Kabeldoorsnede per automaat: welke kabel bij welke zekering?
Welke kabeldoorsnede hoort bij 16, 20 of 32 A? Tabel 4.11 van het AREI, minimumdoorsneden voor stopcontacten en wat je daarnaast moet controleren.
In Belgische woningen geldt volgens AREI-tabel 4.11: 1,5 mm² koper krijgt hoogstens een automaat van 16 A, 2,5 mm² hoogstens 20 A, 4 mm² hoogstens 25 A en 6 mm² hoogstens 40 A. Stopcontactkringen leg je volgens onderafdeling 5.2.1.2 altijd in minstens 2,5 mm². De beveiliging beschermt daarbij de leiding, niet het toestel: is de automaat te groot voor de doorsnede, dan schakelt hij bij overbelasting te laat af en raakt de leiding oververhit.
Snel overzicht: automaat → minimale doorsnede
Dit overzicht leest Tabel 4.11 zoals de vraag op de werf gesteld wordt: de automaat ligt vast, je zoekt de kleinste toegelaten koperdoorsnede.
| Automaat | Minimale doorsnede koper | Typisch gebruik |
|---|---|---|
| 10 A | 1,5 mm² (Tabel 4.11 vermeldt 1 mm², maar Tabel 5.1 laat 1 mm² niet toe voor nieuwe leidingen) | Verlichting |
| 16 A | 1,5 mm²; stopcontactkringen minstens 2,5 mm² volgens 5.2.1.2 | Verlichting, kring zonder stopcontact |
| 20 A | 2,5 mm² | Stopcontactkring, toestelkring |
| 25 A | 4 mm² | Eindkring met hogere belasting |
| 32 A | 6 mm² | Kookplaat, doorstroomtoestel |
| 40 A | 6 mm² (bovengrens van de tabel) | Eindkring of voedingsleiding |
| 63 A | 10 mm² | Voeding van een onderverdeling |
| 80 A | 16 mm² | Voedingsleiding, hoofdschakelaar |
| 100 A | 25 mm² | Voedingsleiding, hoofdschakelaar |
De tabel is een bovengrens voor de beveiliging, geen afgewerkte dimensionering. Plaatsingswijze, groepering, omgevingstemperatuur en spanningsval kunnen een grotere doorsnede vragen; hoe je dat controleert, lees je verderop.
De volledige Tabel 4.11
In het AREI staat het verband in de andere richting: per geleiderdoorsnede het grootste toegelaten kaliber van de beveiliging, apart voor smeltzekering en automaat (onderafdeling 4.4.1.4, geldt voor huishoudelijke installaties).
Tabel 4.11 — Kaliber van de beveiliging volgens de geleiderdoorsnede (AREI 4.4.1.4)
| Doorsnede geleider | Max. smeltzekering | Max. automaat | Gebruik in huishoudelijke installaties |
|---|---|---|---|
| 0,5 mm² | 2 A | 4 A | alleen stuur-, controle-, meld- en meetkringen |
| 0,75 mm² | 4 A | 6 A | alleen ingebouwde kringen in verdeelborden |
| 1 mm² | 6 A | 10 A | alleen als bestaand deel van vóór 17 mei 1986 |
| 1,5 mm² | 10 A | 16 A | kringen zonder stopcontacten |
| 2,5 mm² | 16 A | 20 A | algemeen toegelaten |
| 4 mm² | 20 A | 25 A | algemeen toegelaten |
| 6 mm² | 32 A | 40 A | algemeen toegelaten |
| 10 mm² | 50 A | 63 A | algemeen toegelaten |
| 16 mm² | 63 A | 80 A | algemeen toegelaten |
| 25 mm² | 80 A | 100 A | algemeen toegelaten |
| 35 mm² | 100 A | 125 A | algemeen toegelaten |
De twee kolommen zijn niet uitwisselbaar. Voor dezelfde leiding ligt de grens van de smeltzekering één stap onder die van de automaat. Wie op 2,5 mm² een smeltzekering van 16 A vervangt door een automaat van 20 A, verhoogt de nominale stroom en moet de kring opnieuw beoordelen.
