Tutorial

Eendraadschema maken in België: stap-voor-stap AREI-gids

Zo maak en teken je een controleerbaar eendraadschema volgens het AREI: verplichte gegevens, symbolen uit tabel 2.23, een voorbeeld, zonnepanelen, kringreferenties en pdf-export met PlanElec.

Gepubliceerd op 5 januari 2026 Bijgewerkt op 8 oktober 2026 15 min

Een eendraadschema maak je in vier stappen: verbruikers per ruimte opnemen, beveiligingen en kringen vastleggen, de topologie met eenduidige referenties controleren en het schema samen met het situatieplan als pdf uitvoeren. Het AREI legt inhoud en codering vast in afdeling 3.1.2; de symbolen staan in tabel 2.23. In PlanElec ontstaat het schema rechtstreeks uit je projectmodel: jij vult de technische gegevens aan en controleert het resultaat.

Wil je eerst een voorbeeld zien? Open het fictieve pdf-dossier. Het toont de echte exportopbouw met voorbeeldgegevens; voor je eigen installatie vul je de werkelijke gegevens in.

Wat is een eendraadschema?

Een eendraadschema (Frans: schéma unifilaire, Duits: Eindrahtschema) is een vereenvoudigd elektrisch schema dat de structuur van je volledige installatie met genormaliseerde symbolen toont. Een bedradingsschema tekent elke geleider apart; het eendraadschema stelt elke kring voor met één lijn en vermeldt aantal geleiders, doorsnede en beveiliging als opschrift.

Voor elke nieuwe huishoudelijke installatie en voor elke belangrijke wijziging of uitbreiding maakt de verantwoordelijke voor de uitvoering een eendraadschema en een situatieplan (AREI 3.1.2.1 a). Voor bestaande installaties en niet-belangrijke wijzigingen gelden eigen, beperktere regels. Het erkend organisme beoordeelt bij de keuring het concrete dossier en de uitgevoerde installatie.

Waarvoor heb je het eendraadschema nodig?

DoelWat het schema doet
Keuringverplicht document voor nieuwe installaties en belangrijke wijzigingen of uitbreidingen (3.1.2.1 a); bij conformiteit ondertekenen de verantwoordelijke en het erkend organisme schema en plan
Veiligheidsoverzichttoont alle beveiligingen en hun volgorde van voedingspunt tot verbruiker
Onderhoud en foutzoekenelke vakman vindt kringen en onderdelen terug via letter en nummer
Latere wijzigingenbasis om uitbreidingen te plannen en te documenteren
Verkoop van een wooneenheidschema en plan horen bij het dossier dat je aan de koper overhandigt (9.1.2); ontbreken ze bij het controlebezoek bij verkoop van een oude installatie (vóór 1981), dan maakt het erkend organisme alleen een summiere beschrijving en schets en noteert het ontbreken als inbreuk (8.4.2.2 d)

Belangrijk: de documenten tonen de actuele toestand en liggen ter plaatse klaar (3.1.2.1 d). Bij een niet-belangrijke wijziging volstaat een gedateerde en ondertekende korte beschrijving in plaats van een nieuw schema; het situatieplan werk je wel bij.

Symbolen voor het eendraadschema: wat AREI-tabel 2.23 omvat

Tabel 2.23 in hoofdstuk 2.13 is de officiële, niet-limitatieve symbolenlijst voor eendraadschema en situatieplan. Staat een symbool er niet in, dan gebruik je een ander ondubbelzinnig teken en verklaar je het in de legende (3.1.2.1 a). De tabel is in groepen ingedeeld:

GroepVoorbeelden uit tabel 2.23
A. Algemeengelijkstroom, wisselstroom, eenfasige en driefasige wisselstroom
B. Schakelapparatuurverdeelbord, verbindings- en aftakdoos, aftakkast, aardingsonderbreker
C. Leidingenaantal geleiders en plaatsingswijze (ingebouwd, zichtbaar, in buis, ondergronds), bv. XVB-Cca met drie geleiders van 2,5 mm² zichtbaar op de wand
D. Beveiligingensmeltzekering (bv. 16 A gG), automaat met aanduiding van de ontkoppelaars M, O en Δ, differentieelschakelaar (voorbeeld 300 mA, type A, 40 A), aarding
E. Schakelaarsschakelaar, serie-, wissel- en kruisschakelaar, dimmer, drukknop, tijdschakelaar, teleruptor, thermostaat, bewegingssensor
F. Stopcontactencontactdoos (stopcontact), meervoudige contactdoos, dichte contactdoos, contactdoos met randaarde, met kinderbescherming, datacontactdoos
G. Verbruikstoestellenlichtpunt, wandlicht, fornuis en kookplaat, wasmachine, droogkast, vaatwasser, boiler, motor, laadpaal, kWh-meter
H. Bronnentransformator, zonnecel, omvormer, DC/DC-omzetter
J. Domoticasturingseenheid met basissymbool en type sturing (drukknop, draadloos, geprogrammeerd, sensor)

