AREI-dekking
Wat controleert de AREI-zelfcontrole van PlanElec?
De volledige lijst van de regels die PlanElec automatisch toetst — en een even expliciete lijst van wat de zelfcontrole niet beoordeelt.
In PlanElec zitten twee verschillende dingen die makkelijk verward worden.
AREI-verwijzingen worden pas na de gedocumenteerde bron- en vakinhoudelijke vrijgave publiek gelinkt. Praktijkregels en plausibiliteitscontroles maken geen regeltekstclaim.
De automatische zelfcontrole dekt daarvan slechts een deel. Deze pagina zegt precies welk deel dat is. Wij vermelden de regels die getoetst worden én de gebieden waar de toepassing geen uitspraak doet, omdat een onvolledige controle die zich als volledig voordoet gevaarlijker is dan helemaal geen controle.
De zelfcontrole is een voorbereiding. Het officiële oordeel komt uitsluitend van een erkend controleorganisme.

Wat automatisch getoetst wordt
De toepassing kent op dit moment 56 controles. Daarvan verwijzen er 29 naar een concreet AREI-artikel; de overige 27 zijn praktijkregels of plausibiliteitscontroles die wij als zodanig aanduiden en die geen reglementaire verplichting zijn.
Een controle levert pas een resultaat op wanneer de nodige projectgegevens ingevuld zijn. Ontbreken die, dan markeert het rapport de controle als onvolledig — nooit als geslaagd.
Beveiliging
| Controle | Wat er getoetst wordt | Basis | Ernst |
|---|---|---|---|
| Hoofddifferentieelschakelaar | Aan het hoofd van de installatie moet een differentieelschakelaar van hoogstens 300 mA aanwezig zijn. | AREI 4.2.4.3 | Fout |
| Max. stroomkringen per hooggevoelige differentieel | Hoogstens 8 eindstroomkringen per hooggevoelige differentieelschakelaar (≤ 30 mA). | AREI 4.2.4.3.b | Fout |
| Nominale waarden van rolluikactoren | Rolluikactoren op DIN-rail vragen een automaat of aardlekautomaat stroomopwaarts; beveiligings- en motorlast blijven binnen de gecatalogiseerde ingangs- en kanaalwaarden. | Praktijkregel | Fout |
| Beveiliging van laadpunten (EV-laden) | Een laadpunt vraagt een eigen stroomkring, een toegewijde differentieelschakelaar en buiten minstens IP44. | AREI 7.22.4 | Fout |
| Selectiviteit van differentieelschakelaars (praktijkaanbeveling) | Praktijkadvies: stem gevoeligheid en tijd af tussen boven- en ondergeschikte differentieelschakelaars (IEC 60364-5-53). | Praktijkregel | Waarschuwing |
| 30mA-differentieel voor stopcontactkringen | Alle stopcontactkringen moeten door een differentieelschakelaar van 30 mA beschermd zijn. | AREI 4.2.4.3.b | Fout |
| Overspanningsbeveiliging (SPD) | Een overspanningsbeveiliging (SPD) wordt beoordeeld op aanwezigheid; het AREI legt geen algemene plicht op. | AREI 4.5.1 | Informatie |
| Hoofdschakelaar min. 40 A | Een hoofdschakelaar moet aanwezig zijn en in huishoudelijke installaties minstens 40 A bedragen. | AREI 5.3.5.1.b | Fout |
| Hoofddifferentieel min. 40 A | De differentieelschakelaar aan het voedingspunt moet minstens 40 A nominale stroom hebben. | AREI 5.3.5.3.a | Fout |
| Verdeelbordindeling | Verdeelkast: bezetting binnen het aantal modules, een differentieelschakelaar per rij en een reserve van ongeveer 20 %. | Praktijkregel | Waarschuwing |
| Ingebouwde wandverwarming: differentieel 100 mA | In wanden ingebouwde verwarmingsweerstanden boven 25 V AC vragen een afzonderlijke differentieelschakelaar van 100 mA. | AREI 4.2.4.3.b | Fout |
