijke zones zoals bepaald in hoofdstuk 7.102. ;

  • om de 5 jaar voor de andere elektrische installaties.

6.5.3Administratieve controles

De Ministers die respectievelijk Energie en het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk onder hun bevoegdheid hebben, kunnen, ieder voor wat hem betreft, nadere regels vaststellen met betrekking tot de uitvoering van de administratieve controles.

6.5.4Visuele controles

De Ministers die respectievelijk Energie en het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk onder hun bevoegdheid hebben, kunnen, ieder voor wat hem betreft, nadere regels vaststellen met betrekking tot de uitvoering van de visuele controles.

6.5.5Controles door beproeving

De Ministers die respectievelijk Energie en het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk onder hun bevoegdheid hebben, kunnen, ieder voor wat hem betreft, nadere regels vaststellen met betrekking tot de uitvoering van de controles door beproeving.

6.5.6Controles door meting

De Ministers die respectievelijk Energie en het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk onder hun bevoegdheid hebben, kunnen, ieder voor wat hem betreft, nadere regels vaststellen met betrekking tot de uitvoering van de controles door meting.

De controlebezoeken omvatten ten minste de metingen gedefinieerd in afdeling 6.4.5 Voor de installaties in ontploffingsgevaarlijke zones is het toegelaten de meting van de isolatieweerstand om de 5 jaar uit te voeren.

6.5.7Verslagen

6.5.7.1Algemeenheden

Na het controlebezoek moet een verslag opgesteld worden overeenkomstig hetzij onderafdeling 6.5.7.2. voor huishoudelijke installaties hetzij onderafdeling 6.5.7.3. voor niet-huishoudelijke installaties. Dit verslag van het controlebezoek wordt bewaard in het dossier van de elektrische installatie.

Een kopie van dit verslag wordt gedurende ten minste vijf jaar bewaard hetzij door het erkend organisme, hetzij door de bevoegde overheid die het genoemde controlebezoek heeft uitgevoerd.

Het verslag van het controlebezoek moet aan de eigenaar, beheerder of uitbater hetzij schriftelijk hetzij onder elektronische vorm worden overgemaakt.

Het verslag van het controlebezoek wordt door de eigenaar, beheerder, uitbater of het erkend organisme getoond bij ieder verzoek van de met het toezicht belaste ambtenaar. Op verzoek van de met het toezicht belaste ambtenaar zijn de eigenaar, beheerder, uitbater of het erkend organisme ertoe gehouden om een kopie van dit document aan het bestuur te verstrekken.

6.5.7.2Inhoud van het verslag van het controlebezoek voor huishoudelijke installaties

Gewijzigd in versie 07 (K.B. 13.08.2026), van toepassing vanaf 01/11/2026.

  1. a.

    Inlichtingen in het verslag van het controlebezoek

    Het verslag van het controlebezoek dat volgt op het controlebezoek van elke huishoudelijke elektrische installatie op laagspanning en op zeer lage spanning en bedoeld in onderafdeling 6.5.7.1. , bevat ten minste de identificatie-inlichtingen, een algemene beschrijving van de aansluiting(en), het aantal borden en eindstroombanen, het resultaat van het controlebezoek van de overeenstemming met dit Boek en de eventuele inbreuken op bedoeld Boek. Het herinnert bovendien aan enkele voorschriften van dit Boek.

  2. b.

    Beschrijving van de inhoud

    1. b.1

      Identificatie-inlichtingen

      De identificatie-inlichtingen zijn de volgende op het verslag en de eventuele bijlagen:

      1. a)

        de nodige elementen ter identificatie van het erkend organisme bedoeld in hoofdstuk 6.3 .;

      2. b)

        de identiteit van de agent-bezoeker van het erkend organisme;

      3. c)

        naam, voornaam, adres van de eigenaar, beheerder of uitbater en EAN-code (indien beschikbaar) van de installatie waar voor het controlebezoek werd aangevraagd;

      4. d)

        het adres van de installatie die wordt bezocht, alsook het type van de lokalen die door haar worden bediend.

    2. b.2

      Algemene beschrijving van de aansluiting(en)

      De algemene beschrijving van de aansluiting(en) vermeldt per aansluiting:

      1. a)

        de nominale spanning van de installatie en de aard van de stroom;

      2. b)

        de nominale waarde van de bescherming van de aansluiting.