Een apart symbool voor overspanningsbeveiliging of equipotentiale verbinding staat niet in de tabel. Zulke onderdelen teken je met een ondubbelzinnig teken dat je in de legende verklaart. Het volledige overzicht vind je in AREI-symbolen voor het eendraadschema, de schakelaartypes in Wissel- en kruisschakelaar in het eendraadschema.

Eendraadschema tekenen: stap voor stap met PlanElec

Stap 1: de installatie opnemen

  1. Open PlanElec en maak een nieuw project aan.
  2. Maak de ruimtes van je gebouw aan: woonkamer, keuken, slaapkamers, badkamer, technische ruimte.
  3. Plaats per ruimte de elektrische punten:
    • stopcontacten (enkel, meervoudig, dicht)
    • lichtpunten en hun schakelaars
    • vast aangesloten toestellen zoals oven, kookplaat of boiler
    • aparte kringen voor laadpaal, warmtepomp of zonnepanelen

Heb je al een plan als pdf of scan, dan herkent PlanElec daarin muren, ruimtes en ondersteunde toestelsymbolen als bewerkbaar voorstel. De PlanElec-assistent geef je opdrachten in je eigen woorden, bijvoorbeeld "Plaats drie stopcontacten in de keuken".

Stap 2: beveiligingen vastleggen

PlanElec stelt kringen en beveiligingen voor als vertrekpunt. De minimale AREI-regels voor huishoudelijke installaties staan vooral in de onderafdelingen 5.3.5.1 b (hoofdschakelaar) en 4.2.4.3 b (differentieelbeveiliging):

BeveiligingRegel volgens het AREI
Algemene lastscheidingsschakelaarop het hoofdbord; onderbreekt alle lijngeleiders en eventueel de nulgeleider gelijktijdig; minstens 40 A
Differentieel aan het voedingspuntminstens één differentieelschakelaar van hoogstens 300 mA (minstens type A, minstens 40 A); die verzorgt bovendien de scheidingsfunctie
Bijkomend differentieel (≤ 30 mA)verplicht voor stopcontacten (behalve voor vaste toestellen), verlichting, ruimtes met bad of douche en wasmachine, droogkast en vaatwasser; hoogstens acht eindkringen per toestel
Automaat of smeltzekeringafgestemd op doorsnede, plaatsingswijze en belasting van de kring
Overspanningsbeveiligingals je installatie dat vereist

Toets elk voorstel aan de werkelijk geplaatste toestellen, hun technische gegevens en de volledige dimensionering van de kring. Type, waarde en coördinatie van de differentieelschakelaars leg je vast voor de concrete beveiligingsketen.

Stap 3: de topologie controleren

In Installatie maakt Installatie automatisch aanvullen uit de geplaatste verbruikers een voorstel met kringen en beveiligingen; met Voorstel toepassen komt het in je project.

  • Kringen worden per functie gegroepeerd: verlichting, stopcontacten, aparte kringen.
  • Elke kring krijgt een letter, elk punt een volgnummer (bv. C1, D1).
  • De hiërarchie van voedingspunt tot laatste verbruiker is zichtbaar.
  • Kabeltype en doorsnede staan bij elke kring.

Stap 4: schema afleiden en exporteren

PlanElec bouwt het eendraadschema op uit de ingevoerde kringen, beveiligingen, kabels en verbruikers:

  • Leesbare opbouw — van verdeelbord via kringen tot verbruikers
  • Symbolencatalogus — elektrische symbolen voor de Belgische planningscontext
  • Automatische labels — kringreferenties, kabeltypes en beveiligingswaarden
  • Pdf-export — eendraadschema en situatieplan uit dezelfde opgeslagen projectstand

Van opmeting naar één gedeelde referentie

Voor een elektrotechnisch bedrijf begint het schema bij de opmeting, niet bij het tekenen. Noteer per werkelijk punt minstens ruimte, functie, kring en volgnummer. Vul kabelgegevens en kenmerken van beveiligingen aan zodra je ze kent. Wat nog ontbreekt, blijft in het project zichtbaar als open controlepunt tot je het vóór de export aanvult of bevestigt.

