FAQ

Differentieel type A of type B? De AREI-regel 2026

In Belgische woningen is elke differentieel minstens type A. Wanneer je type B of type A met RDC-DD nodig hebt – laadpaal, warmtepomp, PV – en waarom A-SI niet selectief betekent.

Gepubliceerd op 25 maart 2026 Bijgewerkt op 5 oktober 2026 8 min

Kort antwoord: minstens type A, type B alleen bij gladde gelijkfoutstroom

Elke differentieelschakelaar in een Belgische huishoudelijke installatie is minstens type A (AREI Boek 1, onderafdeling 5.3.5.3, punt a). Type B heb je nodig waar gladde gelijkfoutstromen kunnen optreden en geen andere toegelaten combinatie die opvangt. Voor de laadpaal ligt dat vast: ofwel een differentieel die bij gelijkfoutstroom blijft werken (bijvoorbeeld type B), ofwel een differentieel samen met een detectieapparaat voor residuele gelijkstroom, bijvoorbeeld type A plus RDC-DD in het laadstation (7.22.4.1 b).

Voor alle andere toestellen beslist de datasheet: welke foutstroomvormen zijn mogelijk, is er ingebouwde DC-bewaking, welke externe differentieel schrijft de fabrikant voor? “Met omvormer” alleen is geen reden voor type B.

Dit artikel gaat over huishoudelijke wisselstroominstallaties volgens Boek 1, versie 06, van toepassing sinds 1 april 2026. Geaarde gelijkstroomsystemen, die versie 06 nieuw regelt, zijn een apart onderwerp.

Type, hoge immuniteit en selectiviteit zijn drie verschillende dingen

  1. AC, A, F of B zegt bij welke foutstroomvormen de uitschakeling gegarandeerd is.
  2. Hoge immuniteit (fabrikantcodes zoals SI, HI of AP-R) beperkt ongewenst uitschakelen bij bepaalde storingen.
  3. Selectiviteit of tijdvertraging beschrijft het tijdgedrag tegenover een nageschakelde differentieel. Bepalend zijn een S-markering of een gedocumenteerde tijdkarakteristiek.

Een “type A-SI” is dus niet vanzelf selectief. Er bestaan A-SI-toestellen die ogenblikkelijk uitschakelen.

Alle differentieeltypes op een rij

TypeDetecteertGebruik in Belgische woningen
ACAlleen zuivere wisselfoutstromenVoldoet niet aan de minimumeis type A
AWissel- en pulserende gelijkfoutstromenMinimumklasse (5.3.5.3 a); toestelvereisten blijven gelden
A-SIZelfde foutstroomvormen als type AHogere storingsimmuniteit; niet automatisch selectief
FBijkomend bepaalde mengfrequentiesVoor bepaalde eenfasige omvormerlasten volgens de fabrikant
BBijkomend gladde gelijkfoutstromenAls het beschermingsconcept of de fabrikant die detectie vraagt

Nieuw in versie 06: de gevoeligheidsklassen maken nu onderscheid tussen wisselstroom of gelijkstroom met rimpel en gladde gelijkstroom. “Hoge gevoeligheid” betekent meer dan 10 mA tot maximaal 30 mA bij wisselstroom en meer dan 20 mA tot maximaal 80 mA bij gladde gelijkstroom (2.6.4).

Vier gegevens op het toestel die je niet mag verwarren

  • Type (A, F, B …): gedetecteerde foutstroomvorm.
  • IΔn (bijvoorbeeld 30 of 300 mA): gevoeligheid voor differentiële stroom.
  • In (bijvoorbeeld 40 of 63 A): stroom die de differentieel blijvend mag voeren. Hij schakelt niet af bij overbelasting; een zuivere differentieel heeft dus een gecoördineerde overstroombeveiliging nodig.
  • Kortsluitvastheid of voorwaardelijke kortsluitstroom: moet passen bij de plaats van installatie (5.3.5.3 a).

Ook aantal polen, netspanning en bedrading tellen mee: alle actieve geleiders van de beschermde kring lopen door de somstroomtransformator, en nulgeleiders van verschillende differentieelgroepen worden niet gemengd. De testknop test het interne mechanisme – niet de aardingsweerstand en niet de volledige beschermingsmaatregel. Dat doen pas de metingen bij de keuring.

Wanneer heb je type B nodig?

Type B komt in beeld als gladde gelijkfoutstromen mogelijk zijn en geen andere door het AREI en de fabrikant toegelaten combinatie dat risico afdekt. Controleer daarvoor het concrete toestel:

ToestelWat beslist
Laadpaal7.22.4.1 b: type B of differentieel plus gecoördineerde RDC-DD (in installatie, laadstation of beide)
WarmtepompDatasheet van compressoraandrijving, bijverwarming en sturing; voorgeschreven externe differentieel
PV-omvormerOmvormertopologie, interne foutstroombewaking, fabrikantvoorschrift voor de externe differentieel
Meerdere omvormers op één differentieelSom van normale lekstromen en mogelijke gelijkstroomcomponenten samen beoordelen

Uit “transformatorloos” of “met omvormer” volgt geen algemene type B-plicht. Omgekeerd is type B of F niet gewoon “beter”: een ruimer golfvormbereik vervangt geen juiste gevoeligheid, nominale stroom, uitschakeltijd, overstroombeveiliging of correcte bedrading.

