Tutorial

Zonnepanelen op het situatieschema: modules, omvormer en kabeltraject

Plaats PV-modules, omvormer, vaste scheiders, verdeelborden en kabeltrajecten op het situatieschema en houd de referenties gelijk aan het eendraadschema.

Gepubliceerd op 29 augustus 2026 10 min

Bij zonnepanelen krijgt het eendraadschema meestal de meeste aandacht. Daarop staan strings, omvormer, beveiligingen en aansluiting op het verdeelbord. Het situatieschema heeft een andere taak: de ruimtelijke ligging van de vaste elektrische onderdelen vastleggen. Voor onderhoud, verbouwing en controle moet duidelijk zijn op welk dakvlak de modules liggen, waar de omvormer hangt en hoe de vaste installatie het bord bereikt.

Een situatieschema is geen stabiliteitsplan van het dak en evenmin een volledig DC-schema. Het vult het eendraadschema aan zonder alle elektrische details dubbel te tekenen.

Werk vanuit een actuele as-built basis

Gebruik een herkenbaar grondplan met verdiepingen, lokalen, toegangen en belangrijke buitenzones. Voor een dakinstallatie kan een dakaanzicht of extra gevelaanzicht nodig zijn. Neem ter plaatse op:

  • exacte modulevelden en oriëntatie;
  • positie van centrale of micro-omvormers;
  • vaste DC- en AC-scheiders voor zover aanwezig;
  • hoofd- of onderverdeelkast waarop de installatie aansluit;
  • vaste doorvoeren en belangrijke kabeltrajecten;
  • meter- of meetkast wanneer nodig voor de identificatie;
  • batterij, backup-omschakeling of andere bron indien onderdeel van het systeem.

Neem het offerteplan niet zonder controle over. Dakbezetting, omvormerlocatie en kabelroute veranderen vaak tijdens de uitvoering.

Wat op het dakplan thuishoort

Teken het moduleveld zo dat de locatie ondubbelzinnig is. Afhankelijk van schaal en omvang toont u:

  • afzonderlijke modules of duidelijk begrensde modulegroepen;
  • het juiste dakvlak, bijgebouw, gevelvlak of terrein;
  • stringreferenties wanneer die de koppeling met het eendraadschema verduidelijken;
  • vaste DC-verzamel- of schakelkasten;
  • relevante dakranden, toegangen of brandcompartimenten voor zover ze de elektrische ligging verklaren.

Niet elke stekker onder ieder paneel hoeft op het situatieschema. Stringschakeling, polariteit, geleidergegevens en beschermingsketen horen voornamelijk op het PV-eendraadschema. Gebruik op beide documenten dezelfde string- en toestelcodes.

De omvormer precies plaatsen

Maak de werkelijke montagepositie herkenbaar en onderscheid indien van toepassing:

  • centrale stringomvormer;
  • meerdere omvormers;
  • micro-omvormers bij de modules;
  • hybride omvormer en afzonderlijke batterij;
  • bijbehorende vaste scheidings- of schakeltoestellen.

Alleen “garage” schrijven kan in een grote ruimte te vaag zijn. Plaats het symbool aan de juiste wand of technische zone. Bij buitenmontage moet de gevelzijde duidelijk zijn.

Kabeltrajecten functioneel tekenen

Een bruikbaar plan maakt zichtbaar hoe de vaste verbinding van het moduleveld naar de omvormer en vervolgens naar het verdeelbord loopt. Toon vooral gebouwdoorvoeren, kokers, stijgzones en verdiepingswissels die later uit zicht zijn.

Maak DC- en AC-traject onderscheidbaar met lijnsoort of tekst, niet uitsluitend met kleur. Een zwart-witafdruk moet leesbaar blijven. Bijvoorbeeld:

PV-DC  ─ ─ ─  gelijkstroomtraject vanaf het moduleveld
PV-AC  ─────  wisselstroomtraject naar het verdeelbord
DATA   ·····  vaste meet- of communicatielijn

Definieer de lijnen in de legende. Ze beschrijven geen kabeltype of plaatsingswijze; die gegevens staan bij de juiste kring op het eendraadschema.

Symbolen en projectlegende

Tabel 2.23 van AREI Boek 1 V06 is niet uitputtend. Een duidelijk projectsymbool voor moduleveld, omvormer of DC-scheider kan worden gebruikt wanneer de legende het vastlegt. Zorg voor:

  • voldoende grootte in de uiteindelijke PDF;
  • een ander teken of bijschrift voor omvormer en batterij;
  • vaste referenties op elke pagina;
  • onderscheid dat niet alleen van kleur afhangt;
  • scheiding tussen elektrisch toestel en bouwkundig object.

