30 mA-differentieel per stopcontact? De AREI-regel (2026)
Nee: het AREI vraagt geen 30 mA-differentieel per stopcontact en ook niet per kring. Eén 30 mA-differentieel beschermt tot acht eindstroombanen – zo tel je juist, nieuw en bestaand.
Kort antwoord: niet per stopcontact en niet per kring
Nee. Het AREI vraagt geen eigen 30 mA-differentieelschakelaar voor elk stopcontact en ook geen aparte differentieel voor elke stopcontactkring. In een nieuwe woning beschermt één differentieel met hoge of zeer hoge gevoeligheid (maximaal 30 mA) de voorgeschreven eindstroombanen samen – tot acht eindstroombanen per differentieel (AREI Boek 1, onderafdeling 4.2.4.3, punt b).
Je telt dus stroombanen achter de differentieel, geen stopcontacten. Een stekkerdoos verandert daar niets aan: ze hangt aan een bestaand stopcontact en vormt geen nieuwe kring of eigen bescherming.
Dit artikel gaat over huishoudelijke wisselstroominstallaties volgens Boek 1, versie 06, van toepassing sinds 1 april 2026. Gelijkstroominstallaties, zwembaden en andere bijzondere installaties hebben bijkomende regels.
Wat het AREI vraagt voor een nieuwe installatie
Aan het begin van de installatie staat minstens één differentieel van maximaal 300 mA. Onmiddellijk daarachter volgt minstens één differentieel met hoge of zeer hoge gevoeligheid, waarop minstens deze kringen worden aangesloten (4.2.4.3 b):
| Kring of ruimte | Wat dat betekent voor jouw ontwerp |
|---|---|
| Stopcontacten die niet voor vaste toestellen bestemd zijn | Alle gewone stopcontactkringen zitten achter de 30 mA-differentieel. |
| Verlichting | Ook de lichtkringen horen er in een nieuwe installatie bij. |
| Ruimten met bad en/of douche | De kringen van die ruimten krijgen de gevoelige bescherming. |
| Wasmachine, droogkast, vaatwasser | Het AREI noemt deze toestellen uitdrukkelijk. |
Op zo’n differentieel komen ten hoogste acht eindstroombanen. Zes geschikte eindstroombanen mag je dus achter één 30 mA-differentieel plaatsen. Twee groepen van drie zijn een ontwerpkeuze voor meer beschikbaarheid, geen verplichting.
Vaste toestellen zoals een koelkast, elektrisch fornuis of elektrische verwarming mogen per kring of groep op een bijkomende differentieel aan het begin van de installatie. Dat is geen achterpoortje om stopcontacten of verlichting achter 300 mA te zetten – en wasmachine, droogkast en vaatwasser staan uitdrukkelijk in de 30 mA-lijst. Verwarming met in de wand verzonken weerstanden boven 25 V wisselspanning krijgt een afzonderlijke differentieel van maximaal 100 mA.
De differentieel zelf is in huishoudelijke installaties minstens type A; die aan het begin van de installatie heeft een nominale stroom van minstens 40 A (5.3.5.3 a). Wanneer type A niet volstaat, lees je in Differentieel type A of type B.
Drie “acht”-regels die vaak door elkaar lopen
| Regel | Wat je telt | Bron |
|---|---|---|
| Maximaal 8 eindstroombanen per 30 mA-differentieel | Kringen achter de differentieel, geen stopcontacten | 4.2.4.3 b |
| Maximaal 8 contactdozen per eindstroombaan | Enkelvoudige of meervoudige contactdozen; een meervoudige telt één keer | 5.3.5.2 b |
| Gemengde kring (stopcontacten, licht, toestellen) | Elk vast toestel of elke groep met één gemeenschappelijk bedieningstoestel telt als één contactdoos | 5.3.5.2 b |
Een woonkamer met vier dubbele stopcontacten kan dus één eindstroombaan zijn. Omgekeerd zijn acht kringen achter één differentieel al het maximum, ook als elke kring maar één stopcontact voedt. Toestellen die volgens 5.2.1.2 een eigen kring nodig hebben, horen niet in een gemengde kring.
Doorsnede en beveiliging
Stopcontactkringen voer je in koper uit met minstens 2,5 mm² (5.2.1.2). Tabel 4.11 (4.4.1.4) beperkt de beveiliging daarvan tot 20 A met een automaat of 16 A met een smeltveiligheid. Dat is een bovengrens: plaatsingswijze, bundeling, omgevingstemperatuur, kabellengte en spanningsval kunnen een kleinere beveiliging of een grotere doorsnede vragen.
Aardingsweerstand boven 30 ohm
De grens van 30 ohm schaft de 30 mA-regel niet af, ze verstrengt hem. Is de spreidingsweerstand van de aardverbinding hoger dan 30 ohm, dan vraagt 4.2.4.3 b:
- minstens twee differentiëlen met hoge of zeer hoge gevoeligheid,
- per differentieel ten hoogste zestien enkelvoudige of meervoudige contactdozen (een vast toestel of een groep met één gemeenschappelijk bedieningstoestel telt als contactdoos),
- voor de kringen van vaste toestellen en alle andere kringen buiten de 30 mA-lijst bijkomend minstens één differentieel van maximaal 100 mA per kring of groep.
