Domotica en KNX in de elektrische installatie: wat hoort er op het plan en op het eendraadschema?
Bus in plaats van correspondentiedraden: wat er bij een KNX-installatie op het eendraadschema en het situatieplan hoort, wat in de ETS hoort en hoe PlanElec beide scheidt – met de AREI-vindplaats bij elke uitspraak.
Wat hoort er bij een KNX-installatie op het eendraadschema en het situatieplan?
In het keuringsdossier hoort de elektrische installatie thuis: de busvoeding als vast toestel in het bord met haar beveiliging tegen overstroom, de KNX-actor als sturingseenheid, elke geschakelde stroombaan met type, doorsnede, aantal geleiders en plaatsingswijze, en elke drukknop als sturingseenheid met zijn kenmerking. Wat er níét in thuishoort: groepsadressen, toestelparameters, sfeerinstellingen en logica. Die leven in het ETS-project en zijn geen voorwerp van het AREI.
Die scheidingslijn is het hele artikel in één zin. De rest legt uit waarom ze daar ligt en wat er aan welke kant staat.
| Onderdeel | Wat het elektrisch is | Op het eendraadschema | Op het situatieplan | In het ETS-project |
|---|---|---|---|---|
| KNX-busvoeding | vast toestel, 230 V-verbruiker in het bord | ja, met bovenliggende beschermingsinrichting tegen overstroom (3.1.2.2 a) | op de plaats van het schakel- en verdeelbord (3.1.2.3 a) | als toestel van de lijn |
| Buskabel tussen de bustoestellen | leiding op zeer lage spanning (5.2.2.2, 5.2.9.15) | niet begrepen in de in 3.1.2.2 a opgesomde verplichte gegevens over de leidingen van de stroombanen | nee | lijn- en zonetopologie |
| KNX-actor in het bord | stuurinrichting volgens 5.3.3.2 b en schakelorgaan | ja, als vast toestel in de stroombaan | op de plaats van het bord (3.1.2.3 a) | ja, met applicatie en parameters |
| Actorkanaal → lichtpunt | stroombaan op 230 V | ja: type, doorsnede, aantal geleiders, plaatsingswijze; lichtpunt genummerd (3.1.2.1 a) | lichtpunt met letter van de stroombaan en nummer (3.1.2.1 a) | communicatieobject van het kanaal |
| Drukknop / bedieningsplaats | sturingseenheid op de bus, zonder eigen stroombaan op 230 V | ja, als sturingseenheid met volgnummer (3.1.2.1 a) | letter van de stroombaan plus nummer van het lichtpunt dat hij bedient (3.1.2.1 a) | groepsadres |
| Groepsadressen, parameters, sferen | geen elektrisch materieel | nee | nee | ja — en uitsluitend daar |
Wat betekent domotica of gebouwautomatisering?
Domotica is in België de gangbare term voor de automatisering van de woning: bedienen, schakelen, regelen en koppelen van verlichting, rolluiken, verwarming en toegang via één gemeenschappelijke sturingslaag in plaats van via telkens één vast bedrade schakelaar. „Gebouwautomatisering" betekent hetzelfde, een maat groter, in de niet-huishoudelijke bouw.
Het AREI kent de term — maar niet als een aparte regelcategorie met eigen verplichtingen, wel als een symbolenfamilie. Tabel 2.23, opgenomen in hoofdstuk 2.13, voert onder letter J „Domotica" de sturingseenheid. Die „wordt weergegeven door een rechthoek die uit twee delen bestaat": onderaan het basissymbool — de tabel geeft als voorbeeld een schakelaar of een contactdoos met schakelaar —, bovenaan het type sturing van de eenheid.
Daar volgen twee dingen uit. Ten eerste: een domoticabedieningsplaats is in de tekenvoorschriften een sturingseenheid, geen gewone schakelaar — en sturingseenheden moeten volgens onderafdeling 3.1.2.1 punt a uitdrukkelijk genummerd worden, naast de lichtpunten en de contactdozen. Ten tweede: het AREI schrijft geen KNX-specifiek symbool voor. Waar tabel 2.23 geen symbool bevat, mag volgens dezelfde onderafdeling „elk ander duidelijk identificeerbaar en in de legende van de eendraadsschema's en de situatieplannen gedefinieerd symbool" gebruikt worden. Bij een businstallatie is de legende dus geen bijzaak.
