Situatieplan tekenen: stap-voor-stap handleiding volgens het AREI
Zo teken je een controleerbaar situatieplan volgens het AREI: grondplan, symbolen uit tabel 2.23, kringreferenties zoals in het eendraadschema, legende, titelblok en controleronde.
Een situatieplan teken je in vijf stappen: het grondplan op schaal voorbereiden, symbolen uit AREI-tabel 2.23 kiezen, alle punten op hun werkelijke plaats intekenen, elk punt aanduiden met kringletter en nummer uit het eendraadschema en het plan afwerken met legende en titelblok. Voor nieuwe huishoudelijke installaties en voor belangrijke wijzigingen of uitbreidingen hoort het samen met het eendraadschema bij de verplichte plannen (AREI 3.1.2.1 a). In het Frans heet het plan de position.
Kort uitgelegd: het eendraadschema toont de elektrische structuur (welke beveiliging welke kring voedt, welke schakelaar welk lichtpunt bedient). Het situatieplan toont de fysieke plaats van elk onderdeel op het grondplan.
Deze handleiding brengt je stap voor stap naar een controleerbaar situatieplan. Bij de keuring beoordeelt het erkende controleorganisme het volledige dossier en de uitgevoerde installatie.
Stap 1: grondplan voorbereiden
Afmetingen en schaal
Het grondplan is de basis van je situatieplan. Je neemt het over van het bouwplan of tekent het zelf.
- Werk met een uniforme schaal (gebruikelijk: 1:50 of 1:100). Het AREI definieert een plan als voorstelling op schaal van de plaats van de installatiedelen (hoofdstuk 2.12); een bepaalde verhouding schrijft het niet voor.
- Teken alle muren, deuren en ramen in.
- Markeer de draairichting van deuren (kwartcirkel); die bepaalt waar de schakelaar logisch zit.
In PlanElec importeer je daarvoor een bestaand plan als afbeelding, pdf of DXF en kalibreer je de schaal, of laat je muren en ruimtes uit een pdf of scan herkennen als bewerkbaar voorstel. Zonder bevestigde schaal neemt PlanElec geen herkend grondplan over.
Ruimtes benoemen
Geef elke ruimte een duidelijke naam. Een afkorting helpt als de ruimte krap is:
| Afkorting | Ruimte | Waar je op let bij het intekenen |
|---|---|---|
| WK | Woonkamer | stopcontacten op hun werkelijke wandpositie, lichtpunten, schakelaars |
| KE | Keuken | vaste toestellen zoals kookplaat, oven en vaatwasser apart |
| SK | Slaapkamer | stopcontacten op hun werkelijke plaats, lichtpunt en schakelaar aan de deur |
| BK | Badkamer | volumes 0, 1 en 2 en de plaats van elk stopcontact daartegenover |
| HA | Hal/gang | wissel- of kruisschakelingen met alle bedieningspunten |
| GA | Garage | laadpaal, buitenstopcontacten, eventueel verdeelbord |
| KL | Kelder | verdeelbord, meter, techniek zoals warmtepomp of boiler |
| BU | Buitenzone | buitenverlichting, buitenstopcontacten, buitenunits |
Stap 2: AREI-symbolen gebruiken
Tabel 2.23 in hoofdstuk 2.13 is de officiële, niet-limitatieve symbolenlijst voor eendraadschema en situatieplan. Ontbreekt een symbool voor een onderdeel, dan gebruik je een ander ondubbelzinnig herkenbaar teken en definieer je het in de legende (3.1.2.1 a). Het volledige overzicht vind je in AREI-symbolen voor het eendraadschema.
Tip: voor gangbare onderdelen neem je de symbolen uit tabel 2.23. Eigen symbolen moeten ondubbelzinnig zijn en in de legende staan; een niet-verklaard symbool voldoet niet aan 3.1.2.1 a.
Stap 3: onderdelen intekenen
Nu plaats je de symbolen op het grondplan. Onderafdeling 3.1.2.3 a vraagt de plaats van verdeelborden, verbindings- en aftakdozen, stopcontacten, lichtpunten, schakelaars, vaste toestellen en bronnen die op het eendraadschema staan.
Stopcontacten
- Op de wand tekenen, op de werkelijke positie.
- Keuken: werkstopcontacten en vaste toestellen apart opnemen; aantal en aparte kringen volgen uit gebruik en ontwerp.
- Woonruimtes: alle geplande of aanwezige stopcontacten intekenen; een minimumaantal per oppervlakte legt het AREI niet op.
- Badkamer: laagspanningsstopcontacten zijn ten vroegste in volume 2 toegelaten, en alleen als ze beveiligd zijn door een differentieelstroominrichting met zeer hoge gevoeligheid (≤ 10 mA) of afzonderlijk door een scheidingstransformator van maximaal 100 W (7.1.5.2 d); anders liggen ze buiten de volumes. Volume 2 bestaat alleen bij een bad; voor een douche is het niet vastgelegd (7.1.3.2 nr. 3 b).
- Buiten: kies de beschermingsgraad volgens de werkelijke uitwendige invloeden; stopcontacten die niet voor vaste toestellen bestemd zijn, zitten net als binnen achter het bijkomende differentieel ≤ 30 mA (4.2.4.3 b).
