Handleiding

Situatieplan tekenen: stap-voor-stap handleiding volgens het AREI

Zo teken je een controleerbaar situatieplan volgens het AREI: grondplan, symbolen uit tabel 2.23, kringreferenties zoals in het eendraadschema, legende, titelblok en controleronde.

Gepubliceerd op 30 maart 2026 Bijgewerkt op 5 oktober 2026 12 min

Een situatieplan teken je in vijf stappen: het grondplan op schaal voorbereiden, symbolen uit AREI-tabel 2.23 kiezen, alle punten op hun werkelijke plaats intekenen, elk punt aanduiden met kringletter en nummer uit het eendraadschema en het plan afwerken met legende en titelblok. Voor nieuwe huishoudelijke installaties en voor belangrijke wijzigingen of uitbreidingen hoort het samen met het eendraadschema bij de verplichte plannen (AREI 3.1.2.1 a). In het Frans heet het plan de position.

Kort uitgelegd: het eendraadschema toont de elektrische structuur (welke beveiliging welke kring voedt, welke schakelaar welk lichtpunt bedient). Het situatieplan toont de fysieke plaats van elk onderdeel op het grondplan.

Deze handleiding brengt je stap voor stap naar een controleerbaar situatieplan. Bij de keuring beoordeelt het erkende controleorganisme het volledige dossier en de uitgevoerde installatie.


Stap 1: grondplan voorbereiden

Afmetingen en schaal

Het grondplan is de basis van je situatieplan. Je neemt het over van het bouwplan of tekent het zelf.

  • Werk met een uniforme schaal (gebruikelijk: 1:50 of 1:100). Het AREI definieert een plan als voorstelling op schaal van de plaats van de installatiedelen (hoofdstuk 2.12); een bepaalde verhouding schrijft het niet voor.
  • Teken alle muren, deuren en ramen in.
  • Markeer de draairichting van deuren (kwartcirkel); die bepaalt waar de schakelaar logisch zit.

In PlanElec importeer je daarvoor een bestaand plan als afbeelding, pdf of DXF en kalibreer je de schaal, of laat je muren en ruimtes uit een pdf of scan herkennen als bewerkbaar voorstel. Zonder bevestigde schaal neemt PlanElec geen herkend grondplan over.

Ruimtes benoemen

Geef elke ruimte een duidelijke naam. Een afkorting helpt als de ruimte krap is:

AfkortingRuimteWaar je op let bij het intekenen
WKWoonkamerstopcontacten op hun werkelijke wandpositie, lichtpunten, schakelaars
KEKeukenvaste toestellen zoals kookplaat, oven en vaatwasser apart
SKSlaapkamerstopcontacten op hun werkelijke plaats, lichtpunt en schakelaar aan de deur
BKBadkamervolumes 0, 1 en 2 en de plaats van elk stopcontact daartegenover
HAHal/gangwissel- of kruisschakelingen met alle bedieningspunten
GAGaragelaadpaal, buitenstopcontacten, eventueel verdeelbord
KLKelderverdeelbord, meter, techniek zoals warmtepomp of boiler
BUBuitenzonebuitenverlichting, buitenstopcontacten, buitenunits

Stap 2: AREI-symbolen gebruiken

Tabel 2.23 in hoofdstuk 2.13 is de officiële, niet-limitatieve symbolenlijst voor eendraadschema en situatieplan. Ontbreekt een symbool voor een onderdeel, dan gebruik je een ander ondubbelzinnig herkenbaar teken en definieer je het in de legende (3.1.2.1 a). Het volledige overzicht vind je in AREI-symbolen voor het eendraadschema.

Tip: voor gangbare onderdelen neem je de symbolen uit tabel 2.23. Eigen symbolen moeten ondubbelzinnig zijn en in de legende staan; een niet-verklaard symbool voldoet niet aan 3.1.2.1 a.


Stap 3: onderdelen intekenen

Nu plaats je de symbolen op het grondplan. Onderafdeling 3.1.2.3 a vraagt de plaats van verdeelborden, verbindings- en aftakdozen, stopcontacten, lichtpunten, schakelaars, vaste toestellen en bronnen die op het eendraadschema staan.

Stopcontacten

  • Op de wand tekenen, op de werkelijke positie.
  • Keuken: werkstopcontacten en vaste toestellen apart opnemen; aantal en aparte kringen volgen uit gebruik en ontwerp.
  • Woonruimtes: alle geplande of aanwezige stopcontacten intekenen; een minimumaantal per oppervlakte legt het AREI niet op.
  • Badkamer: laagspanningsstopcontacten zijn ten vroegste in volume 2 toegelaten, en alleen als ze beveiligd zijn door een differentieelstroominrichting met zeer hoge gevoeligheid (≤ 10 mA) of afzonderlijk door een scheidingstransformator van maximaal 100 W (7.1.5.2 d); anders liggen ze buiten de volumes. Volume 2 bestaat alleen bij een bad; voor een douche is het niet vastgelegd (7.1.3.2 nr. 3 b).
  • Buiten: kies de beschermingsgraad volgens de werkelijke uitwendige invloeden; stopcontacten die niet voor vaste toestellen bestemd zijn, zitten net als binnen achter het bijkomende differentieel ≤ 30 mA (4.2.4.3 b).