De AREI-symbolengids bespreekt de legende en technische bijschriften uitgebreider.

Gedeelde referenties met het eendraadschema

Deel 3 van AREI Boek 1 V06 gebruikt voor beide plannen een samenhangende kringreferentie. De AC-aftakking van de omvormer draagt op het situatieschema dus dezelfde code als op het eendraadschema. Als string- of toestelreferenties op beide voorkomen, moeten ook die gelijk zijn.

Controleer in twee richtingen:

  1. Elk vast PV-element op het situatieschema is terug te vinden op het eendraadschema of in de legende.
  2. Elk ruimtelijk relevant PV-onderdeel van het eendraadschema heeft een vindbare positie.
  3. Namen van verdeelborden en verdiepingen komen overeen.
  4. Adres, datum en documentversie zijn gelijk.

Lees eendraadschema versus situatieschema voor de precieze taakverdeling.

Bijzondere opstellingen

Micro-omvormers

Bij veel identieke toestellen is een gegroepeerd symbool met aantal, type en modulegroep vaak leesbaarder dan overlappende tekens. De elektrische parallelschakeling blijft op het eendraadschema zichtbaar.

Thuisbatterij

Plaats batterij, omvormer, vaste scheiders en een eventuele backupverdeler. Een batterij is geen PV-module en krijgt een eigen symbool. Afstanden en opstellingsvoorwaarden komen uit ontwerp en fabrikantdocumentatie; het plan registreert de uitgevoerde positie.

Bijgebouw of vrijstaande installatie

Toon het traject tussen gebouwen, de invoer en betrokken onderverdeelkasten. Een pijl “naar woning” zonder exact eindpunt is onvoldoende voor toekomstig werk.

Bestaande installatie

Deel 8 kent voor bepaalde bestaande huishoudelijke PV-installaties tot 10 kVA een beperkte afwijking waarbij een schriftelijke beschrijving, eventueel aangevuld met foto’s, kan volstaan. Veralgemeen die overgangsregel niet tot nieuwbouw of een belangrijke wijziging. Laat het toepassingsgeval beoordelen.

Dossier en foto’s

Foto’s zijn nuttig voor verborgen trajecten, daken en typeplaten, maar vervangen de gestructureerde plannen niet automatisch. Bewaar minstens:

  • definitief situatieschema en eendraadschema;
  • module- en omvormergegevens;
  • beschikbare string- en meetinformatie;
  • handleidingen en toestelverklaringen;
  • verslagen van een erkend controleorganisme;
  • latere wijzigingen met een nieuwe documentversie.

De eigenaar houdt het dossier beschikbaar en laat het bij wijzigingen actualiseren.

Controle vóór export

  • Staan modulevelden, omvormers en vaste extra toestellen op hun echte plaats?
  • Zijn DC- en AC-route herkenbaar en in de legende uitgelegd?
  • Komen kring-, string- en bordreferenties overeen met het eendraadschema?
  • Blijven symbolen en tekst leesbaar in het gekozen papierformaat?
  • Is dit de as-built toestand en niet alleen het oorspronkelijke voorstel?
  • Dragen beide plannen hetzelfde adres, dezelfde datum en versie?

Een plan over meerdere bladen organiseren

Wanneer dak, technische ruimte en verdeelborden niet leesbaar op één blad passen, gebruikt u benoemde deelplannen. Een overzicht toont de relatie tussen gebouw, dakvlakken en borden; detailbladen vergroten modulevelden en technische zones. Geef elk blad een nummer en gebruik duidelijke vervolgverwijzingen, bijvoorbeeld “PV-DC verder op blad S2”.

Elke uitsnede behoudt voldoende oriëntatie: verdieping, lokaal, noordpijl of herkenbare gevelzijde. Plaats dezelfde toestelcode niet op verschillende locaties tenzij er werkelijk meerdere toestellen zijn. Een compacte referentietabel kan symbool, toestel-ID, kring en blad koppelen. Daardoor blijft een groot project controleerbaar zonder onleesbaar kleine symbolen of lijnen die over de hele pagina lopen. Bij een latere uitbreiding moet ook de bladindex worden aangepast, anders kan een oud detailblad ten onrechte als actueel worden gelezen.