Wat is KNX en waarin verschilt het van een conventionele installatie?
KNX is een fabrikantoverschrijdende standaard voor gebouwautomatisering. De KNX Association somt de erkenningen op: ISO/IEC erkende KNX in 2006 als internationale norm ISO/IEC 14543-3, CENELEC in 2003 als Europese norm EN 50090, CEN in 2006 als EN 13321-1 (als loutere verwijzing naar EN 50090) en EN 13321-2 (KNXnet/IP), SAC in 2007 als Chinese norm GB/T 20965 en ANSI/ASHRAE in 2005 als Amerikaanse norm ANSI/ASHRAE 135. Precies dat onderscheidt KNX van een systeembus die één fabrikant zelf definieert: de norm is van geen enkel merk.
De bustoestellen wisselen hun informatie uit over één gemeenschappelijk medium — volgens de KNX Association „twisted pair, radio frequency, power line or IP/Ethernet". De te verzenden informatie wordt „in een telegram verpakt" en van een sensor naar de actoren gestuurd. In de Belgische woningbouw is de getwiste tweedraadskabel de regel; de andere media zijn vooral renovatie- en koppelwegen.
| Kenmerk | Conventionele installatie | KNX-installatie |
|---|---|---|
| Wat de bedieningsplaats doet | onderbreekt zelf de stroombaan, er staat 230 V op de schakelaar | zet een telegram op de bus; 230 V wordt door het actorkanaal in het bord geschakeld |
| Leiding naar de bedieningsplaats | vermogenleiding, aantal geleiders afhankelijk van de schakeling | buskabel op zeer lage spanning |
| Extra bedieningsplaats | extra kruisschakelaar plus telkens twee correspondentiedraden | extra drukknop op de bestaande bus, toewijzing in de ETS |
| Functiewijziging na oplevering | herbedraden | herparametreren in de ETS, de bedrading blijft |
| Waar de functie zit | in de bedrading | decentraal in sensor en actor, niet in een centrale eenheid |
| Keuringsdocumenten volgens AREI | eendraadschema en situatieplan (3.1.2.2 a, 3.1.2.3 a) | dezelfde documenten met dezelfde verplichte inhoud, plus het ETS-project als aparte documentatie die het AREI niet regelt |
| Indienststelling | inschakelen en nakijken | bijkomend adresseren en programmeren met de ETS |
| Foutopsporing | meten in de stroombaan | meten in de stroombaan en busdiagnose |
| Afhankelijkheid van het planningsinstrument | geen | wijzigingen vragen het ETS-project en toegang daartoe |
Welke rol hebben busvoeding, sensor, drukknop, actor, kanaal en verbruiker?
Dat wordt het kortst duidelijk aan één keten. Een plafondlichtpunt in de gang moet bediend worden vanaf een drukknop naast de voordeur.
- Busvoeding. Een module in het bord wordt gevoed vanaf een stroombaan op 230 V en stelt op haar klemmen BUS+ en BUS− de bedrijfsspanning voor alle bustoestellen ter beschikking. Het is een vast toestel en heeft zoals elk ander een bovenliggende beschermingsinrichting tegen overstroom nodig. Zonder die voeding staat de bus stroomloos en werkt geen enkele drukknop — ook die in de gang niet.
- Drukknop als sensor. De drukknop hangt aan de bus, niet aan de stroombaan. Een druk op de knop maakt een telegram dat de drukknop op de bus zet. Hij voert geen belastingsstroom.
- Telegram. Het telegram is gericht aan een groepsadres, niet aan een kabel. Alle toestellen die naar dat adres luisteren, ontvangen het tegelijk.
- Actorkanaal. De schakelactor in het bord heeft meerdere kanalen. Precies het kanaal waarvan het communicatieobject met dat groepsadres verbonden is, sluit zijn relais.