Die zestien telt contactdozen, geen kringen; de grens van acht eindstroombanen blijft gelden. Een meting van precies 30 ohm is niet “hoger dan 30 ohm”. In huishoudelijke installaties moet de spreidingsweerstand bovendien lager dan 100 ohm zijn (4.2.3.2). Lukt dat niet, dan redden extra differentiëlen de installatie niet – dan moet de aarding beter. Meer daarover in Aarding in België: TT of TN-S?.
Badkamer: 30 mA is maar een deel van de bescherming
Kringen die een ruimte met bad of douche voeden, worden beschermd door één of meer differentiëlen met hoge of zeer hoge gevoeligheid, geplaatst buiten de badkamer (7.1.4.3). Uitgezonderd zijn ZLVS-kringen, elektrische scheiding en veiligheidsinstallaties. Dezelfde differentieel mag ook kringen in andere ruimten beschermen.
Zones 0, 1 en 2, toegelaten materieel, beschermingsgraad en de bijkomende equipotentiale verbinding (7.1.4.4) zijn aparte eisen. Een 30 mA-differentieel maakt een stopcontact in een verboden zone niet toegelaten. Voor bestaande badkamers waarvan de uitvoering vóór 1 maart 2025 begon, bevat 6.5.8.1 punt 3 gerichte afwijkingen – geen regel voor een nieuwe badkamer.
Bestaande installaties: overgang voor installaties van vóór 1 juni 2023
Voor bestaande delen van huishoudelijke installaties waarvan de uitvoering ter plaatse vanaf 1 juni 2020 en vóór 1 juni 2023 begon en die volgens hoofdstuk 6.4 gekeurd werden, bevat 6.5.8.1 punt 1 een afwijking; voor oudere installaties staan dezelfde afwijkingen in deel 8 (8.2.1 nr. 16, 8.2.2 nr. 10). Onder de voorwaarden van die bepaling mogen
- stopcontact- en lichtkringen zonder de huidige 30 mA-bescherming in dienst blijven, ook na niet-belangrijke wijzigingen of uitbreidingen van die kringen;
- meer dan acht eindstroombanen achter een gevoelige differentieel blijven;
- bij een spreidingsweerstand hoger dan 30 ohm, in plaats van de huidige opbouw, één differentieel voor alle verlichting en per andere kring of groep één differentieel met maximaal zestien contactdozen in dienst blijven.
Dat is geen algemene vrijstelling voor elke oudere woning. Startdatum en bestaand deel moeten kloppen; het erkend organisme wordt op de hoogte gebracht en vermeldt de afwijking in het controleverslag. Bij een belangrijke wijziging of uitbreiding van een oude installatie volgens deel 8 beschermt minstens één differentieel aan het begin de hele installatie (4.2.4.3 b). Nieuwe installaties of projecten die na 1 juni 2023 startten, kunnen zich niet op deze overgang beroepen.
Zo pak je een bestaande installatie aan:
- Begin en omvang van de oorspronkelijke uitvoering vaststellen.
- Uitmaken of het om bestaand deel, een niet-belangrijke of een belangrijke wijziging gaat.
- De toegepaste afwijking documenteren.
- Eendraadschema, situatieplan en verdeelbord met de werkelijke opbouw vergelijken.
Meer differentiëlen betekent niet: nooit zonder stroom
Een differentieel schakelt uit wanneer hij een foutstroom detecteert. Dat is zijn taak. Lekstromen, vocht of een defect toestel doen hem afslaan. Meerdere differentiëlen beperken wat er dan uitvalt – zodat koelkast en bureau bijvoorbeeld niet samen zonder stroom zitten. Selectiviteit ontstaat daar niet vanzelf door; die hangt af van fouttype, bedrading en trapsgewijze afstemming.
Noteer bij een inventaris dus niet alleen “30 mA”, maar ook type, nominale stroom, aantal polen en alle werkelijk aangesloten eindstroombanen. Een verouderd schema doet een telling al snel kloppen, terwijl nulgeleiders of kringen in het bord intussen anders lopen.
Ontwerpen en zelf controleren in PlanElec
In PlanElec leg je kringen, differentiëlen en stopcontacten vast in de editor en exporteer je eendraadschema en situatieplan als pdf. De AREI/RGIE-zelfcontrole meldt je daarbij onder meer een ontbrekende hoofddifferentieel van maximaal 300 mA, stopcontactkringen zonder 30 mA-differentieel, meer dan acht eindstroombanen per gevoelige differentieel en meer dan acht stopcontacten of toestellen per eindstroombaan. Welke regels ze precies controleert, staat in Wat controleert de zelfcontrole. Metingen en de keuring ter plaatse doet het erkend organisme.
Verder lezen
- Differentieel type A of type B
- Stopcontacten: hoeveel per kring?
- Een eendraadschema maken
- Elektrische keuring in België
Regelgrond: AREI Boek 1, versie 06, onderafdelingen 4.2.3.2, 4.2.4.3 b, 4.4.1.4 (tabel 4.11), 5.2.1.2, 5.3.5.2 b, 5.3.5.3 a, 6.5.8.1 en 7.1.4.3 en 7.1.4.4. De officiële tekst van de FOD Economie is bepalend.
Van de gids naar je eigen elektriciteitsplan
Maak een project en documenteer stroombanen, kabels en beveiligingen. Controleer het resultaat aan de hand van de werkelijke installatie.
Fictief voorbeelddossier, zonder registratie te bekijken.