    3. b.3

      Aantal borden en eindstroombanen

      1. a)

        het aantal verdeel- en schakelborden;

      2. b)

        het aantal eindstroombanen.

    4. b.4

      Controle

      Het verslag van het controlebezoek vermeldt:

      1. a)

        de waarde van de spreidingsweerstand van de aardverbinding;

      2. b)

        de waarde van het algemeen isolatieniveau.

        Het vermeldt dat de hiernavolgende controles werden verricht:

      3. a)

        de controle van de uitvoering van de elektrische installatie overeenkomstig de eendraadsschema’s en de situatieplannen;

      4. b)

        de controle van de staat (vasthechtingen, beschadiging,...) van het vast geïnstalleerd elektrische materieel in het bijzonder wat betreft de schakelaars, de contactdozen, de aansluitingen in de verdeel- en schakelborden,...;

      5. c)

        de controle van de beschermingsmaatregelen tegen elektrische schokken bij rechtstreekse en onrechtstreekse aanraking;

      6. d)

        de controle van de werking van de differentieelstroombeschermingsinrichtingen via de eigen testinrichting;

      7. e)

        de controle van de foutlussen en de juiste aansluiting van de differentieelstroombeschermingsinrichtingen via de opwekking van een foutstroom tussen 2,5 en 2,75 maal de gevoeligheid van het apparaat;

      8. f)

        de controle van de continuïteit van de equipotentiale verbindingen (hoofd- en bijkomende) en van de beschermingsgeleiders van de contactdozen en van de vaste, vast opgestelde of verplaatsbare toestellen met vaste standplaats van de klasse I;

      9. g)

        de visuele controle van vast of vast opgesteld materieel dat gevaar kan opleveren voor personen en goederen;

      10. h)

        de visuele controle van verplaatsbaar materieel dat gevaar kan opleveren voor personen en goederen.

        Het bevestigt de overeenstemming tussen de geïnstalleerde beschermingsinrichtingen tegen overstroom en de doorsneden van de respectievelijke stroombanen die ze beschermen.

    5. b.5

      Inbreukenopmerkingen - afwijkingen

      Het verslag van het controlebezoek vermeldt de eventuele inbreuken op het Boek 1 en de eventuele stroombanen waarvoor het isolatieniveau onvoldoend is. De eventuele bemerkingen die geen inbreuken zijn worden in het verslag van het controlebezoek onder de rubriek opmerkingen vermeld. Dit is onder meer het geval voor punt b.4.h . De eventuele afwijkingen ( afdelingen 6.5.8., 8.2.1. en 8.2.2. ) die van toepassing voor de elektrische installatie zijn worden in het verslag van het controlebezoek vermeld.

    6. b.6

      Besluiten

      Ieder verslag van het controlebezoek bevat als besluit één van de volgende formuleringen:

      1. a)

        De elektrische installatie voldoet aan de voorschriften van het Boek 1 inzake de installaties op laagspanning en op zeer lage spanning. Het volgend controlebezoek moet worden uitgevoerd binnen de door dit Boek voorgeschreven termijn.

      2. b)

        De elektrische installatie voldoet niet aan de voorschriften van het Boek 1 inzake de installaties op laagspanning en op zeer lage spanning. Een aanvullend bezoek moet door hetzelfde organisme worden uitgevoerd vóór (datum te specificeren). De werken, nodig om de inbreuken te doen verdwijnen die opgemerkt werden tijdens het controlebezoek, moeten zonder vertraging uitgevoerd worden en alle maatregelen moeten getroffen worden opdat de in inbreuk zijnde installatie, indien zij in dienst blijft, geen gevaar vormt voor de personen of goederen.

        Indien de installatie conform is, vermeldt het verslag van het controlebezoek bovendien dat het (de) eendraadsschema(‘s) en het (de) situatieplan(en) opnieuw geviseerd werden door het erkend organisme.