- Stroombaan en verbruiker. Pas hier loopt er stroom: vanaf de beveiliging tegen overstroom, over het actorkanaal, door de leiding naar het lichtpunt. Dit deel is een volstrekt gewone elektrische installatie en wordt volgens de gewone regels gedimensioneerd, beveiligd en gedocumenteerd.
Het actorkanaal is daarmee de stuurinrichting in de zin van onderafdeling 5.3.3.2. Punt b laat bij zeer lage spanning en laagspanning naast schakelaars en vermogensschakelaars uitdrukkelijk contactoren, stuurhulpmiddelen en „elektronische schakelingen" toe, „op voorwaarde dat zij voldoen aan de desbetreffende door de Koning bekrachtigde of door het NBN geregistreerde normen of dat zij beantwoorden aan bepalingen die ten minste een gelijkwaardig veiligheidsniveau bieden". Een KNX-actor is dus geen buitenbeentje, maar ook geen vrijgeleide: de normconformiteit van het product blijft een voorwaarde.
Punt d van dezelfde onderafdeling laat uitdrukkelijk toe dat één inrichting meerdere gelijktijdig werkende elektrische machines of toestellen stuurt. Een kanaal dat vier spots van dezelfde groep schakelt, is daarmee gedekt. Datzelfde punt maakt ook duidelijk dat de stuurinrichting eveneens vereist is wanneer de werking van het toestel afhangt van een relais, een thermostaat of een soortgelijk onderdeel — de automatisering vervangt de bedieningsinrichting niet, ze ís er een.
Wat wordt elektrisch met 230 V gevoed en wat communiceert over de bus?
De scheiding loopt aan de klemmen van de actor, niet langs de soort toestel.
Op 230 V staan: de voedingsleiding naar de busvoeding, de voedingsleiding naar de actor, elke geschakelde vertrekleiding van het actorkanaal naar het lichtpunt of de rolluikmotor, en alles wat toch al conventioneel bedraad is.
Over de bus lopen: drukknoppen, aanwezigheids- en helderheidssensoren, ruimtethermostaten, displays en de communicatie tussen actoren onderling.
De buskabel is een leiding op zeer lage spanning. Voor de plaatsing geldt onderafdeling 5.2.2.2: alle plaatsingswijzen voor leidingen op laagspanning zijn ook toepasbaar op leidingen op zeer lage spanning, maar: „De elektrische en/of mechanische karakteristieken mogen echter versoepeld worden behalve bij uitwendige invloeden BE2 of BE3 of CA2." Onderafdeling 5.2.9.15 punt b bevestigt dat voor installaties op zeer lage spanning en noemt de weinige voorschriften uit afdeling 5.2.9 die er niet gelden. Of de concrete busvoeding veiligheidszeerlagespanning levert en dus bijkomend onderafdeling 5.2.2.3 speelt, staat in het gegevensblad van de fabrikant — dat is een producteigenschap, geen eigenschap van „KNX".
Twee andere punten uit onderafdeling 5.3.3.2 raken precies die grens:
- Punt c: behalve voor meetdoeleinden worden eenpolige stuurinrichtingen niet op nulgeleiders geplaatst. Een eenpolig schakelkanaal hoort in de fasegeleider, niet in de nulgeleider — dat het bevel uit software komt, verandert daar niets aan.
- Punt f: stuurkringen worden zo ontworpen en aangebracht dat de risico's beperkt worden die ontstaan door een toevallige aanraking van één of meer punten van de stuurkring met het lichaam of met de aarde, waardoor een ongewilde indienststelling kan ontstaan of de buitendienststelling van het gestuurde toestel verhinderd kan worden. De bus is een stuurkring in precies die zin.
Welke informatie heeft de keuring nodig en wat hoort bij de ETS-projectering?
Het erkend organisme keurt de elektrische installatie aan de hand van de documenten die het AREI voorschrijft. Die lijst verandert niet door KNX.