In de installatieweergave verbind je deze gegevens tot een elektrisch pad. Een bestaand toestel uit het grondplan wijs je aan een kring toe; een tweede verbruiker aanmaken is niet nodig. Daarna lees je dezelfde projectgegevens in het eendraadschema en het situatieplan.

Installatieoverzicht van het fictieve voorbeeldhuis met voeding, beveiligingen, kringen en verbruikers.
Hier controleer je de toewijzingen. Open gegevens en waarschuwingen blijven in het voorbeeldproject zichtbaar.
Afbeelding op oorspronkelijke grootte openen
Opmeting ter plaatseElektrische toewijzingWeergave in het eendraadschemaControle in het situatieplan
Toestel en ruimte, bijvoorbeeld een stopcontact in de leefruimtebestaand toestel uit het grondplan aan de juiste kring toewijzenpassend catalogussymbool op de kringtakdezelfde kringletter en hetzelfde volgnummer op het punt
Kring en voorgeschakelde beveiligingvoedingspad tot aan de verdeling volgenbeveiliging, tak en verbruiker in volgordepunt blijft op zijn werkelijke plaats en verwijst naar dezelfde kring
Kabeltype, doorsnede, aantal geleiders en plaatsingswijzegegevens van het betrokken kabeldeel controlerenkabelinformatie bij het deelbij een gewijzigd deel het ruimtelijke traject apart controleren
Versie, datum en open controlepuntenopgeslagen projectstand vóór export nakijkentitelblok, referenties en zichtbare waarschuwingenplan en schema als één documentstand lezen

De volledige werkwijze met echte productweergaven staat in de installatiehandleiding over toewijzing, onderverdelers en schema. De volgende beelden tonen twee andere perspectieven van hetzelfde fictieve project; de benamingen zijn voorbeeldwaarden.

Situatieplan van het fictieve voorbeeldhuis met ruimtelijke toestelreferenties zoals C1 en D1.
In het situatieplan controleer je plaats en referentie van het bestaande toestel en schakel je daarna terug naar het schema.
Afbeelding op oorspronkelijke grootte openen
Uit het fictieve projectmodel afgeleid eendraadschema met beveiligingspad, kringtakken en symboollegende.
Een latere werkstand van hetzelfde fictieve project. De zichtbare waarschuwing hoort bij het voorbeeld.
Afbeelding op oorspronkelijke grootte openen

Voorbeeld van een eendraadschema als pdf

Het PlanElec-voorbeelddossier bevat een eendraadschema uit een fictief project, samen met het situatieplan en de andere documenten van de export. Gebruik het om de documentopbouw, kringreferenties en de samenhang met het situatieplan te begrijpen. In je eigen project komen alle gegevens uit de werkelijke installatie.

Veelgemaakte fouten vermijden

1. Onvolledige kringen

Elke verbruiker moet via een sluitende keten van beveiligingen terug te volgen zijn tot het voedingspunt. Laat geen "zwevende" verbindingen staan.

2. Verkeerde symbolen

Gebruik de symbolen uit tabel 2.23. Typische fouten zijn oude DIN-symbolen of eigen notaties zonder legende. De PlanElec-catalogus zorgt voor een consistente weergave; voor de technische inhoud staat de opsteller in.

3. Ontbrekende gegevens

Elke kring heeft nodig:

  • kringletter en nummers van de punten
  • kabeltype, aantal geleiders en doorsnede (bv. XVB 3G2,5) en plaatsingswijze
  • nominale waarde van de beveiliging (bv. 16 A of 20 A); tabelwaarden zijn bovengrenzen, de kabeldimensionering controleer je volledig
  • aantal en soort verbruikers

4. Verouderd schema

Na elke wijziging aan de installatie werk je het eendraadschema bij of voeg je bij een niet-belangrijke wijziging de korte beschrijving toe. Het erkend organisme ondertekent schema en plan alleen als het de conformiteit van de uitgevoerde installatie vaststelt (3.1.2.1 a).