Wanneer volstaat type A?

  • Stopcontact- en lichtkringen: de gebruikelijke 30 mA-differentieel type A.
  • Gewone huishoudtoestellen zoals wasmachine, vaatwasser, kookplaat en verlichting, tenzij de fabrikant iets anders voorschrijft.
  • Laadpaal met ingebouwde RDC-DD: elke laadkring krijgt een eigen differentieel van maximaal 30 mA (7.22.4.1 b). Heeft het laadstation een detectieapparaat voor residuele gelijkstroom dat met de externe differentieel gecoördineerd is, dan volstaat daar type A. De datasheet van het laadstation toont die coördinatie aan.

Nieuw, gewijzigd of bestaand?

“Minstens type A” is de basis voor een nieuwe huishoudelijke installatie. Bij een bestaande installatie controleer je bovendien wanneer ze werd aangelegd, welke afwijkingen uit deel 8 gelden en of een verbouwing of uitbreiding de huidige eisen voor het gewijzigde deel activeert. Een aanwezige type AC is dus niet zonder meer toegelaten, maar ook geen bewijs dat de hele installatie onbruikbaar is.

Ongewenst uitschakelen: eerst de oorzaak, dan het toestel

Schakelt een differentieel schijnbaar zonder reden uit, dan is “een A-SI plaatsen” geen diagnose. Controleer eerst isolatiefouten, vocht, verwisselde of gedeelde nulgeleiders, lekstromen en bedradingsfouten. Pas daarna beoordeel je of een toestel met gedocumenteerde hoge immuniteit past. Hoge immuniteit mag de persoonsbeveiliging niet verzwakken.

Een gecombineerde differentieelautomaat (RCBO) verenigt differentieel- en overstroombeveiliging voor één eindstroombaan. Ook dan moet het type bij de belasting passen en blijft afstemming met de voorliggende differentieel nodig. Noteer in het dossier de werkelijke referentie – datasheet, schema en installatie-instructies – en niet alleen “30 mA type A”.

Selectiviteit: 300 mA vóór 30 mA volstaat niet

De trap 300 mA vóór 30 mA garandeert geen selectiviteit. Controleer de verhouding van de aanspreekstromen, een uitdrukkelijk selectieve of vertraagde karakteristiek van het voorliggende toestel, de door de fabrikant vrijgegeven combinatie, de uitschakeltijden en de normale lekstromen. Hoge immuniteit vervangt geen tijd-/stroomcoördinatie. Pas met dat bewijs schakelt bij een fout betrouwbaar alleen de groepsdifferentieel uit.

AREI-vindplaatsen in één oogopslag

AREI Boek 1Vereiste
2.6.4Gevoeligheidsklassen voor wisselstroom/gelijkstroom met rimpel en voor gladde gelijkstroom
4.2.4.3 bAan het begin maximaal 300 mA; daarachter gevoelige bescherming voor de opgesomde kringen
4.2.4.3 bMaximaal 8 eindstroombanen per differentieel met hoge of zeer hoge gevoeligheid
5.3.5.3 aIn woningen minstens type A; differentieel aan het begin minstens 40 A; kortsluitvastheid passend bij de plaats
7.22.4.1 bLaadpaal: eigen differentieel ≤ 30 mA per laadkring; DC-bestendige differentieel of differentieel plus DC-detectie

Keuze in zes stappen

  1. Kring en alle aangesloten toestellen bepalen.
  2. AREI-basisbescherming en gevoeligheid vastleggen.
  3. Fabrikantdocumenten nakijken op foutstroomvorm, DC-detectie en voorgeschreven externe differentieel.
  4. Bij cascades de tijd-/stroomcoördinatie van de concrete modellen aantonen.
  5. Type, gevoeligheid, nominale stroom en vertraging in het eendraadschema documenteren.
  6. De uitgevoerde installatie laten keuren door het erkend organisme.

Differentieelgegevens vastleggen en controleren in PlanElec

In PlanElec leg je per differentieel type, gevoeligheid en nominale stroom vast; die gegevens verschijnen in het eendraadschema en de pdf. De AREI/RGIE-zelfcontrole meldt je onder meer een hoofddifferentieel onder 40 A, een laadpaal zonder eigen differentieel, een laadpaaldifferentieel die geen type B is en ook niet samenwerkt met een in de inspector bevestigde RDC-DD van de laadpaal, en – als praktijkaanbeveling volgens IEC 60364-5-53 – een voorliggende differentieel zonder tijdvertraging. De volledige controle-omvang vind je in Wat controleert de zelfcontrole. Fabrikantcoördinatie en metingen controleer je op het echte toestel; de keuring doet het erkend organisme.

Verwante artikelen

Regelgrond: AREI Boek 1, versie 06, afdeling 2.6.4 en onderafdelingen 4.2.4.3 b, 5.3.5.3 a en 7.22.4.1 b. De officiële tekst van de FOD Economie is bepalend.