Het eendraadschema bevat volgens onderafdeling 3.1.2.2 punt a ten minste: de kenmerken van de elektrische leidingen (type, doorsnede, aantal geleiders), de plaatsingswijze van de leidingen, het type en de kenmerken van de differentieelstroombeschermingsinrichtingen, het type en de kenmerken van de beschermingsinrichtingen tegen overstroom, de schakelaars, de verbindingsdozen, de aftakdozen, de contactdozen, de lichtpunten, de vaste machines en toestellen en de bronnen. Busvoeding en actor zijn vaste toestellen en vallen onder hetzelfde punt als elke andere bordmodule.
Het situatieplan duidt volgens onderafdeling 3.1.2.3 punt a de plaats aan van de schakel- en verdeelborden, de verbindings- en aftakdozen, de contactdozen, de lichtpunten, de schakelaars, de vaste machines en toestellen en de bronnen „die op het ééndraadsschema voorkomen".
De kenmerking volgens onderafdeling 3.1.2.1 punt a is bij een businstallatie het punt waar slordigheid het snelst opvalt. Op het eendraadschema wordt elke elementaire stroombaan met een hoofdletter aangeduid; elk lichtpunt, elke contactdoos en elke sturingseenheid wordt genummerd „in volgorde, vertrekkende vanaf de beschermingsinrichting tegen overstroom van de elementaire stroombaan". Voor het situatieplan geldt: „Elke schakelaar en elke sturingseenheid wordt gekenmerkt door de letter van de stroombaan waarvan ze deel uitmaken, gevolgd door het nummer van het lichtpunt of het toestel dat hij bedient." Een KNX-drukknop is zo'n sturingseenheid — de toewijzing „deze knop bedient dat lichtpunt" is dus een gegeven van het keuringsdossier en niet alleen van de ETS.
Volgens onderafdeling 3.1.2.1 punt d worden schema's, plannen en documenten bijgewerkt en ter plaatse ter beschikking gesteld van iedereen die bevoegd is voor toezicht, keuring, onderhoud, herstelling of verbouwing van de installatie. Wie de toewijzing later in de ETS wijzigt, past het plan mee aan.
In de ETS horen daarentegen thuis: fysieke adressen, groepsadressen, applicatieprogramma's, parameters, sferen, tijd- en logicafuncties, de lijn- en zonetopologie en de reservekopie van het project. Niets daarvan staat in het AREI, en niets daarvan vervangt een gegeven dat het AREI vraagt. Omgekeerd geldt evenzeer: een net ETS-project is geen eendraadschema.
Wanneer is KNX zinvol en welke bijkomende inspanning brengt het mee?
Deze paragraaf is vakpraktijk, geen norm — het AREI doet daar geen uitspraak over.
KNX loont waar het aantal bedieningsplaatsen, koppelingen of latere wijzigingen hoog ligt: veel bedieningsplaatsen voor hetzelfde lichtpunt, rolluiksturing over hele gevels, het koppelen van zonwering, verwarming en aanwezigheid, gebruiken die over de jaren veranderen. Vanaf drie of vier bedieningsplaatsen loopt het bedradingswerk van een kruisschakeling snel op; de conventionele alternatieven daarvoor — drukknoppen met een teleruptor — staan in Wisselschakelaar, kruisschakelaar of serieschakelaar en zijn voor veel eengezinswoningen het zuinigere antwoord.
De bijkomende inspanning is reëel en valt op drie plaatsen:
- Ontwerp. Het tracé van de buskabel, bordruimte voor voeding en actoren, reserve op de kanalen en een kanaalbenaming die over vijf jaar nog leesbaar is.
- Indienststelling. ETS-licentie, projectering, adressering, programmering en functietest. Dat is een aparte prestatie met een eigen tijdsbesteding, geen bijproduct van de bedrading.
- Oplevering en gebruik. Het ETS-project hoort aan de bouwheer overgedragen te worden. Zonder projectbestand en zonder iemand met ETS-toegang wordt elke latere wijziging duur.
De vaakst voorkomende rekenfout is niet de materiaalprijs, maar de aanname dat de programmering klaar is zodra de bedrading klaar is.
