Eigen stroomkring verplicht: welke toestellen hebben een eigen automaat nodig?
Wasmachine, fornuis, droogkast en alles vanaf 2600 W: voor deze toestellen schrijft het AREI een eigen stroomkring voor. De volledige lijst met vindplaatsen.
Welke toestellen hebben een eigen stroomkring nodig?
In een woning krijgen twee groepen toestellen een eigen kring: elk toestel met vaste standplaats vanaf 2600 W nominaal vermogen – ook een verplaatsbaar – en, ongeacht het vermogen, de wasmachine, de afwasmachine, de droogkast, het elektrisch fornuis, de elektrische kookplaat en de elektrische oven. Vaste elektrische verwarming voed je via één of meer afzonderlijke kringen. Zo staat het in AREI Boek 1, onderafdeling 5.2.1.2.
| Toestel | Regel | Vindplaats |
|---|---|---|
| Wasmachine, afwasmachine, droogkast | altijd een toegekende stroombaan | 5.2.1.2 |
| Elektrisch fornuis, kookplaat, oven | altijd een toegekende stroombaan | 5.2.1.2 |
| Vaste elektrische verwarming | één of meer afzonderlijke kringen | 5.2.1.2 |
| Boiler, warmtepomp, sauna en andere toestellen | eigen kring vanaf 2600 W bij vaste standplaats | 5.2.1.2 |
| Laadpaal / laadinrichting | een toegekende stroombaan per verbindingspunt | 7.22.3 |
De regel legt de structuur vast: één toestel, één kring. Automaat en doorsnede kies je daarna op basis van het toestel. Daarvoor tellen typeplaatje, netstelsel, plaatsingswijze, bundeling, kabellengte, spanningsval en fabrikantvoorschrift. De maxima per doorsnede staan in tabel 4.11 van onderafdeling 4.4.1.4; de werkwijze lees je in kabeldoorsnede en automaat.
Wat een eigen kring oplevert
- Geen overbelasting door buren: Een krachtig toestel draait vaak lang dicht bij zijn nominale stroom. Op een eigen kring deelt het die belasting met niemand.
- Beschikbaarheid: Schakelt de automaat uit, dan valt alleen dit toestel weg, niet de halve keuken.
- Passende leiding: Doorsnede en beveiliging passen precies bij één toestel in plaats van bij een mengeling.
De regel per toestel toepassen
Begin bij het typeplaatje en de installatiehandleiding. Noteer het vermogen, eenfasige of driefasige aansluiting, de toegelaten aansluitwijze en bijzondere beveiligingseisen van de fabrikant. Een combifornuis sluit je vaak anders aan dan een losse kookplaat en oven; een warmtepomp kan aparte voedingen vragen voor buitenunit, binnenunit en bijverwarming. Plan zulke gevallen afzonderlijk.
Op het eendraadschema krijgt elke toestelkring een eigen referentie met beveiliging, leidinggegevens en eindtoestel. Het situatieplan toont dezelfde referentie op de plaats van het toestel. Wordt het toestel later vervangen door een krachtiger model, dan controleer je het ontwerp opnieuw.
Wasplaats en technische ruimte
Wasmachine en droogkast krijgen elk een eigen kring, een boiler vanaf 2600 W ook. Voorzie daarnaast een gewone stopcontactkring voor strijkijzer en klein materiaal, zodat die niet aan de toestelstopcontacten hangen. Hoeveel stopcontacten zo'n kring mag dragen, lees je in hoeveel stopcontacten per stroomkring?.
Zo controleert PlanElec toestelkringen
Voor grote toestellen uit de toestelcatalogus – waaronder fornuis, oven, wasmachine, droogkast, afwasmachine en laadpaal – meldt de AREI/RGIE-zelfcontrole een fout zodra het toestel zijn kring deelt met andere verbruikers. Is er nog geen automaat toegewezen, dan toont ze de ontbrekende invoer. De grens van 2600 W voor andere toestellen lees je af van het typeplaatje. De keuring van de installatie doet het erkende controleorganisme. Welke regels de zelfcontrole dekt, lees je in wat controleert de zelfcontrole.
Gerelateerde artikelen
- Welke kabeldoorsnede bij welke automaat?
- Heb ik een 30mA-differentieel per stopcontact nodig?
- Hoeveel stopcontacten per stroomkring?
- Elektrische keuring in België
Officiële bron: AREI Boek 1, versie 06, onderafdelingen 4.4.1.4 en 5.2.1.2 en afdeling 7.22.3.