Schakelaars
- Naast de deur aan de openingszijde, gebruikelijk op ongeveer 105 cm (praktijkwaarde; Boek 1 legt geen vaste schakelaarhoogte op).
- Wisselschakelaars in ruimtes met meerdere ingangen en aan begin en einde van de trap; vanaf drie bedieningspunten met kruisschakelaar. Meer in Wissel- en kruisschakelaar in het eendraadschema.
- De koppeling met het lichtpunt toont de referentie: de schakelaar draagt de letter van zijn kring en het nummer van het bediende lichtpunt (3.1.2.1 a). Een stippellijn is een extra leeshulp.
Lichtpunten
- Plafondlampen op hun geplande positie, anders in het midden van de ruimte.
- Wandlampen op de wandpositie.
- Teken alle geplande of aanwezige lichtpunten; het aantal volgt uit gebruik en ontwerp.
Rookmelders apart houden
Rookmelders kun je als extra gebouwinformatie intekenen. De verplichting komt uit regionale bouw- en woonregelgeving en verschilt per gewest en gebruik; controleer ze aan de actuele bevoegde bron. Tot de verplichte inhoud van het AREI-situatieplan horen ze niet, dus houd je ze op het plan duidelijk gescheiden van de kringreferenties.
Speciale verbruikers
- Laadpaal: in de garage of aan de buitenmuur, met eigen kring.
- Boiler/doorstromer: positie, vermogen en aansluitwijze noteren; de kring bepaal je volgens toestelvereisten en geldende regels.
- Warmtepomp/airco: buiten- en binnenunit markeren.
- PV-installatie: omvormer en eventueel batterij als bronnen intekenen (3.1.2.3 a).
Stap 4: referenties tussen beide plannen volgen
Elke elementaire kring krijgt een hoofdletter, elk punt een volgnummer vanaf de beveiliging. Op het situatieplan staat bij elk punt dezelfde combinatie als op het eendraadschema. Alleen de kringletter bij alle toestellen zetten volstaat niet: pas het nummer maakt elk punt eenduidig.
Fictief productvoorbeeld: dezelfde verbruikers terugvinden
De twee echte productweergaven tonen hetzelfde demonstratieproject in twee werkstanden. Ze verklaren de koppeling; in het schema zijn nog waarschuwingen van de voorbeeldstand zichtbaar.


| Referentie op het grondplan | Vermelding in het schema | Op de werf vergelijken |
|---|---|---|
| E1 | E, punt 1: oven | toestelidentiteit en werkelijke aansluitplaats |
| F1 | F, punt 1: vaatwasser | aansluitpunt en gedocumenteerde toewijzing |
| G1 | G, punt 1: wasmachine | toestel en plaats in de ruimte |
C1 staat in het voorbeeld bij de schakelaar en bij het bijbehorende lichtpunt: beide verwijzen naar hetzelfde geschakelde lichtpunt. De dubbele referentie is hier dus bewust en geen duplicaatfout. Controleer de schakelrelatie voordat je hernummert.
Verplaats je een toestel, dan controleer je plaats en elektrische toewijzing apart. Verandert het van kring, dan pas je de referentie in beide documenten aan. Na aanvullingen volgt een tweede persoon steekproefsgewijs grondplan, schema en opschriften in het verdeelbord.
Stap 5: legende en titelblok
Vul je plan aan met:
- Legende met alle gebruikte symbolen en hun betekenis, zeker voor eigen tekens.
- Titelblok (cartouche) met de AREI-verplichte gegevens: nummer, versie en versiedatum (3.1.2), adres van de installatie en naam, hoedanigheid en eventueel btw-nummer van de verantwoordelijke voor de uitvoering (3.1.2.1 a); daarnaast de schaal en ruimte voor handtekening en visum.
- Noordpijl (optioneel, maar handig).
- Verdiepingsaanduiding bij meerdere bouwlagen; één blad per verdieping blijft het best leesbaar.
Veelgemaakte fouten
| Fout | Gevolg | Oplossing |
|---|---|---|
| rookmelderplicht als AREI-regel behandelen | verkeerde toetsingsbasis | apart aan de actuele regionale bron toetsen en aanduiden |
| buitenstopcontact algemeen behandelen | beschermingsgraad of beveiliging past niet bij de uitwendige invloeden | beschermingsgraad en differentieel per project controleren |
| ontbrekende opschriften of kringnummers | punten zijn niet aan het schema te koppelen | elk punt met letter en nummer aanduiden |
| niet-verklaarde symbolen | in strijd met 3.1.2.1 a | symbolen uit tabel 2.23 gebruiken; eigen tekens ondubbelzinnig kiezen en in de legende verklaren |
| schakelaar aan de verkeerde deurzijde | onpraktisch (geen AREI-overtreding) | draairichting controleren |
| badkamerstopcontact verkeerd t.o.v. het volume getekend | plan en uitvoering leiden tot een veiligheidsrelevante vaststelling | volumes en beveiliging volgens hoofdstuk 7.1 controleren |
| geen legende | eigen tekens zijn niet leesbaar | symbolentabel toevoegen |
Checklist vóór de keuring
- Alle ruimtes benoemd
- Alle verdeelborden, dozen, stopcontacten, schakelaars, lichtpunten, vaste toestellen en bronnen ingetekend
- Rookmelders, indien getekend, apart gecontroleerd en aangeduid
- Buitenstopcontacten met projectgebonden beschermingsgraad en beveiliging opgenomen
- Kringletter en nummer bij elk punt
- Referenties komen overeen met het eendraadschema
- Symbolen uit tabel 2.23, eigen tekens in de legende
- Titelblok met nummer, versie, datum, adres en verantwoordelijke
- Eén blad per verdieping
Praktijkcontrole: klopt het plan met het gebouw?