Tips voor een overzichtelijk schema

  • Overzichtelijk houden — geen onnodige kruisingen, geen overlappende labels
  • Consequent noteren — overal dezelfde notatiestijl
  • Alle kringen opnemen — ook deurbel en tuinverlichting
  • Versie en datum vermelden — elk document draagt nummer, versie en versiedatum (3.1.2)
  • Verplichte gegevens invullen — adres van de installatie en naam, hoedanigheid en eventueel btw-nummer van de verantwoordelijke

Verplichte gegevens systematisch controleren

Onderafdeling 3.1.2.2 a vraagt voor een huishoudelijk eendraadschema minstens: kenmerken van de leidingen (type, doorsnede, aantal geleiders), plaatsingswijze, type en kenmerken van differentieel- en overstroombeveiligingen, schakelaars, verbindings- en aftakdozen, stopcontacten, lichtpunten, vaste machines en toestellen en bronnen zoals zonnecel, omvormer of batterij. Volgens 3.1.2.1 a komen daar spanning en stroomsoort, het adres van de installatie en de gegevens van de verantwoordelijke bij.

Een hoofdletter duidt de elementaire kring aan. Lichtpunten, stopcontacten en sturingseenheden krijgen een nummer in de volgorde waarin ze in de kring voorkomen, vertrekkend vanaf de voorgeschakelde overstroombeveiliging. Het situatieplan neemt letter en nummer over. Een schakelaar draagt de letter van zijn kring en het nummer van het lichtpunt of toestel dat hij bedient. Die gedeelde sleutel maakt beide plannen samen leesbaar.

Volg elke elektrische keten

Start bij de voeding en volg elke tak tot de laatste verbruiker. Vraag bij elke overgang: bestaat het toestel echt, is de functie duidelijk, is de kabel volledig beschreven en klopt de referentie op het situatieplan? Verbindings- en aftakdozen controleer je extra grondig; een vlakke rij symbolen geeft geen echte vertakking weer.

Bij meerdere bronnen blijven net, PV-omvormer en andere gemodelleerde voedingen als afzonderlijke paden leesbaar. Voor PV toont PlanElec strings per MPPT, DC-beveiliging en gedocumenteerde kabeldelen gestructureerd; onbekende of niet-toegewezen gegevens blijven als lacune zichtbaar.

Eendraadschema met zonnepanelen: wat moet erop?

Zonnepanelen staan als bron op het eendraadschema: onderafdeling 3.1.2.2 a noemt bronnen zoals fotovoltaïsch paneel, omvormer en batterij uitdrukkelijk bij de minimale inhoud, en het situatieplan duidt hun plaats aan (onderafdeling 3.1.2.3 a). Symbolen voor fotovoltaïsch paneel en omvormer staan in groep H van tabel 2.23; de kenmerken van de bronnen zet je op het schema of houd je ter beschikking in het dossier (opmerking bij groep H). Voor huishoudelijke PV-installaties op laagspanning tot 10 kVA gelden bovendien de aanvullende eisen van hoofdstuk 7.112.

WatWaarVindplaats
Panelen, omvormer en eventuele batterij als broneendraadschema3.1.2.2 a
Plaats van panelen, omvormer en batterijsituatieplan3.1.2.3 a
Gebruiksaanwijzing, veiligheidsvoorschriften en technische referenties (merk, model, vermogen)dossier van de installatie9.1.2
Markering van gelijkstroom- en actieve wisselstroomgeleidersinstallatie7.112.2
Waarschuwingsborden met „Niet onderbreken bij belasting” en „Elektrische installatie altijd onder spanning”installatie7.112.2
Aantal en nominaal vermogen van de panelen; aantal, type, serienummer en maximaal AC-vermogen van de omvormer(s)keuringsverslag7.112.4

Hoe je strings, DC-beveiliging en omvormer concreet uitwerkt, lees je in Zonnepanelen op het eendraadschema. Combineer je PV met een laadpaal, kijk dan in Zonnepanelen en laadpaal combineren op het eendraadschema; de ruimtelijke kant staat in Zonnepanelen op het situatieplan.

Bestaande installatie en wijzigingen

Bij belangrijke wijzigingen of uitbreidingen van een huishoudelijke installatie maak of actualiseer je eendraadschema en situatieplan. Bij een niet-belangrijke wijziging volstaat voor het schema een korte beschrijving met naam, hoedanigheid en adres van de verantwoordelijke, gedateerd en ondertekend; op het situatieplan toon je de wijziging wel (3.1.2.1 a). Delen waarvan de aanleg vóór 1 oktober 1981 begon, duid je op het schema aan met de vermelding "oude installatie". Deel 8 bevat gerichte afwijkingen voor bestaande delen, geen algemene vrijstelling van documentatie of veiligheid.

