Ledstrip berekenen: welke voeding, hoeveel voedingspunten, welke doorsnede?
Bereken vermogen, stroom, voeding, voedingspunten en voedingskabel voor ledstrips op 12, 24 en 48 V. Met formules, tabellen, het RGBW-geval, de AREI-regels voor ZLVS en badkamer en een gratis calculator.
Een ledstrip verbruikt watt per meter maal lengte, de stroom is dat vermogen gedeeld door de spanning, en de voeding kies je met ongeveer 20 % reserve. Vijf meter strip van 14,4 W/m op 24 V vraagt 72 W en 3 A: een voeding van 100 W volstaat. Daarna bepalen twee lengtes de kwaliteit: hoe ver je de strip in één stuk mag voeden en hoe lang de kabel van de voeding naar de strip is. Beide reken je in een minuut uit met de gratis ledstripcalculator, waarna je de installatie in PlanElec uitwerkt tot in het eendraadschema.
Hoe bereken je vermogen en stroom van een ledstrip?
Twee formules volstaan:
- vermogen:
P = W/m × lengte - stroom:
I = P / U
Het vermogen per meter staat in de datasheet en geldt bij volle helderheid. Bij strips met meerdere kanalen (CCT, RGB, RGBW) is het de waarde met alle kanalen op vollast. Reken met die waarde, ook als je de kleuren later zelden tegelijk voluit zet. Neem de lengte die je echt plaatst: een strip knip je alleen op de knipmarkeringen, meestal elke 50 of 100 mm. Van 2,37 m wordt dan 2,35 m bij een knipmaat van 50 mm.
| Strip 24 V, 14,4 W/m | Vermogen | Stroom | Nodig met 20 % reserve | Voeding |
|---|---|---|---|---|
| 2 m | 28,8 W | 1,2 A | 34,6 W | 36 W |
| 3 m | 43,2 W | 1,8 A | 51,8 W | 60 W |
| 5 m | 72 W | 3,0 A | 86,4 W | 100 W |
| 8 m | 115,2 W | 4,8 A | 138,2 W | 150 W |
| 10 m | 144 W | 6,0 A | 172,8 W | 185 W |
| 15 m | 216 W | 9,0 A | 259,2 W | 320 W |
De kolom voeding toont de eerstvolgende gangbare handelsmaat. De datasheet van je voeding bepaalt de werkelijke reeks.
Hoe groot moet de voeding zijn?
Reken voeding ≥ P × 1,2. De 20 % reserve houdt de voeding koel en duurzaam en vangt toleranties van strip en voeding op. Zit de voeding in een krap vals plafond, in een meubel of bij hoge omgevingstemperatuur, dan geldt bovendien de derating uit de datasheet: veel toestellen leveren daar minder dan hun nominaal vermogen.
Zo beantwoord je ook de omgekeerde vraag: hoeveel strip past op een bestaande voeding? Een voeding van 60 W levert met reserve 50 W, dus ruim 5 m strip van 9,6 W/m of bijna 3,5 m van 14,4 W/m. Volstaat de grootste voeding niet, dan verdeel je de installatie in delen met elk een eigen voeding.
12 V, 24 V of 48 V?
Bij hetzelfde vermogen halveert de dubbele spanning de stroom, en de spanningsval in de kabel daalt in dezelfde verhouding. Voor 60 W over 5 m voedingskabel van 1,5 mm² koper:
| Spanning | Stroom bij 60 W | Spanningsval kabel | in % |
|---|---|---|---|
| 12 V | 5,0 A | 0,58 V | 4,9 % |
| 24 V | 2,5 A | 0,29 V | 1,2 % |
| 48 V | 1,25 A | 0,15 V | 0,3 % |
24 V is de standaard in woningen: ruim verkrijgbaar, langere stukken per voedingspunt dan 12 V en in de badkamer binnen de ZLVS-grenzen (zie verder). 12 V blijft zinvol voor korte strips in meubels en nissen of bij bestaande 12V-componenten. 48 V komt tot zijn recht bij lange lijnen en profielsystemen. 5 V is voorbehouden aan digitale pixelstrips en heel korte stukken.
Wanneer heeft een ledstrip meerdere voedingspunten nodig?
Ook op de strip zelf valt spanning weg. Voed je hem te lang in één stuk, dan brandt het einde zichtbaar zwakker en verschuift bij RGB- en RGBW-strips de kleur. Fabrikanten geven daarom een maximale lengte per voedingspunt op. Die staat in de datasheet en daalt naarmate het vermogen per meter stijgt.