| Poolconfiguratie van huishoudelijke installatie | Eenpolige automaten zijn in Belgische woningen met sterschakeling niet toegelaten; gebruik 1P+N. | AREI 4.4.4.2 | Waarschuwing |
| Uitschakelkarakteristiek tegenover belastingstype | Praktijkadvies: de karakteristiek B, C of D van de automaat moet passen bij het type belasting. | Praktijkregel | Waarschuwing |
| Back-upbeveiliging van voedingsleidingen tussen verdeelborden | Een voedingsleiding naar een onderverdeler vraagt een eigen beveiliging in de voedende kast en een consistente koppeling. | AREI 4.4.1.4 | Fout |
| Uitschakelvermogen tegenover kortsluitstroom | Het uitschakelvermogen van elke automaat moet de verwachte kortsluitstroom aankunnen; enkel gecontroleerd bij ingevulde waarde. | AREI 5.3.5.5 | Fout |
Aarding
| Controle | Wat er getoetst wordt | Basis | Ernst |
|---|---|---|---|
| Hoofdequipotentiale verbinding | Er moet een hoofdequipotentiaalverbinding (aardingsrail) aanwezig zijn. | AREI 4.2.3.2 | Fout |
| Aardingselektrode (aardingslus/aardpen) | Bij een TT- of IT-net moet een aardingselektrode gedocumenteerd zijn. | AREI 4.2.3 | Fout |
| Plausibiliteit van aarding en netaansluiting | Plausibiliteitscontrole: een openbare huishoudelijke 3×230 V-aansluiting met een opgeslagen TN-stelsel vraagt nazicht. | Praktijkregel | Waarschuwing |
Kabels en dimensionering
| Controle | Wat er getoetst wordt | Basis | Ernst |
|---|---|---|---|
| Kabeldoorsnede | De kabeldoorsnede moet passen bij de nominale stroom van de beveiliging. | AREI 5.2.2 | Fout |
| Spanningsval (ΔU) | Spanningsval berekend uit kabellengte: richtwaarde 3 % voor verlichting en 5 % voor andere eindstroomkringen. | AREI 5.2.5 | Fout |
| CPR-brandklasse van kabels | Afzonderlijk geplaatste kabels moeten de eigenschap F1 hebben of minstens CPR-klasse Eca halen; klasse Fca is niet toegestaan. | AREI 5.2.7.2 | Fout |
| Bekabeling in holle wanden: Cca/Preflex | Kabels in bouwkundige holle ruimtes lopen in een mantelbuis (Preflex) of halen minstens CPR-klasse Cca. | AREI 4.3.3.5.b | Fout |
Belasting van stroomkringen
| Controle | Wat er getoetst wordt | Basis | Ernst |
|---|---|---|---|
| Domotica: kanaalbelasting | Vergelijkt de stroom berekend uit gedocumenteerde belastingsvermogens met de ingevoerde kanaalstroom. Ontbrekend vermogen of ontbrekende belastbaarheid is een gegevenshiaat. Geen controle van inschakelstroom, arbeidsfactor of interne beveiliging. (AREI 4.4.1.1) | AREI 4.4.1.1 | Fout |
| Domotica: bekende busstroom | Vergelijkt bekende toestel- en catalogusstromen met de geplande buscapaciteit. Ontwerpwaarschuwing op basis van de profielcatalogus, geen numerieke AREI-grens; beschermingsdoel AREI 4.4.1.1. | Praktijkregel | Waarschuwing |
| Max. contactpunten per eindstroomkring | Hoogstens 8 stopcontacten en vaste toestellen per eindstroomkring; zuivere lichtpunten tellen niet mee. | AREI 5.3.5.2b | Fout |
| Faseonbalans | Praktijkadvies: de onbalans tussen de fasen blijft best onder 30 %. | Praktijkregel | Waarschuwing |
Ruimtes en zones
| Controle | Wat er getoetst wordt | Basis | Ernst |
|---|---|---|---|
| 30mA-beveiliging voor vochtige ruimten | Stopcontacten in vochtige ruimtes moeten door een differentieelschakelaar van 30 mA beschermd zijn. | AREI 4.2.4.4 | Fout |
| 30mA-differentieel voor badkamerkringen | Alle stroomkringen in badkamers en vochtige ruimtes moeten door een differentieelschakelaar van 30 mA beschermd zijn. | AREI 7.1.4.3 | Fout |
