Hoeveel stopcontacten per stroomkring? De AREI-regel
Maximaal 8 stopcontacten per eindkring, meervoudige stopcontacten tellen als één: zo tel je correct, kies je kabel en automaat en plan je licht- en toestelkringen volgens het AREI.
Maximaal 8 stopcontacten per stroomkring
Op een eindkring van een woning hangen maximaal acht enkelvoudige of meervoudige stopcontacten. Dat legt AREI Boek 1 vast in onderafdeling 5.3.5.2 punt b. Een dubbel of drievoudig stopcontact telt als één punt. Zuivere verlichtingskringen hebben geen vast maximum; wel heeft elke wooneenheid met meer dan twee ruimten of zones minstens twee gescheiden verlichtingskringen nodig.
Zo tel je correct
| Aansluiting | Telt mee voor de grens van acht |
|---|---|
| Enkelvoudig stopcontact | 1 punt |
| Dubbel of drievoudig stopcontact | 1 punt |
| Lichtpunt op een zuivere verlichtingskring | telt niet mee |
| Vast toestel op een gemengde kring | 1 punt |
| Groep lichtpunten of toestellen met één gemeenschappelijke bediening (gemengde kring) | 1 punt |
| Toestel met een toegekende stroombaan (5.2.1.2) | hoort niet op de stopcontactkring |
Gemengde kringen zijn toegelaten: stopcontacten, verlichtingstoestellen en andere vaste toestellen mogen een eindkring delen. Dan geldt voor de hele kring de stopcontactregel, en elk vast toestel – of elke groep achter één gemeenschappelijke schakelaar – telt als één stopcontact (5.3.5.2 b).
Kabel en automaat per type stroomkring
| Type stroomkring | Gangbare kabel | Max. automaat (tabel 4.11) | Max. punten |
|---|---|---|---|
| Stopcontacten | XVB 3G2,5 | 20 A (smeltzekering: 16 A) | 8 |
| Verlichting | XVB 3G1,5 | 16 A (smeltzekering: 10 A) | geen vast maximum; min. 2 verlichtingskringen |
| Eigen toestelkring 4 mm² | XVB 3G4 | 25 A (smeltzekering: 20 A) | 1 toestel |
| Eigen toestelkring 6 mm² | XVB 3G6 | 40 A (smeltzekering: 32 A) | 1 toestel |
Tabel 4.11 in onderafdeling 4.4.1.4 geeft voor huishoudelijke installaties de hoogste toegelaten nominale stroom per doorsnede. Plaatsingswijze, bundeling en kabellengte kunnen een grotere doorsnede vragen; hoe je die bepaalt, lees je in kabeldoorsnede en automaat. Stopcontactkringen vragen minstens 2,5 mm²: 1,5 mm² is volgens tabel 5.1 alleen toegelaten voor kringen zonder stopcontacten.
Welke toestellen een eigen kring nodig hebben
Onderafdeling 5.2.1.2 haalt bepaalde toestellen volledig van de stopcontactkring. In huishoudelijke installaties krijgt elk toestel met vaste standplaats vanaf 2600 W een eigen stroombaan. De wasmachine, de afwasmachine, de droogkast, het elektrisch fornuis, de kookplaat en de oven krijgen, ongeacht hun vermogen, elk een toegekende stroombaan; vaste elektrische verwarming één of meer afzonderlijke kringen. Details en voorbeelden staan in eigen stroomkring voor toestellen.
Zo verdeel je een woning
- Stopcontacten per ruimte plaatsen. Plan eerst wat je ter plaatse nodig hebt, niet de kringen.
- Bundelen tot kringen. Groepeer naburige stopcontacten tot eindkringen van maximaal acht punten. Wil je meer reserve of beschikbaarheid, plan dan kleinere kringen.
- Toestelkringen afsplitsen. Alles wat 5.2.1.2 noemt, krijgt een eigen kring.
- Verlichting spreiden. Minstens twee verlichtingskringen, zodat bij een uitschakeling niet de hele woning donker valt.
- Gelijk nummeren. Kring- en puntnummers zijn identiek op eendraadschema en situatieplan.
Hoeveel kringen een woning uiteindelijk nodig heeft, volgt uit deze stappen – niet uit een vuistregel.
Bestaande installaties: meer dan acht alleen in het bestaande deel
Deel 8 laat in bestaande huishoudelijke installaties meer dan acht stopcontacten per eindkring in dienst, op voorwaarde dat het vermogen van de aangesloten vaste toestellen en toestellen met vaste standplaats het toegelaten vermogen van de leiding niet overschrijdt (afdeling 8.2.1 nr. 6 voor installaties van vóór 1 oktober 1981, afdeling 8.2.2 nr. 6 voor installaties volgens het oud AREI). De afwijking geldt voor bestaande gedeelten. Nieuwe of gewijzigde kringen plan je volgens 5.3.5.2. Meer daarover in oude installaties en AREI Deel 8.
Zo telt PlanElec mee
De AREI/RGIE-zelfcontrole in PlanElec telt per eindkring de stopcontacten en vaste toestellen en meldt meer dan acht als fout; zuivere verlichtingskringen vallen erbuiten. Ze controleert ook of er minstens twee verlichtingskringen zijn en of grote toestellen een eigen kring hebben. Zo zie je overschrijdingen al tijdens het ontwerp. De keuring van de installatie doet het erkende controleorganisme. Welke regels de zelfcontrole dekt, lees je in wat controleert de zelfcontrole.
Officiële bron: AREI Boek 1, versie 06, onderafdelingen 4.4.1.4, 5.2.1.2 en 5.3.5.2 en Deel 8.