Hoe verhoudt KNX zich tot merkgebonden systemen, Matter, Home Assistant en draadloze retrofit?
| Systeem | Wat het is | Waar de functie zit | Wat daarvan in het elektrisch dossier hoort |
|---|---|---|---|
| KNX | fabrikantoverschrijdende standaard (EN 50090, EN 13321-1, ISO/IEC 14543-3) | decentraal in sensor en actor | busvoeding, actor en alle geschakelde stroombanen |
| Merkgebonden bussysteem | systeemwereld van één leverancier, technisch vaak gelijkaardig maar zonder fabrikantoverschrijdende norm | afhankelijk van de fabrikant | dezelfde toestellen als bij KNX; het symbool hoort in de legende gedefinieerd |
| Matter | IP-gebaseerd connectiviteitsprotocol van de Connectivity Standards Alliance; loopt over Wi-Fi en Thread, Bluetooth Low Energy dient voor de commissioning | in het toestel en in de bedieningsapp | enkel de vaste installatie erachter; het toestel zelf is meestal stekkerklaar |
| Home Assistant | opensourcesoftware op een server die bestaande systemen — ook KNX — samenbrengt | in de software | niets eigens; de server is een gewone verbruiker |
| Draadloze module achter de schakelaar | relaismodule in de inbouwdoos, draadloos gestuurd | in de module en in de app | verschijnt wanneer de vaste bedrading daarvoor gewijzigd wordt |
Het beslissende onderscheid voor de keuring luidt niet „slim of niet", maar vast geïnstalleerd of niet. Een stekkerklare tussenstekker verandert niets aan de vaste installatie. Een DIN-railmodule in het bord en een actor die een lichtkring schakelt, maken deel uit van de vaste installatie. De afbakening voor wifimodules, slimme stopcontacten en lampen behandelt Smart Home en AREI; dit artikel blijft bij de bekabelde bus.
Matter en KNX sluiten elkaar overigens niet uit. Matter standaardiseert de verstandhouding tussen IP-toestellen en apps, KNX de vaste automatisering in het gebouw; in de praktijk ontmoeten ze elkaar in een gateway, niet op dezelfde kabel.
Kan PlanElec de ETS vervangen?
Nee, en dat is ook niet zijn taak. PlanElec documenteert de elektrische installatie samen met de geplande automatiseringsfuncties. De ETS projecteert, adresseert en programmeert de KNX-toestellen. Dat zijn twee werkstappen met twee resultaten, en je hebt ze allebei nodig.
| Taak | PlanElec | ETS |
|---|---|---|
| Eendraadschema en situatieplan met busvoeding, actor, lastkringen en drukknoppen | ja | nee |
| Kanaaltoewijzing: welk kanaal welke last schakelt, welke toets het bedient | ja (planning) | ja (programmering) |
| Logische buslijnen met voeding en busstroombudget | ja (planning) | ja |
| Klemmenplan en blad voor de kastdeur | ja | nee |
| Fysieke adressen en groepsadressen | nee | ja |
| Communicatieobjecten, parameters, scènes en logica | nee | ja |
Programmering, busdiagnose tijdens bedrijf, .knxproj-bestanden | nee | ja |
Wie een KNX-installatie in dienst stelt, heeft de ETS nodig. Wie ze aan de keuring voorlegt, heeft een eendraadschema en een situatieplan nodig. PlanElec levert die tweede helft en houdt ze consistent met de kanaalplanning.
Hoe documenteer je een KNX-installatie in PlanElec?
Open de projectmetadata en kies bij Gebouwautomatisering het profiel KNX. Daarmee krijg je de merkneutrale bordmodules KNX-voeding en KNX-actor, en in het grondplan plaats je drukknoppen uit Bedieningspunten & sensoren. De busvoeding parametreer je met haar busstroom, te kiezen zijn 320 mA en 640 mA. De actor krijgt een functie (schakelen of rolluik), een aantal kanalen (4, 8, 12 of 16) en een nominale stroom per kanaal (6, 10 of 16 A).