    7. b.7

      Raadgevingen

      Het verslag van het controlebezoek herinnert aan de volgende voorschriften van het Boek 1:

      1. a)

        de verplichting het verslag van het controlebezoek te bewaren in het dossier van de elektrische installatie;

      2. b)

        de verplichting in het dossier elke wijziging aangebracht aan de elektrische installatie te vermelden;

      3. c)

        de verplichting de met het toezicht belaste ambtenaar van de Federale Overheidsdienst die Energie onder zijn bevoegdheid heeft onmiddellijk in te lichten over elk ongeluk aan personen overkomen en rechtstreeks of onrechtstreeks te wijten aan de aanwezigheid van elektriciteit;

      4. d)

        de verplichting, wanneer er inbreuken zijn vastgesteld tijdens het controlebezoek, een nieuw controlebezoek te doen verrichten door hetzelfde erkend organisme om na te gaan of na afloop van de termijn van één jaar de inbreuken verdwenen zijn. Indien tijdens dat tweede bezoek wordt vastgesteld dat er nog inbreuken overblijven, moet het erkend organisme een kopie van het verslag van het controlebezoek sturen naar de Algemene Directie Energie die belast is met het hoog toezicht op de huishoudelijke elektrische installaties.

6.5.7.3Inhoud van het verslag van het controlebezoek voor niet-huishoudelijke installaties

De Ministers die respectievelijk Energie en het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk onder hun bevoegdheid hebben, kunnen, ieder voor wat hem betreft, nadere regels vaststellen met betrekking tot de vorm en de inhoud van het verslag.

6.5.8Afwijkende beschikkingen voor elektrische installaties uitgevoerd vanaf 1 juni 2020

6.5.8.1Bestaande gedeelten van huishoudelijke installaties uitgevoerd vanaf 1 juni 2020

De volgende afwijkende beschikkingen zijn van toepassing op de bestaande gedeelten van huishoudelijke installaties waarvan de uitvoering ter plaatse was aangevat vanaf 1 juni 2020 en die het voorwerp hebben uitgemaakt van een gelijkvormigheidscontrole vóór de ingebruikname overeenkomstig hoofdstuk 6.4. Sommige afwijkende beschikkingen zijn alleen van toepassing tot een uiterste datum van uitvoering ter plaatse zoals bepaald in de betrokken afwijkende beschikkingen:

  1. 1.

    Bescherming tegen elektrische schokken door onrechtstreekse aanraking

    Het is toegelaten, in afwijking van de voorschriften van de 5de alinea van punt b. van onderafdeling 4.2.4.3. , de in de punten 1 en 2 bedoelde stroombanen niet door een differentieelstroombeschermingsinrichting met een grote of zeer grote gevoeligheid te beschermen voor elektrische installaties waarvan de uitvoering ter plaatse is aangevangen vóór 01/06/2023. Deze afwijking is ook van toepassing op elke niet belangrijke wijziging of uitbreiding die op deze stroombanen wordt aangebracht.

    Het is toegelaten, in afwijking van de voorschriften van de 6de alinea van punt b. van onderafdeling 4.2.4.3. , meer dan acht eindstroombanen per differentieelstroombeschermingsinrichting met een grote of zeer grote gevoeligheid in dienst te laten voor elektrische installaties waarvan de uitvoering ter plaatse is aangevangen vóór 01/06/2023.

    Het is toegelaten, in afwijking van de voorschriften van de 10de alinea van punt b. van onderafdeling 4.2.4.3. , een differentieelstroombeschermingsinrichting met een grote of zeer grote gevoeligheid voor het geheel van de verlichtingsstroombanen en een differentieelstroombeschermingsinrichting met een grote of zeer grote gevoeligheid voor elke andere stroombaan of groep van stroombanen die ten hoogste zestien enkelvoudige of meervoudige contactdozen bevat in dienst te laten voor elektrische installaties waarvan de uitvoering ter plaatse is aangevangen vóór 01/06/2023.

  2. 2.

    Contactdozen

    Het is toegelaten, in afwijking van de voorschriften van onderafdeling 5.1.3.1. en van onderafdeling 5.3.5.2. , a. , de contactdozen die overeenkomstig boek 1 conform waren geïnstalleerd vóór 01/03/2025, in dienst te laten.

  3. 3.