| Badkamerzones 0/1/2: toegelaten materieel | In badkamervolumes 0, 1 en 2 is enkel bepaald materieel toegelaten; verdeelkasten zijn er verboden. | AREI 7.1.5.2 | Fout |
| Zwembadvolumes 0/1/2: materieel in de te controleren volumes | Materieel in de zwembadvolumes 0, 1 en 2 wordt gemeld als controlepunt; de eisen van AREI 7.2.3 e.v. moeten vakkundig worden nagekeken. | AREI 7.2.2 | Informatie |
| Rookmelderdekking (aanbeveling) | Niet-bindend advies op basis van de gewestelijke woningregels; het AREI zelf schrijft rookmelders voor woningen niet voor. | Praktijkregel | Waarschuwing |
Topologie en besturing
| Controle | Wat er getoetst wordt | Basis | Ernst |
|---|---|---|---|
| Stuurwegen van elektrische rolluiken | Plausibiliteitscontrole: directe schakelaars, actoringangen, centrale bedieningen en aandrijvingstypes vormen samen een samenhangend besturingstraject. | Praktijkregel | Fout |
| Projectintegriteit | Verwijzingen tussen schema, situatieplan en verdeelkast moeten naar bestaande objecten wijzen. | Praktijkregel | Fout |
Fotovoltaïsche installatie
| Controle | Wat er getoetst wordt | Basis | Ernst |
|---|---|---|---|
| Conformiteit van PV-installatie | PV-installatie: anti-eilandbedrijf, aarding van de modulekaders, waarschuwingsborden en kenmerking van DC- en AC-geleiders. | AREI 7.112.2 | Fout |
| PV-stringdimensionering | Controleert strings aan de hand van de gedocumenteerde fabrieksgrenzen van de omvormer en de modules. | Praktijkregel | Fout |
| Somstroom in verdeelborden met meerdere voedingsbronnen | Bij een verdeelkast met eigen opwekking worden net- en bronstroom per fase opgeteld op gemeenschappelijk belaste secties. | Praktijkregel | Fout |
Volledigheid van het dossier
| Controle | Wat er getoetst wordt | Basis | Ernst |
|---|---|---|---|
| Domotica: bedienpunten op het schema | Controleert bij huishoudelijke installaties of bestaande bedienpunten voorkomen in de werkelijke schema-invoer. Ontbrekende toewijzingen kunnen in de kanaalmatrix of via het voedingspad van de module worden aangevuld. Geen volledige symbool- of ZLS-controle. (AREI 3.1.2.1.a) | AREI 3.1.2.1 | Fout |
| Beveiliging van de domoticavoeding | Ontwerpcontrole: voedingsbeveiliging, busvoeding en unieke, volledige kanaaltoewijzingen moeten gedocumenteerd zijn. Een bevinding blokkeert de definitieve export; dit is geen bijkomende AREI-verplichting. | Praktijkregel | Fout |
| Unieke lasttoewijzing | Ontwerpcontrole: voedingsbeveiliging, busvoeding en unieke, volledige kanaaltoewijzingen moeten gedocumenteerd zijn. Een bevinding blokkeert de definitieve export; dit is geen bijkomende AREI-verplichting. | Praktijkregel | Fout |
| Busvoeding | Ontwerpcontrole: voedingsbeveiliging, busvoeding en unieke, volledige kanaaltoewijzingen moeten gedocumenteerd zijn. Een bevinding blokkeert de definitieve export; dit is geen bijkomende AREI-verplichting. | Praktijkregel | Fout |
| Actuatorconfiguratie | Ontwerpcontrole: voedingsbeveiliging, busvoeding en unieke, volledige kanaaltoewijzingen moeten gedocumenteerd zijn. Een bevinding blokkeert de definitieve export; dit is geen bijkomende AREI-verplichting. | Praktijkregel | Fout |
| Toestellen per lijn | Ontwerpwaarschuwing op basis van de profielcatalogus: Toestellen per lijn. Grenzen en toewijzingen komen uit de profielcatalogus, niet uit het AREI. | Praktijkregel | Waarschuwing |
| Lijnen per systeem | Ontwerpwaarschuwing op basis van de profielcatalogus: Lijnen per systeem. Grenzen en toewijzingen komen uit de profielcatalogus, niet uit het AREI. | Praktijkregel | Waarschuwing |