De berekening: voedingspunten = lengte ÷ maximale lengte per voedingspunt, naar boven afgerond. Een strip van 12 m met 5 m fabrikantlengte heeft drie voedingspunten nodig; elk draagt dan een derde van de stroom. Elk voedingspunt krijgt een eigen kabel vanaf de voeding, parallel getrokken. Voor een lichtkoof rondom betekent dat: voeding centraal, voedingspunten in de hoeken, in plaats van één lange band vanaf één kant.
Welke doorsnede voor de kabel van voeding naar strip?
Zeer lage spanning betekent hoge stromen bij een lage spanning, dus elke meter kabel telt. De formule is de bekende eenfasige formule zonder arbeidsfactor:
ΔU = 2 × ρ × L × I / S, met ρ = 0,0175 Ω·mm²/m voor koper en L de enkele lengte.
Voor een strip van 24 V met 3 A:
| Voedingskabel | 0,75 mm² | 1,5 mm² | 2,5 mm² |
|---|---|---|---|
| 5 m | 0,70 V · 2,9 % | 0,35 V · 1,5 % | 0,21 V · 0,9 % |
| 10 m | 1,40 V · 5,8 % | 0,70 V · 2,9 % | 0,42 V · 1,8 % |
| 15 m | 2,10 V · 8,8 % | 1,05 V · 4,4 % | 0,63 V · 2,6 % |
| max. bij 3 % | 5,1 m | 10,3 m | 17,1 m |
We plannen met hoogstens 3 % spanningsval op de voedingskabel, zodat de strip gelijkmatig brandt. Het AREI noemt voor voedingskabels op zeer lage spanning geen vast percentage; we nemen de 3 % over die voor verlichtingskringen gebruikelijk is, als planningsgrens. De stroombelastbaarheid van dunne kabels controleer je bijkomend volgens de fabrikant; de calculator stelt daarom pas vanaf 0,75 mm² een doorsnede voor. De basis voor spanningsval op 230 V lees je in Spanningsval berekenen.
Wat verandert er bij RGB, RGBW en tunable white?
Strips met meerdere kanalen verdelen hun vermogen over de kanalen: twee bij CCT (tunable white), drie bij RGB, vier bij RGBW, vijf bij RGB+CCT. Een RGBW-strip van 19,2 W/m over 4 m vraagt 76,8 W en 3,2 A, dus 0,8 A per kanaal. Daaruit volgen drie planningspunten:
- Controller: hij moet de stroom per kanaal leveren. 0,8 A is geen probleem, 15 m van dezelfde strip met 3 A per kanaal niet meer voor elke controller.
- Aantal aders: de gemeenschappelijke plus en één geleider per kanaal. Mono heeft 2 aders, CCT 3, RGB 4, RGBW 5, RGB+CCT 6.
- Spanningsval: de gemeenschappelijke plusgeleider voert de stroom van alle kanalen, elke kanaalgeleider alleen zijn deel. De werkzame stroom is daardoor kleiner dan bij een even sterke strip met één kanaal. In het voorbeeld met 5 m en 0,75 mm² geeft dat 1,9 % in plaats van 3,1 %. De calculator houdt daar automatisch rekening mee.
Wat eist het AREI bij ledstrips?
Spanning en aard van de stroom staan op het eendraadschema. Onderafdeling 3.1.2.1 a vraagt dat voor elke huishoudelijke installatie. Een strip achter een voeding documenteer je dus met „24 V ⎓“, niet alleen met de 230V-kring ervoor. Tabel 2.23 heeft daarvoor een eigen symbool gelijkrichter AC↔DC; een veiligheidstransformator met AC-uitgang krijgt het transformatorsymbool.
ZLVS vraagt een toegelaten bron en een correcte scheiding. Onderafdeling 4.2.5.3 a bepaalt de toegelaten bronnen: een ledvoeding met ZLVS-uitgang voldoet daaraan, „lage spanning“ op zich nog niet. Volgens 4.2.5.3 c leg je ZLVS-geleiders met 10 mm afstand tot andere kringen, met bijkomende isolatie of in een kabel die volledig geïsoleerd is voor de hoogste aanwezige spanning. Dat speelt vooral in gedeelde dozen met drukknop, controller en 230V-bedrading.