    Bescherming van ruimten die een bad en/of een douche bevatten

    Deze afwijking is van toepassing op:

  4. 1.

    bestaande elektrische installaties van ruimten die een bad en/of een douche bevatten en bestaande huishoudelijke installaties die een privézwembad bevatten waarvan de uitvoering ter plaatste vóór 01/03/2025 , werd aangevangen;

  5. 2.

    ruimten die een bad en/of een douche bevatten en bestaande huishoudelijke installaties die een privézwembad bevatten waarvan de uitvoering ter plaatste vóór 01/03/2025 , werd aangevangen en waarvoor:

    • niet-belangrijke wijzigingen of uitbreidingen worden aangebracht aan de elektrische installatie; of

    • wijzigingen geen impact hebben op de in 3.2. bepaalde volumes of op de elektrische installatie.

    3.1. In afwijking van onderafdeling 7.1.1.1. , vijfde lid, is het toegelaten de ruimte die een bad en/of een douche bevat af te bakenen als een ruimte beperkt tot de in 3.2. bepaalde volumes.

    3.2. In afwijking van afdeling 7.1.3. , is het toegelaten rekening te houden met de hierna bepaalde volumes en de aanwezigheid van vaste wanden of draaibare wandelementen om de ruimte die een bad en/of een douche bevat af te bakenen:

    1. a)

      volume 0: het inwendige volume van de badkuip of van de douchebak.

      Voor een ruimte die meerdere collectieve douches bevat zonder scheidingswanden, is volume 0 zoals hierboven beschreven, waarbij de douchebak of wat daartoe dienstdoet, wordt bepaald door de afvloeiingszone van het sproeiwater.

    2. b)

      volume 1: het volume begrensd door het verticaal oppervlak op de rand van de badkuip of douchebak die onderaan begrensd wordt door het horizontale vlak van de vloer rond de badkuip of douchebak en bovenaan door het horizontale vlak op 2,25 m boven het voormelde horizontale vlak, verminderd met het volume 0 zoals hierboven beschreven en het eventuele volume 1bis zoals hierna beschreven. Indien de bodem van de badkuip of douchebak zich echter op meer dan 0,15 m boven de vloer bevindt, wordt de hoogte van het bovenste horizontale vlak gemeten vanaf de bodem van de badkuip of douchebak. Indien een douche n iet voorzien is van een douchebak wordt deze vervangen door een cirkel met een straal van 0,60 m op het niveau van de vloer, waarvan het middelpunt zich loodrecht onder de sproeikop bevindt, wanneer deze op zijn steun bevestigd is.

      Voor een ruimte die meerdere collectieve douches bevat zonder scheidingswanden, is volume 1 zoals hierboven beschreven, waarbij de douchebak of wat daartoe dienstdoet, wordt bepaald door de afvloeiingszone van het sproeiwater.

    3. c)

      volume 1bis: het volume begrensd door de buitenwand van de badkuip en een volle structuur die aansluit aan de rand van de badkuip en tot aan de vloer reikt.

    4. d)

      volume 2: het volume buiten het volume 1 en het eventuele volume 1bis, begrensd door het verticale vlak op een afstand van 0,60 m van de grens van volume 1 en door dezelfde horizontale vlakken als gedefinieerd voor het volume 1.

      Voor een ruimte die individuele douches zonder individuele kleedruimte bevat, is het volume 2 het volume buiten de volumes 0 en 1, begrensd door het verticale vlak op een afstand van 3 m van de grens van volumes 0 en 1 en door dezelfde horizontale vlakken als gedefinieerd voor het volume 1.

      Voor een ruimte die meerdere collectieve douches bevat zonder scheidingswanden, is het volume 2 het volume buiten de volumes 0 en 1, begrensd door het verticale vlak op een afstand van 3 m van de grens van volumes 0 en 1 en door dezelfde horizontale vlakken als gedefinieerd voor het volume 1.

    5. e)

      Volume 3: het volume buiten het volume 2, begrensd door het verticale vlak op een afstand van 2,40 m van het volume 2 en door dezelfde horizontale vlakken als gedefinieerd voor het volume 1 en beperkt tot de ruimte waarin de badkuip en/of de douche is opgesteld.

      Voor een ruimte die meerdere individuele douches bevat met een eigenlijke doucheruimte en eventueel met een hiervan gedeeltelijk gescheiden aangrenzende individuele kleedruimte, is het volume 3 het volume buiten volume 2 en begrensd door het verticale vlak gevormd door de wanden van de ruimte en door dezelfde horizontale vlakken als gedefinieerd voor het volume 1.