Schakelaars

  • Naast de deur aan de openingszijde, gebruikelijk op ongeveer 105 cm (praktijkwaarde; Boek 1 legt geen vaste schakelaarhoogte op).
  • Wisselschakelaars in ruimtes met meerdere ingangen en aan begin en einde van de trap; vanaf drie bedieningspunten met kruisschakelaar. Meer in Wissel- en kruisschakelaar in het eendraadschema.
  • De koppeling met het lichtpunt toont de referentie: de schakelaar draagt de letter van zijn kring en het nummer van het bediende lichtpunt (3.1.2.1 a). Een stippellijn is een extra leeshulp.

Lichtpunten

  • Plafondlampen op hun geplande positie, anders in het midden van de ruimte.
  • Wandlampen op de wandpositie.
  • Teken alle geplande of aanwezige lichtpunten; het aantal volgt uit gebruik en ontwerp.

Rookmelders apart houden

Rookmelders kun je als extra gebouwinformatie intekenen. De verplichting komt uit regionale bouw- en woonregelgeving en verschilt per gewest en gebruik; controleer ze aan de actuele bevoegde bron. Tot de verplichte inhoud van het AREI-situatieplan horen ze niet, dus houd je ze op het plan duidelijk gescheiden van de kringreferenties.

Speciale verbruikers

  • Laadpaal: in de garage of aan de buitenmuur, met eigen kring.
  • Boiler/doorstromer: positie, vermogen en aansluitwijze noteren; de kring bepaal je volgens toestelvereisten en geldende regels.
  • Warmtepomp/airco: buiten- en binnenunit markeren.
  • PV-installatie: omvormer en eventueel batterij als bronnen intekenen (3.1.2.3 a).

Stap 4: referenties tussen beide plannen volgen

Elke elementaire kring krijgt een hoofdletter, elk punt een volgnummer vanaf de beveiliging. Op het situatieplan staat bij elk punt dezelfde combinatie als op het eendraadschema. Alleen de kringletter bij alle toestellen zetten volstaat niet: pas het nummer maakt elk punt eenduidig.

Fictief productvoorbeeld: dezelfde verbruikers terugvinden

De twee echte productweergaven tonen hetzelfde demonstratieproject in twee werkstanden. Ze verklaren de koppeling; in het schema zijn nog waarschuwingen van de voorbeeldstand zichtbaar.

Situatieplan van het fictieve project met C1, E1, F1 en G1.
Op het fictieve grondplan vind je E1, F1 en G1 ruimtelijk terug. C1 koppelt de schakelaar aan het bijbehorende lichtpunt.
Afbeelding op oorspronkelijke grootte openen
Afgeleid eendraadschema van het fictieve project met kringen C, E, F en G.
Het afgeleide schema toont de bijbehorende kringen en punten. De zichtbare waarschuwingen markeren een werkversie die nog gecontroleerd wordt.
Afbeelding op oorspronkelijke grootte openen
Referentie op het grondplanVermelding in het schemaOp de werf vergelijken
E1E, punt 1: oventoestelidentiteit en werkelijke aansluitplaats
F1F, punt 1: vaatwasseraansluitpunt en gedocumenteerde toewijzing
G1G, punt 1: wasmachinetoestel en plaats in de ruimte

C1 staat in het voorbeeld bij de schakelaar en bij het bijbehorende lichtpunt: beide verwijzen naar hetzelfde geschakelde lichtpunt. De dubbele referentie is hier dus bewust en geen duplicaatfout. Controleer de schakelrelatie voordat je hernummert.

Verplaats je een toestel, dan controleer je plaats en elektrische toewijzing apart. Verandert het van kring, dan pas je de referentie in beide documenten aan. Na aanvullingen volgt een tweede persoon steekproefsgewijs grondplan, schema en opschriften in het verdeelbord.


Stap 5: legende en titelblok

Vul je plan aan met:

  • Legende met alle gebruikte symbolen en hun betekenis, zeker voor eigen tekens.
  • Titelblok (cartouche) met de AREI-verplichte gegevens: nummer, versie en versiedatum (3.1.2), adres van de installatie en naam, hoedanigheid en eventueel btw-nummer van de verantwoordelijke voor de uitvoering (3.1.2.1 a); daarnaast de schaal en ruimte voor handtekening en visum.
  • Noordpijl (optioneel, maar handig).
  • Verdiepingsaanduiding bij meerdere bouwlagen; één blad per verdieping blijft het best leesbaar.