Praktijkvoorbeeld: twee dakvlakken en één omvormer in de technische ruimte

Neem een woning met modules op oost- en westdak, twee DC-strings en één omvormer in de technische ruimte. Teken twee afzonderlijk geïdentificeerde modulevelden in plaats van één pictogram midden op het dak. Geef aan welke stringreferentie bij elk vlak hoort en waar de DC-kabels het gebouw binnenkomen. Teken een gedeeld traject naar de technische ruimte alleen wanneer de geplaatste kabels dat traject werkelijk delen.

Geef de omvormer een vaste toestelcode en zijn echte wandpositie. Zijn DC-scheiding, overspanningsbeveiliging of andere vaste onderdelen extern, lokaliseer die dan ook en verbind hun identificatie met het eendraadschema. Houd geïntegreerde functies bij het toestel in plaats van losse kasten te verzinnen. Het AC-traject eindigt bij het juiste bord en de juiste kring; een lijn naar het dichtstbijzijnde lokaal biedt geen traceerbaarheid.

Controleer de oriëntatie van elk dakdetail. Dakvlak, goot, nok, noordrichting en herkenbare gebouwranden moeten veld en invoerpunt ter plaatse vindbaar maken. Het situatieplan is geen mechanisch montageplan en toont niet elke haak. Het geeft wel verschillen weer die voor elektrische toewijzing, veilig werk en latere foutopsporing relevant zijn.

Verborgen of ontoegankelijke trajecten eerlijk opnemen

Verzin geen geometrisch exacte route waar een bestaande installatie ze verbergt. Markeer een deel als verborgen of overgenomen uit bewaarde documentatie en houd de bron van die informatie bij. Foto's van invoerpunten, labels, doorvoeren en technische ruimte beperken de onzekerheid. Een stippellijn krijgt die betekenis alleen als de legende ze definieert.

Onderscheid drie bewijsniveaus: ter plaatse gezien, bevestigd door betrouwbare technische stukken en nog uit te zoeken. Open punten horen in een opnamelijst, niet als schijnbaar zekere lijn in de eindversie. Vóór controle beslist de verantwoordelijke vakpersoon of meer onderzoek of toegang nodig is.

Dakwijzigingen volledig verwerken

Controleer na modulevervanging, uitbreiding of een nieuwe omvormer meer dan de zichtbare dakzone. Werk veld- en stringcodes, kabelroute, invoerpunt, toestelplaats, DC- en AC-referenties en technische documenten bij. Ook bij vervanging binnen een bestaande string blijven werkelijk aantal en nominaal vermogen in de juiste dossierinformatie bewaard. Worden strings anders verdeeld, dan dragen eendraadschema en situatieplan dezelfde nieuwe toestand.

Archiveer de vervangen versie afzonderlijk met datum. Zo blijft duidelijk of een foto of keuringsverslag bij de oude of actuele opstelling hoort. Een cloudportaal van de omvormer kan productiegegevens tonen, maar vervangt geen ruimtelijke opname of planrevisie.

Kijk bij de revisie ook naar de leesbaarheid op papier. Een extra veld mag bestaande referenties niet bedekken en een nieuw kabeltraject mag niet dezelfde lijnstijl krijgen als een bouwkundige rand. Verplaats detailkaders gecontroleerd, pas de bladindex aan en controleer alle verwijzingen opnieuw. Daardoor blijft ook een uitgebreide installatie op normale afdrukgrootte bruikbaar.

Neem ten slotte de veldcodes over op duurzame labels waar dat technisch voorzien is. Controleer dat het label bij het juiste traject of toestel hoort en in normale onderhoudssituaties leesbaar blijft. Een code op het plan heeft weinig waarde wanneer ter plaatse niet kan worden bepaald op welk moduleveld of welke omvormer ze slaat.

De officiële FOD-pagina over huishoudelijke controles noemt energiebronnen op beide plannen en PV-technische documentatie in het dossier. Het vereiste detail volgt de installatie en het actuele officiële Boek 1 V06, niet een algemeen daksjabloon.

Tekenen met PlanElec

Met PlanElec plaatst u PV-componenten op het situatieschema, legt u de structuur vast op het eendraadschema en exporteert u beide als PDF. De software neemt de ingevoerde projectgegevens over. De oriënterende zelfcheck kan ondersteunde informatie signaleren, maar vervangt geen terreincontrole of erkende keuring en bevestigt geen AREI-conformiteit.

Bronnen en versie

Basis is de officiële publicatie van AREI/RGIE Boek 1: tabel 2.23, deel 3, hoofdstuk 7.112, de beperkte bestaande-installatieregel in deel 8 en het dossier in deel 9. Gecontroleerd volgens V06 op 29 augustus 2026.