In de badkamer tellen volume en spanning. Tabel 7.2 bij onderafdeling 7.1.4.2 a laat in de volumes 0 en 1 hoogstens 12 V wisselspanning of 30 V rimpelvrije gelijkspanning toe, in volume 2 tot 25 V AC of 60 V DC. Een strip van 24 V DC in een douchenis mag dus, als hij geschikt is voor dat volume. De ZLVS-bron, dus de voeding, staat volgens onderafdeling 7.1.5.2 buiten de volumes 0 en 1. Welke kabels in welk volume mogen, lees je in Kabels in de badkamer volgens de AREI-volumes.
Zo reken je online
De ledstripcalculator geeft alle waarden uit dit artikel in één overzicht: vermogen, stroom totaal en per kanaal, nodige voedingspunten, grootte van de voeding, aanbevolen doorsnede van de voedingskabel en de vergelijking van doorsneden met spanningsval, eindspanning en maximale lengte. Hij dekt 5, 12, 24 en 48 V, strips met één kleur, CCT, RGB, RGBW en RGB+CCT, start met typische striptypes en neemt je eigen datasheetwaarden over.
Elk resultaat deel je als link of druk je af, handig om af te stemmen met klant en leverancier. AI-assistenten in de browser gebruiken de calculator rechtstreeks via WebMCP en geven dezelfde deelbare link terug.
De rollen zijn duidelijk: de calculator levert het ontwerp op basis van je datasheetwaarden. De fabrikantgegevens over lengte per voedingspunt, derating, warmteafvoer in het profiel en stroombelastbaarheid van de kabel bevestigt de betreffende datasheet.
Veelgestelde vragen
Mag ik de strip in het midden voeden?
Ja. Een voeding in het midden halveert de lengte naar elke kant en telt als twee voedingspunten over elk de halve striplengte. Voor lange lijnen is dat vaak eleganter dan twee kabels naar beide uiteinden.
Heeft elke ledstrip een aluminium profiel nodig?
Vanaf een gemiddeld vermogen wel: het profiel voert de warmte af en bepaalt samen met de afdekking het lichtbeeld. Hoeveel vermogen per meter zonder profiel mag, bepaalt de fabrikant.
Hoeveel meter past op een voeding van 100 W?
Met 20 % reserve heb je ruim 83 W: ongeveer 5,8 m bij 14,4 W/m, 8,7 m bij 9,6 W/m of 4,3 m bij 19,2 W/m (RGBW).
Mag ik twee voedingen op één strip aansluiten?
Plan liever aparte delen met elk een eigen voeding. Of voedingen parallel of op een doorlopende strip mogen werken, beslist uitsluitend de fabrikant.
Hoort de voeding in het verdeelbord of bij de strip?
Beide werken. Op de DIN-rail in het verdeelbord is ze bereikbaar en koel, maar vraagt ze lange kabels op zeer lage spanning; dan beslist de doorsnedetabel hierboven. Decentraal dicht bij de strip blijft de voedingskabel kort, maar de voeding moet bereikbaar en geschikt zijn voor de inbouwplaats.
Welke kabel komt tussen controller en RGBW-strip?
Een vijfaderige kabel (gemeenschappelijke plus en vier kanalen), gedimensioneerd op de kanaalstroom en de lengte. Bij RGB+CCT zijn het zes aders.
Ledverlichting plannen in PlanElec
In PlanElec plaats je armaturen, voeding, schakelaars en drukknoppen rechtstreeks op het grondplan, wijs je ze toe aan stroomkringen en maak je er eendraadschema, situatieplan en materiaallijst van. De zelfcontrole bewaakt onder meer het aantal lichtpunten per kring en de spanningsval. Sturingen met Shelly- of KNX-actoren en drukknoppen plan je in hetzelfde project. Registreer je gratis en start je eerste verlichtingsplan.
Gerelateerde artikels
- Spanningsval berekenen: hoe lang mag je kabel zijn?
- Kabels in de badkamer volgens de AREI-volumes
- Smart Home en AREI: waar let je op bij domotica?
Officiële basis: FOD Economie, AREI Boek 1 V06, in het bijzonder onderafdeling 3.1.2.1, tabel 2.23, onderafdeling 4.2.5.3 en de onderafdelingen 7.1.4.2 en 7.1.5.2.
Van berekening naar volledige documentatie
Reken voeding, voedingspunten en voedingskabel uit met de ledcalculator en neem de installatie over in PlanElec: eendraadschema, situatieplan en materiaallijst uit één project.
Fictief voorbeelddossier, zonder registratie te bekijken.