      Voor een ruimte die meerdere collectieve douches bevat zonder scheidingswanden, is het volume 3 het volume buiten volume 2 en begrensd door het verticale vlak gevormd door de wanden van de ruimte en door dezelfde horizontale vlakken als gedefinieerd voor het volume 1.

      3.3. In afwijking van onderafdeling 7.1.4.2. , b., is het toegelaten eindstroombanen die meerdere verbruikstoestellen voeden en die door veiligheidsscheiding van stroombanen worden beschermd, in dienst te laten.

      3.4. In afwijking van onderafdeling 7.1.4.4. , is het toegelaten een bijkomende potentiaalvereffeningsverbinding die niet plaatselijk alle massa’s verbindt van het elektrisch materieel en de gelijktijdig genaakbare vreemde geleidende delen die zich bevinden in de volumes 0, 1, 1bis, 2 en 3 zoals bepaald in 3.2. , in dienst te laten.

      • 3.5. In afwijking van onderafdeling 7.1.5.2. , is het toegelaten in dienst te laten:

      • in het volume 0 zoals bepaald in 3.2. , het elektrisch materieel bedoeld in onderafdeling 7.1.5.2. , b., evenals bedieningstoestellen en verlichtingstoestellen gevoed op ZLVS (IPX7: 12V bij wisselstroom, 18V bij gelijkstroom met rimpel en 30V bij gelijkstroom zonder rimpel en IP00: 6V bij wisselstroom, 12V bij gelijkstroom met rimpel en 20V bij gelijkstroom zonder rimpel);

      • in het volume 1 zoals bepaald in 3.2. , het elektrisch materieel bedoeld in onderafdeling 7.1.5.2., c., evenals vast opgestelde, op laagspanning gevoede toestellen voor de productie van sanitair warmwater;

      • in het volume 2 zoals bepaald in 3.2. , het elektrisch materieel bedoeld in onderafdeling 7.1.5.2. , d. ;

      • in het volume 1bis zoals bepaald in 3.2. :

        • het elektrisch materieel dat nodig is voor de werking van een badkuip voor hydromassage met inbegrip van het voedingspunt. Dit materieel heeft een beschermingsgraad IPX4. Als het voedingspunt een contactdoos gevoed op laagspanning is, heeft die contactdoos een beschermingsgraad IPXX;

        • het elektrisch materieel gevoed op ZLVS (IPX4: 25V bij wisselstroom, 36V bij gelijkstroom met rimpel en 60V bij gelijkstroom zonder rimpel en IP00: 12V bij wisselstroom, 18V bij gelijkstroom met rimpel en 30V bij gelijkstroom zonder rimpel).

      3.6. In afwijking van onderafdeling 7.1.5.2. , is het toegelaten een nieuwe stroombaan toe te voegen in een bestaande verdeel- en schakelbord gelegen in het volume 3 zoals bepaald in 3.2.

6.5.8.2Bestaande gedeelten van niet-huishoudelijke installaties uitgevoerd vanaf 1 juni 2020

De volgende afwijkende beschikkingen zijn van toepassing op de bestaande gedeelten van niet-huishoudelijke installaties waarvan de uitvoering ter plaatse was aangevat vanaf 1 juni 2020 en die het voorwerp hebben uitgemaakt van een gelijkvormigheidscontrole vóór de ingebruikname overeenkomstig hoofdstuk 6.4. Sommige afwijkende beschikkingen zijn alleen van toepassing tot een uiterste datum van uitvoering ter plaatse zoals bepaald in de betrokken afwijkende beschikkingen:

  1. 1.

    Dossier van de elektrische installatie van gemeenschappelijke delen van een residentieel geheel

    Het is toegelaten, in afwijking van de voorschriften van afdeling 9.1.1. , zich te beperken tot de inhoud van het dossier van een huishoudelijke elektrische installatie ( afdeling 9.1.2. ).

  2. 2.