Veelgemaakte fouten

FoutGevolgOplossing
rookmelderplicht als AREI-regel behandelenverkeerde toetsingsbasisapart aan de actuele regionale bron toetsen en aanduiden
buitenstopcontact algemeen behandelenbeschermingsgraad of beveiliging past niet bij de uitwendige invloedenbeschermingsgraad en differentieel per project controleren
ontbrekende opschriften of kringnummerspunten zijn niet aan het schema te koppelenelk punt met letter en nummer aanduiden
niet-verklaarde symbolenin strijd met 3.1.2.1 asymbolen uit tabel 2.23 gebruiken; eigen tekens ondubbelzinnig kiezen en in de legende verklaren
schakelaar aan de verkeerde deurzijdeonpraktisch (geen AREI-overtreding)draairichting controleren
badkamerstopcontact verkeerd t.o.v. het volume getekendplan en uitvoering leiden tot een veiligheidsrelevante vaststellingvolumes en beveiliging volgens hoofdstuk 7.1 controleren
geen legendeeigen tekens zijn niet leesbaarsymbolentabel toevoegen

Checklist vóór de keuring

  • Alle ruimtes benoemd
  • Alle verdeelborden, dozen, stopcontacten, schakelaars, lichtpunten, vaste toestellen en bronnen ingetekend
  • Rookmelders, indien getekend, apart gecontroleerd en aangeduid
  • Buitenstopcontacten met projectgebonden beschermingsgraad en beveiliging opgenomen
  • Kringletter en nummer bij elk punt
  • Referenties komen overeen met het eendraadschema
  • Symbolen uit tabel 2.23, eigen tekens in de legende
  • Titelblok met nummer, versie, datum, adres en verantwoordelijke
  • Eén blad per verdieping

Praktijkcontrole: klopt het plan met het gebouw?

Loop na het tekenen met het plan door het gebouw. Begin bij het verdeelbord en volg elke kring. Controleer niet alleen of een stopcontact aanwezig is, maar ook of meervoudig stopcontact, geschakeld stopcontact, verbindingsdoos, vaste aansluiting en lichtpunt correct onderscheiden zijn. Bij schakelaars moet de referentie tonen welk lichtpunt of toestel ze bedienen. Toestellen achter inbouwmeubelen, buitenelementen, technische ruimtes en bijgebouwen worden snel vergeten.

Daarna vergelijk je met het eendraadschema. Een element met referentie A3 op het situatieplan verschijnt daar als hetzelfde element in kring A. Tegenstrijdige toewijzingen en later verplaatste toestellen zijn de meest voorkomende oorzaken van tegenstrijdige documenten. Bij meerdere verdiepingen of gebouwdelen helpt een duidelijke bladstructuur; nummer, versie en versiedatum staan op elk uitgegeven plan.

Het situatieplan toont de werkelijke toestand, niet alleen de oorspronkelijke bedoeling. Een wijziging markeer je pas als afgerond wanneer leidingtraject en toestelpositie ter plaatse gecontroleerd zijn. Bij een niet-belangrijke wijziging volstaat voor het eendraadschema een korte beschrijving; op het situatieplan teken je de wijziging toch in (3.1.2.1 a). Bij belangrijke wijzigingen of uitbreidingen maak of actualiseer je eendraadschema en situatieplan, en de betrokken werken worden vóór ingebruikname gecontroleerd.

Wat het plan niet beslist

Een symbool bewijst geen montagehoogte, beschermingsgraad, badkamervolume, aardingskwaliteit of uitschakeltijd. Die eigenschappen bepaal je met controle ter plaatse, metingen en fabrikantgegevens. Rookmelderverplichtingen komen uit regionale bouw- en woonregelgeving; het plan mag rookmelders tonen, maar elektrische keuring en regionale vereisten blijven aparte vragen.

PlanElec houdt toestelpositie en elektrische toewijzing samen in één projectmodel. Elementen die nog niet geplaatst, aan geen kring toegewezen of alleen als referentie geïmporteerd zijn, blijven zichtbaar open. De indicatieve zelfcontrole toont je fouten in de ondersteunde regels; de officiële beoordeling doet het erkende controleorganisme.

Leesbaarheid voor de keuring voorbereiden

Exporteer het plan één keer op het voorziene bladformaat. Symbolen, referenties en ruimtegrenzen blijven zonder sterk inzoomen te onderscheiden. Overlappende referenties verschuif je en verbind je met een duidelijke verwijslijn. Kleur helpt bij het bewerken, maar draagt nooit alleen een betekenis, omdat afdrukken vaak zwart-wit zijn.

Houd een lijst met open punten bij voor ontoegankelijke dozen, onbekende schakelrelaties of vermoedelijke leidingtrajecten. Die punten los je op vóór de definitieve versie, of je duidt ze zichtbaar aan als onbekend. Een nauwkeurig gemarkeerd gegevensgebrek is vakkundig eerlijker dan een symbool op een geschatte plaats. Laat ten slotte een tweede persoon steekproefsgewijs de referenties volgen tussen situatieplan, eendraadschema en opschriften in het verdeelbord.

Officiële bron


Gerelateerde artikelen


Met PlanElec teken je je situatieplan rechtstreeks op het grondplan: ruimtes aanmaken, toestellen uit de symbolencatalogus plaatsen, aan kringen toewijzen en situatieplan plus eendraadschema als pdf exporteren. Nu gratis starten →

Van de gids naar je eigen elektriciteitsplan

Maak een project en documenteer stroombanen, kabels en beveiligingen. Controleer het resultaat aan de hand van de werkelijke installatie.

Fictief voorbeelddossier, zonder registratie te bekijken.