Loop na het tekenen met het plan door het gebouw. Begin bij het verdeelbord en volg elke kring. Controleer niet alleen of een stopcontact aanwezig is, maar ook of meervoudig stopcontact, geschakeld stopcontact, verbindingsdoos, vaste aansluiting en lichtpunt correct onderscheiden zijn. Bij schakelaars moet de referentie tonen welk lichtpunt of toestel ze bedienen. Toestellen achter inbouwmeubelen, buitenelementen, technische ruimtes en bijgebouwen worden snel vergeten.
Daarna vergelijk je met het eendraadschema. Een element met referentie A3 op het situatieplan verschijnt daar als hetzelfde element in kring A. Tegenstrijdige toewijzingen en later verplaatste toestellen zijn de meest voorkomende oorzaken van tegenstrijdige documenten. Bij meerdere verdiepingen of gebouwdelen helpt een duidelijke bladstructuur; nummer, versie en versiedatum staan op elk uitgegeven plan.
Het situatieplan toont de werkelijke toestand, niet alleen de oorspronkelijke bedoeling. Een wijziging markeer je pas als afgerond wanneer leidingtraject en toestelpositie ter plaatse gecontroleerd zijn. Bij een niet-belangrijke wijziging volstaat voor het eendraadschema een korte beschrijving; op het situatieplan teken je de wijziging toch in (3.1.2.1 a). Bij belangrijke wijzigingen of uitbreidingen maak of actualiseer je eendraadschema en situatieplan, en de betrokken werken worden vóór ingebruikname gecontroleerd.
Wat het plan niet beslist
Een symbool bewijst geen montagehoogte, beschermingsgraad, badkamervolume, aardingskwaliteit of uitschakeltijd. Die eigenschappen bepaal je met controle ter plaatse, metingen en fabrikantgegevens. Rookmelderverplichtingen komen uit regionale bouw- en woonregelgeving; het plan mag rookmelders tonen, maar elektrische keuring en regionale vereisten blijven aparte vragen.
PlanElec houdt toestelpositie en elektrische toewijzing samen in één projectmodel. Elementen die nog niet geplaatst, aan geen kring toegewezen of alleen als referentie geïmporteerd zijn, blijven zichtbaar open. De indicatieve zelfcontrole toont je fouten in de ondersteunde regels; de officiële beoordeling doet het erkende controleorganisme.
Leesbaarheid voor de keuring voorbereiden
Exporteer het plan één keer op het voorziene bladformaat. Symbolen, referenties en ruimtegrenzen blijven zonder sterk inzoomen te onderscheiden. Overlappende referenties verschuif je en verbind je met een duidelijke verwijslijn. Kleur helpt bij het bewerken, maar draagt nooit alleen een betekenis, omdat afdrukken vaak zwart-wit zijn.
Houd een lijst met open punten bij voor ontoegankelijke dozen, onbekende schakelrelaties of vermoedelijke leidingtrajecten. Die punten los je op vóór de definitieve versie, of je duidt ze zichtbaar aan als onbekend. Een nauwkeurig gemarkeerd gegevensgebrek is vakkundig eerlijker dan een symbool op een geschatte plaats. Laat ten slotte een tweede persoon steekproefsgewijs de referenties volgen tussen situatieplan, eendraadschema en opschriften in het verdeelbord.
Officiële bron
- FOD Economie: AREI/RGIE Boek 1, actuele officiële publicatie
- Bepalend zijn Boek 1 V06, hoofdstuk 2.12 (begrip plan), afdeling 3.1.2 (inhoud en codering), tabel 2.23 (symbolen) en hoofdstuk 7.1 (ruimtes met bad of douche).
Gerelateerde artikelen
- Eendraadschema maken: stap-voor-stap AREI-gids
- Eendraadschema of situatieplan: het verschil
- Elektrische keuring in België
- Verdeelkast plannen: opbouw en dimensionering
Met PlanElec teken je je situatieplan rechtstreeks op het grondplan: ruimtes aanmaken, toestellen uit de symbolencatalogus plaatsen, aan kringen toewijzen en situatieplan plus eendraadschema als pdf exporteren. Nu gratis starten →
Van de gids naar je eigen elektriciteitsplan
Maak een project en documenteer stroombanen, kabels en beveiligingen. Controleer het resultaat aan de hand van de werkelijke installatie.
Fictief voorbeelddossier, zonder registratie te bekijken.