    Bescherming tegen elektrische schokken door onrechtstreekse aanraking van gemeenschappelijke delen van een residentieel geheel

    Het is toegelaten, in afwijking van de voorschriften van de 5de alinea van punt b. van onderafdeling 4.2.4.3. , de in de punten 1° en 2° bedoelde stroombanen niet door een differentieelstroombeschermingsinrichting met een grote of zeer grote gevoeligheid te beschermen voor elektrische installaties waarvan de uitvoering ter plaatse is aangevangen vóór 01/06/2023. Deze afwijking is ook van toepassing op elke niet belangrijke wijziging of uitbreiding die op deze stroombanen wordt aangebracht.

    Het is toegelaten, in afwijking van de voorschriften van de 6de alinea van punt b. van onderafdeling 4.2.4.3. , meer dan acht eindstroombanen per differentieelstroombeschermingsinrichting met een grote of zeer grote gevoeligheid in dienst te laten voor elektrische installaties waarvan de uitvoering ter plaatse is aangevangen vóór 01/06/2023.

    Het is toegelaten, in afwijking van de voorschriften van de 10de alinea van punt b. van onderafdeling 4.2.4.3. , een differentieelstroombeschermingsinrichting met een grote of zeer grote gevoeligheid voor het geheel van de verlichtingsstroombanen en een differentieelstroombeschermingsinrichting met een grote of zeer grote gevoeligheid voor elke andere stroombaan of groep van stroombanen die ten hoogste zestien enkelvoudige of meervoudige contactdozen bevat in dienst te laten voor elektrische installaties waarvan de uitvoering ter plaatse is aangevangen vóór 01/06/2023.

  3. 3.

    Contactdozen

    Het is toegelaten, in afwijking van de voorschriften van onderafdeling 5.1.3.1. en van onderafdeling 5.3.5.2. , a. , de contactdozen die overeenkomstig boek 1 conform waren geïnstalleerd vóór 01/03/2025 , in dienst te laten.

  4. 4.

    Bescherming van ruimten die een bad en/of een douche bevatten

    4.1. De in onderafdeling 6.5.8.1. , 3. bedoelde afwijkingen zijn van toepassing.

    4.2. In afwijking van onderafdeling 7.1.5.2. , e., is het toegelaten om de in deze ruimten doorgaande elektrische leidingen die niet bestemd zijn voor de voeding van deze ruimten, in dienst te laten. Indien deze elektrische leidingen een wapening omvatten, zijn zij bekleed met isolerend materiaal over hun gehele traject.

  5. 5.

    Beschermingsmaatregelen in elektrische installaties

    5.1. Het is toegelaten, in afwijking van punt b.3. van onderafdeling 4.2.3.4. , tweefasige stroombanen in vaste elektrische installaties volgens een TN-netsysteem in dienst te laten waarvan de PEN-geleider een doorsnede kleiner dan 10 mm² in koper of 16 mm² in aluminium heeft, waarvan de uitvoering ter plaatse vóór 01/04/2026 werd aangevangen.

    5.2. Het is toegelaten, in afwijking van punt d.2. van onderafdeling 4.2.3.4. , elektrische installaties volgens een IT-netsysteem die niet met een permanente isolatiebewaking zijn uitgerust om het bestaan van een eerste massa- of aardfout te melden, in dienst te laten, op voorwaarde dat:

    • de waarschuwing van een eerste massa- of aardfout uit veiligheidsoogpunt niet noodzakelijk is; en

    • dit niet vereist is in de bijzondere gevallen vermeld in Boek 1 ; en

    • voldaan wordt aan de in de eerste alinea van punt d.2. van onderafdeling 4.2.3.4. bedoelde voorschrift; en

    • de uitvoering ter plaatse vóór 01/04/2026 werd aangevangen.

    De afwijking van de bepaling onder 5. is ook van toepassing op niet belangrijke wijzigingen of uitbreidingen die op deze elektrische installaties worden aangebracht.

Bewerkte weergave van de officiële bron; dit vervangt geen professionele controle of keuring.

Bronstatus
Extractiestatus: bewerkt uit de officiële bron
Inhoud-SHA-256:
fb588acf6d84ea7386fbeadd9c20ec1d6a9e7cdad51bb61567967337f00004ab
PDF-SHA-256:
339f4869bb0b7d4ac424fcc5ea15f27c5d78fbf619091547111265670c28c335