| Kanaalbelasting volgens profiel | Ontwerpwaarschuwing op basis van de profielcatalogus: Kanaalbelasting volgens profiel. Grenzen en toewijzingen komen uit de profielcatalogus, niet uit het AREI. | Praktijkregel | Waarschuwing |
| Kanaaltype en belasting | Ontwerpwaarschuwing op basis van de profielcatalogus: Kanaaltype en belasting. Grenzen en toewijzingen komen uit de profielcatalogus, niet uit het AREI. | Praktijkregel | Waarschuwing |
| Lijntoewijzing | Ontwerpwaarschuwing op basis van de profielcatalogus: Lijntoewijzing. Grenzen en toewijzingen komen uit de profielcatalogus, niet uit het AREI. | Praktijkregel | Waarschuwing |
| Lijnkoppelaar | Ontwerpwaarschuwing op basis van de profielcatalogus: Lijnkoppelaar. Grenzen en toewijzingen komen uit de profielcatalogus, niet uit het AREI. | Praktijkregel | Waarschuwing |
| Spanningsklassen per buslijn | Controleert SELV samen met FELV of LV op dezelfde buslijn (AREI 4.2.5.5.c). Waarschuwt voor een logische tegenstrijdigheid; bewijst geen fysieke verbindingen of bronkwaliteit. | AREI 4.2.5.5.c | Waarschuwing |
| Volledige verbindingen | Elk element in het schema moet aangesloten zijn; losse knooppunten wijzen op een onvolledig model. | Praktijkregel | Waarschuwing |
| Min. aantal verlichtingskringen | Praktijkadvies: minstens twee verlichtingsstroomkringen per wooneenheid. | AREI 5.3.5.2.b | Fout |
| Afzonderlijke stroomkringen voor grootverbruikers | Grote toestellen zoals wasmachine, droogkast, vaatwasser, kookplaat en oven vragen elk een eigen stroomkring. | AREI 4.3.3.3 | Fout |
| Installatiedossier (AREI 9.1.2) | Het installatiedossier vraagt een eendraadschema, een situatieplan en een volledige cartouche; PV vraagt bijkomende documenten. | Praktijkregel | Waarschuwing |
| Plaatsing van verbindings-/aftakdozen | Structurele aftakdozen moeten precies één keer en consistent in het schema voorkomen. | AREI 3.1.2.3 | Waarschuwing |
| Verbruikers geplaatst op het situatieplan | Verbruikers uit het eendraadschema moeten via hun koppeling op het situatieplan geplaatst zijn. | Praktijkregel | Waarschuwing |
| Niet-gekoppelde elektrische grondplansymbolen | Toestellen op het grondplan zonder koppeling aan de elektrische topologie worden als informatie gemeld. | Praktijkregel | Informatie |
| Plausibiliteit van schakelgroepen | Plausibiliteitscontrole: een schakelgroep bevat minstens één schakelaar en minstens één geschakelde belasting. | Praktijkregel | Waarschuwing |
Domotica
Dit onderdeel bevat AREI-controles, verplichte ontwerpcontroles en profielwaarschuwingen. Het bevestigt niet de volledige zeerlaagspanningsinstallatie, fabrikantconformiteit of fysieke busaanleg. Het brontype van de busvoeding kan niet in het model worden vastgelegd (AREI 4.2.5.3.a).
Niet automatisch gecontroleerde onderdelen (geen geslaagde controles):
Uitgeschakeld: niet elk intern ZLS-onderdeel kan worden vastgelegd en op het schema worden weergegeven. De beweerde algemene wijziging van juni 2023 is hier niet aangetoond. Alleen de gedocumenteerde controle van bedienpunten is actief.
Uitgeschakeld: geen bewijs voor een algemene verplichting tot een afzonderlijke busstroombaan met 30 mA; type A is een algemene eis voor differentieelbeveiliging.
Uitgeschakeld: naburige kabels, afstand en isolatiebewijs kunnen niet worden vastgelegd. Het reglement staat meerdere scheidingsmaatregelen toe.