Technisch juist vóór grafisch mooi

Een nette lijnvoering maakt het schema leesbaar, maar bewijst geen dimensionering. Doorsnede en beveiliging hangen af van plaatsingswijze, toelaatbare stroom, bundeling, temperatuur, spanningsval, kortsluitvoorwaarden en uitschakeling. Hetzelfde geldt voor het type differentieel, selectiviteit, overspanningsbeveiliging en voorschriften van de fabrikant. Een eigen symbool gebruik je alleen als het ondubbelzinnig is en in de legende staat; tabel 2.23 blijft de officiële basis.

Voorbeeld van een volledige kring

"Keuken" alleen is geen label. Een bruikbare registratie noemt kring B, de voorgeschakelde beveiliging, de toewijzing aan het differentieel, kabeltype, aantal geleiders, doorsnede, plaatsingswijze en de genummerde verbruikers B1 tot B6. Een vast aangesloten kookplaat duid je aan als eigen toestel, los van de gewone stopcontacten. Een bestaande aftakdoos staat op haar echte plaats in de topologie.

Zo worden fouten vindbaar. Ontbreekt B4 op het situatieplan, dan is het plan onvolledig of bevat het schema een verbruiker te veel. Veranderen doorsnede of type na een doos, dan beschrijf je dat deel afzonderlijk; één standaardkabel voor de hele tak zou fout zijn.

Vrijgavecontrole per blad

Lees de pdf op echte uitvoergrootte. Controleer titelblok, bladnummer, versie, datum, adres, verantwoordelijke, spanning en stroomsoort. Kijk daarna of lijnen of labels afgesneden zijn, symbolen overlappen en de legende alle eigen tekens verklaart. Bij meerdere bladen blijven de vervolgaansluitingen herkenbaar.

Neem steekproeven van verdeelbord tot toestel en terug: een verlichtingskring met schakelaar, een vaste zware verbruiker en een bron zoals PV. Open of niet-toegewezen gegevens blijven zichtbaar. Verwijder geen waarschuwing alleen voor een mooier blad.

Wie doet wat

De verantwoordelijke voor de uitvoering maakt schema en plan, vermeldt zich erop en stemt de versie af op de uitvoering. De elektricien controleert dimensionering, beveiliging en de werkelijke installatie. Het erkende controleorganisme voert de keuring uit en ondertekent bij vastgestelde conformiteit. PlanElec levert daarvoor projectmodel, documenten en zelfcontrole.

Archief en latere wijzigingen

Bewaar de gekeurde versie met situatieplan, controleverslag en bewijsstukken in het dossier van de installatie. Na een uitbreiding overschrijf je die geschiedenis niet: je vergelijkt het nieuwe ontwerp met de gekeurde stand, verhoogt de versie en documenteert de betrokken kringen. Zo blijft zichtbaar wat al gekeurd was, wat gepland werd en wat nieuw is uitgevoerd.

Ook de korte beschrijving van een niet-belangrijke wijziging hoort gedateerd en ondertekend in het dossier, en het situatieplan blijft actueel. Maken meerdere kleine ingrepen het schema onoverzichtelijk, dan maak je een geconsolideerde nieuwe versie en controleer je die volledig tegen het werkelijke verdeelbord.

Officiële bron

  • FOD Economie: AREI/RGIE Boek 1, Versie 06
  • Planinhoud: afdeling 3.1.2; symbolen: hoofdstuk 2.13, tabel 2.23; differentieelbeveiliging: onderafdelingen 4.2.4.3 b en 5.3.5.3 a; hoofdschakelaar: onderafdeling 5.3.5.1 b

Wat PlanElec voor je eendraadschema doet

PlanElec brengt grondplan, elektrische topologie en verdeelbord samen in één project en leidt daaruit eendraadschema en situatieplan af.

  • Geen CAD-software nodig, alles in de browser
  • Eén projectmodel in plaats van dubbel overtypen tussen plan en schema
  • PlanElec-assistent voor opdrachten in je eigen woorden; elke wijziging gaat door de zelfcontrole en is in één stap ongedaan te maken
  • Indicatieve AREI/RGIE-zelfcontrole: ze toont je fouten in de ondersteunde regels die uit projectgegevens beslisbaar zijn; de keuring doet het erkende controleorganisme
  • Pdf-export van eendraadschema en situatieplan

Lees ook

Van de gids naar je eigen elektriciteitsplan

Maak een project en documenteer stroombanen, kabels en beveiligingen. Controleer het resultaat aan de hand van de werkelijke installatie.

Fictief voorbeelddossier, zonder registratie te bekijken.