In het onderdeel Domotica wijs je aan elk kanaal zijn lasten en bedieningspunten toe; één drukknop kan meerdere kanalen bedienen, meerdere drukknoppen hetzelfde kanaal. Onder Lijnen wijs je modules en bedieningspunten toe aan de geplande buslijnen en kies je de voeding van de lijn. Gekende busstromen en onbekende bijdragen toont PlanElec apart. Het eendraadschema toont voeding en actor elk één keer; voor elk bezet kanaal verschijnen een vermogenlijn OUT naar de last en een aparte lijn KNX IN naar het bedieningspunt. De drukknop situeer je op het situatieplan met het drukknopsymbool.
Onder Export → Domotica maak je het kanaalplan, het klemmenplan, de functielijst per ruimte, het topologiediagram, de domotica-stuklijst en het zelfcontrolerapport, apart of gebundeld als domotica-overdrachtsdossier. Het ontwerp draagt een watermerk en is ook met open gegevens exporteerbaar. Voor de finale versie gaat PlanElec na of er een beveiligde busvoeding is, of de actoren achter een automaat of differentieelautomaat liggen, of toegewezen lasten een vermogen hebben, of een verbruiker dubbel is toegewezen, of een kanaal overbelast zou zijn en of een als KNX-gestuurd gemarkeerde last een kanaal heeft. Een drukknop zonder kanaaltoewijzing blijft een waarschuwing en blokkeert niet.
Ondersteund zijn lichtkringen en rolluikmotoren. De geïllustreerde stap-voor-stap-handleiding staat in de kennisbank: KNX plannen en documenteren.
Wat controleert de AREI-zelfcontrole bij KNX?
De zelfcontrole is indicatief en beoordeelt de ondersteunde regels op basis van je projectgegevens. Voor automatiseringsinstallaties komen er twee controles bij:
- Kanaalbelasting: ze vergelijkt de stroomsom van de gedocumenteerde lastvermogens met de nominale kanaalstroom (beschermingsdoel volgens onderafdeling 4.4.1.1). Ontbreekt een vermogen, dan meldt ze een gegevenslacune in plaats van een geslaagd resultaat.
- Gekende busstroom: ze vergelijkt de gekende toestelstromen van een lijn met de capaciteit van de voeding en waarschuwt bij overschrijding. Onbekende bijdragen blijven als open gemarkeerd.
De rest van de busplanning controleer je aan de hand van de documentatie van de fabrikant:
- Bedieningslogica: of een drukknop aan het juiste kanaal hangt, beslist jouw planning; elektrisch is ook een verkeerde toewijzing onberispelijk.
- Buskabel: tracé, lengte van de streng en aantal deelnemers per lijn staan in de fabrikantdocumentatie.
- Productconformiteit: of actor en voeding voldoen aan de normen die onderafdeling 5.3.3.2 punt b vraagt, is een eigenschap van het product, niet van de tekening.
- ETS-gegevens: parametrering en cyberveiligheid van de installatie horen bij de ETS-projectering.
De gelijkvormigheidscontrole van de uitgevoerde installatie, met de bijbehorende metingen, doet het erkend organisme.
Verwante artikels
- Smart Home en AREI
- Wisselschakelaar, kruisschakelaar of serieschakelaar in het eendraadschema
- Zelf een eendraadschema maken
- Situatieplan tekenen
- AREI-symbolen in overzicht
Leg je KNX-documentatie aan in PlanElec →
Regelgeving: AREI/RGIE Boek 1 V06 — hoofdstuk 2.13 met tabel 2.23 letter J, onderafdelingen 3.1.2.1, 3.1.2.2, 3.1.2.3, 4.4.1.1, 5.2.2.2, 5.2.2.3, 5.2.9.15 en 5.3.3.2. Gecontroleerd op 5 oktober 2026. KNX-gegevens volgens de publicaties van de KNX Association (standaardisatie, technologie). De officiële tekst, de werkelijke toestand van de installatie en de keuring door het erkend organisme blijven doorslaggevend.