Geen automatische symboolcontrole: tabel 2.23 J schrijft het symbool voor de sturingseenheid voor (AREI 3.1.2.1.a). De gebruiker kan ontbrekende catalogus- of rendergeometrie niet herstellen.
Wat de zelfcontrole niet beoordeelt
Deze onderdelen van Boek 1 blijven bewust buiten de automatische toetsing:
Bijzondere installaties en ruimtes (Deel 7). Van de veertien hoofdstukken raakt PlanElec er drie, en die telkens gedeeltelijk: ruimtes met bad of douche (7.1), voeding van elektrische wegvoertuigen (7.22) en huishoudelijke fotovoltaïsche installaties (7.112). Niet gedekt zijn zwembaden (7.2), sauna's (7.3), werf- en buiteninstallaties (7.4), enge geleidende ruimtes (7.6), campings (7.8), jachthavens (7.9), foorinstallaties (7.11), fonteinen (7.100), stationerende voertuigen (7.101), explosieve atmosferen (7.102) en industriële accumulatorbatterijen (7.103).
De gelijkstroomzijde. Het model kent geen afzonderlijke rollen voor de geleiders L+, L-, M, PEM en PEL. Daardoor zijn geleiderkeuze, kleurstelling, gecombineerde beschermingsgeleiders, DC-differentieelgevoeligheid, de bescherming van de M-geleider en permanente isolatiebewaking bij een IT-stelsel niet toetsbaar. Voor PV blijft dat handwerk.
De overgangsbepalingen van artikel 59 en 69. Of een uitzondering voor een bestaande installatie geldt, hangt af van gegevens die niet uit een eendraadschema af te leiden zijn — onder meer de PEN-doorsnede, het werkelijke begin van de uitvoering ter plaatse en de aanwezigheid van een bewakingstoestel. PlanElec houdt wel rekening met de versoepelingen van Deel 8 door bepaalde bevindingen bij bestaande delen als aanwijzing te tonen in plaats van als fout, maar beslist de uitzondering niet zelf.
Controles van installaties (Deel 6) en de gedragsvoorschriften (Deel 9) vallen buiten het bereik van een planningsinstrument. Enkel de samenstelling van het installatiedossier wordt getoetst.
Wat software principieel niet kan vaststellen
Ook na verdere uitbreiding van het model blijven deze punten afhankelijk van meting, inzage of visuele controle ter plaatse:
- de werkelijke bedrading, de doorverbinding en de polariteit van de geleiders;
- de uitschakelkarakteristieken en de DC-geschiktheid van de effectief geplaatste toestellen;
- de isolatiemeting en de werking van een permanent isolatiebewakingstoestel;
- de mechanische en chemische weerstand en de corrosietoestand van de aarding;
- de doeltreffendheid van de automatische uitschakeling en de reële aardingsimpedantie;
- de geschiktheid en de certificering van omvormers, batterijen en PV-componenten;
- de zone-indeling, de risicobeoordeling en de omstandigheden ter plaatse.
Wat dit betekent voor uw keuring
Gebruik de zelfcontrole om vermijdbare fouten vroeg te vinden: een ontbrekende differentieelschakelaar, een doorsnede die niet bij de beveiliging past, te veel contactpunten op één kring, een onvolledig dossier. Dat zijn precies de bevindingen die anders pas bij de keuring boven water komen.
Reken er niet op voor de gevallen hierboven. Daar blijven uw vakkennis en het oordeel van het controleorganisme doorslaggevend.
Belangrijk bij elektrische planning
De handleidingen leggen de softwareworkflow uit. Laat ontwerp, uitvoering en documenten waar nodig controleren door een gekwalificeerde elektricien; alleen een erkend controleorganisme voert de officiële keuring uit.
Verder lezen
Aan de slag: van project tot eerste export
Bouw stap voor stap een PlanElec-project op: projectgegevens, grondplan, ruimtes, elektrische punten, verdeelkast, schema en export.
Automatische planning gebruiken en controleren
Gebruik PlanElec-voorstellen voor verbruikers, schakelketens, kabelroutes, stroomkringen, fasen en de verdeelkast zonder de technische controle over te slaan.