FAQ

Hoeveel stopcontacten per stroomkring? De AREI-regel

Maximaal 8 stopcontacten per eindkring, meervoudige stopcontacten tellen als één: zo tel je correct, kies je kabel en automaat en plan je licht- en toestelkringen volgens het AREI.

Gepubliceerd op 11 maart 2026 Bijgewerkt op 5 oktober 2026 4 min

Maximaal 8 stopcontacten per stroomkring

Op een eindkring van een woning hangen maximaal acht enkelvoudige of meervoudige stopcontacten. Dat legt AREI Boek 1 vast in onderafdeling 5.3.5.2 punt b. Een dubbel of drievoudig stopcontact telt als één punt. Zuivere verlichtingskringen hebben geen vast maximum; wel heeft elke wooneenheid met meer dan twee ruimten of zones minstens twee gescheiden verlichtingskringen nodig.

Zo tel je correct

AansluitingTelt mee voor de grens van acht
Enkelvoudig stopcontact1 punt
Dubbel of drievoudig stopcontact1 punt
Lichtpunt op een zuivere verlichtingskringtelt niet mee
Vast toestel op een gemengde kring1 punt
Groep lichtpunten of toestellen met één gemeenschappelijke bediening (gemengde kring)1 punt
Toestel met een toegekende stroombaan (5.2.1.2)hoort niet op de stopcontactkring

Gemengde kringen zijn toegelaten: stopcontacten, verlichtingstoestellen en andere vaste toestellen mogen een eindkring delen. Dan geldt voor de hele kring de stopcontactregel, en elk vast toestel – of elke groep achter één gemeenschappelijke schakelaar – telt als één stopcontact (5.3.5.2 b).

Kabel en automaat per type stroomkring

Type stroomkringGangbare kabelMax. automaat (tabel 4.11)Max. punten
StopcontactenXVB 3G2,520 A (smeltzekering: 16 A)8
VerlichtingXVB 3G1,516 A (smeltzekering: 10 A)geen vast maximum; min. 2 verlichtingskringen
Eigen toestelkring 4 mm²XVB 3G425 A (smeltzekering: 20 A)1 toestel
Eigen toestelkring 6 mm²XVB 3G640 A (smeltzekering: 32 A)1 toestel

Tabel 4.11 in onderafdeling 4.4.1.4 geeft voor huishoudelijke installaties de hoogste toegelaten nominale stroom per doorsnede. Plaatsingswijze, bundeling en kabellengte kunnen een grotere doorsnede vragen; hoe je die bepaalt, lees je in kabeldoorsnede en automaat. Stopcontactkringen vragen minstens 2,5 mm²: 1,5 mm² is volgens tabel 5.1 alleen toegelaten voor kringen zonder stopcontacten.

Welke toestellen een eigen kring nodig hebben

Onderafdeling 5.2.1.2 haalt bepaalde toestellen volledig van de stopcontactkring. In huishoudelijke installaties krijgt elk toestel met vaste standplaats vanaf 2600 W een eigen stroombaan. De wasmachine, de afwasmachine, de droogkast, het elektrisch fornuis, de kookplaat en de oven krijgen, ongeacht hun vermogen, elk een toegekende stroombaan; vaste elektrische verwarming één of meer afzonderlijke kringen. Details en voorbeelden staan in eigen stroomkring voor toestellen.

Zo verdeel je een woning

  1. Stopcontacten per ruimte plaatsen. Plan eerst wat je ter plaatse nodig hebt, niet de kringen.
  2. Bundelen tot kringen. Groepeer naburige stopcontacten tot eindkringen van maximaal acht punten. Wil je meer reserve of beschikbaarheid, plan dan kleinere kringen.
  3. Toestelkringen afsplitsen. Alles wat 5.2.1.2 noemt, krijgt een eigen kring.
  4. Verlichting spreiden. Minstens twee verlichtingskringen, zodat bij een uitschakeling niet de hele woning donker valt.
  5. Gelijk nummeren. Kring- en puntnummers zijn identiek op eendraadschema en situatieplan.

Hoeveel kringen een woning uiteindelijk nodig heeft, volgt uit deze stappen – niet uit een vuistregel.

Bestaande installaties: meer dan acht alleen in het bestaande deel

Deel 8 laat in bestaande huishoudelijke installaties meer dan acht stopcontacten per eindkring in dienst, op voorwaarde dat het vermogen van de aangesloten vaste toestellen en toestellen met vaste standplaats het toegelaten vermogen van de leiding niet overschrijdt (afdeling 8.2.1 nr. 6 voor installaties van vóór 1 oktober 1981, afdeling 8.2.2 nr. 6 voor installaties volgens het oud AREI). De afwijking geldt voor bestaande gedeelten. Nieuwe of gewijzigde kringen plan je volgens 5.3.5.2. Meer daarover in oude installaties en AREI Deel 8.

Zo telt PlanElec mee

De AREI/RGIE-zelfcontrole in PlanElec telt per eindkring de stopcontacten en vaste toestellen en meldt meer dan acht als fout; zuivere verlichtingskringen vallen erbuiten. Ze controleert ook of er minstens twee verlichtingskringen zijn en of grote toestellen een eigen kring hebben. Zo zie je overschrijdingen al tijdens het ontwerp. De keuring van de installatie doet het erkende controleorganisme. Welke regels de zelfcontrole dekt, lees je in wat controleert de zelfcontrole.

Officiële bron: AREI Boek 1, versie 06, onderafdelingen 4.4.1.4, 5.2.1.2 en 5.3.5.2 en Deel 8.

Gerelateerde artikelen

Plan je kringen in PlanElec en controleer ze zelf →