Tabel 5.1: de uitzonderingen onder 2,5 mm²
Onderafdeling 5.2.1.2 verbiedt geïsoleerde geleiders kleiner dan 2,5 mm² wanneer ze geen integraal deel van een machine of toestel zijn. Tabel 5.1 somt de uitzonderingen limitatief op:
| Minimum | Alleen voor |
|---|---|
| 1,5 mm² | kringen zonder stopcontacten; enkel een afzonderlijk stopcontact tot 2,5 A ingebouwd in een armatuur mag |
| 0,75 mm² | in verdeel- en schakelborden ingebouwde kringen die één enkel stopcontact voeden |
| 0,5 mm² | stuur-, controle-, meld- en meetkringen |
De rij 1 mm² uit Tabel 4.11 is dus geen toestemming voor nieuwe 1 mm²-leidingen. Tabel 4.11 bepaalt hoe groot de beveiliging hoogstens mag zijn; of je die doorsnede mag leggen, regelt Tabel 5.1.
Bestaande installaties: 1 mm²-leidingen
Voor bestaande huishoudelijke installaties bevat afdeling 8.2.2 (punt 5, keuze van elektrische leidingen) een strikt afgebakende afwijking: EMCB- en EMCVB-leidingen van 1 mm² en CTLB- en VTLB-leidingen van 0,75 mm² mogen in dienst blijven wanneer de uitvoering ter plaatse vóór 17 mei 1986 is aangevat en ze deel uitmaken van kringen zonder stopcontact. De beveiliging moet aangepast zijn aan de doorsnede. Dat is een overgangsregel voor bestaande installaties, geen regel voor nieuwe leidingen. Bouwjaar en werkelijk leidingtype moet je bij de keuring kunnen aantonen.
Wat de tabel niet beslist
Een volledige keuze verbindt drie stromen: de ontwerpstroom van de belasting I_B, de nominale stroom van de beveiliging I_n en de stroombelastbaarheid van de leiding I_Z. In principe geldt I_B ≤ I_n ≤ I_Z. I_Z is geen vaste waarde per mm²: onderafdeling 4.4.1.4 maakt ze afhankelijk van doorsnede, isolatie, opbouw van de leiding, plaatsingswijze en omgevingstemperatuur.
Controleer daarom ook:
- Leiding: materiaal, isolatie en opbouw van de kabel; de tabelwaarden gelden voor koper.
- Plaatsingswijze: in buis, in thermische isolatie, op de wand, gebundeld of op een kabelgoot.
- Groepering: aantal gelijktijdig belaste geleiders en kringen naast elkaar.
- Omgeving: omgevingstemperatuur en warmteafvoer.
- Lengte en belasting: de spanningsval over de werkelijke leidinglengte.
- Kortsluiting: uitschakelvoorwaarden, foutlusimpedantie en het uitschakelvermogen van de automaat tegenover de verwachte kortsluitstroom.
Een lange leiding kan door de spanningsval een grotere doorsnede vragen, een ongunstige plaatsingswijze verlaagt de stroombelastbaarheid. Voor niet-huishoudelijke installaties is Tabel 4.11 geen algemene bovengrens; daar bepaal je I_Z volgens de regels van goed vakmanschap.
Spanningsval: 3% en 5% zijn richtwaarden, geen AREI-grens
Afdeling 5.2.5 („Spanningsval”) vraagt de spanningsval te beperken tot de waarden uit de regels van goed vakmanschap. Onderafdeling 5.2.1.2 b voegt toe dat hij verenigbaar moet zijn met de bedrijfszekere werking van de gevoede toestellen. Een vast percentage staat niet in het AREI. In de praktijk rekenen ontwerpers met 3% voor verlichting en 5% voor andere eindkringen: beproefde richtwaarden voor een eerste toets. Bij lange leidingen, motoren, laadpunten of gevoelige toestellen reken je met de concrete omstandigheden.
Voor de berekening heb je leidinglengte, geleidermateriaal, doorsnede, stroom, arbeidsfactor en het net (een- of driefasig) nodig. Hoe die samenhangen, lees je in Spanningsval berekenen en kabeldoorsnede kiezen. Sneller gaat het met de gratis kabeldoorsnede-calculator.
Oude smeltzekering vervangen door een automaat
Een klassieke inbreuk bij de keuring is een beveiliging die te groot is voor de geplaatste doorsnede. Typisch geval: in een oudere installatie zijn smeltzekeringen later door automaten vervangen, zonder dat iemand de leiding erachter heeft gecontroleerd.
Zo pak je het aan:
- Leiding vaststellen: welke doorsnede en welk kabeltype liggen er werkelijk, en hoe zijn ze geplaatst?
- Bestaande toestand inschatten: geldt een afwijking uit Deel 8, bijvoorbeeld voor 1 mm²-leidingen van vóór 17 mei 1986?
- Kolom kiezen: voor 1,5 mm² vermeldt Tabel 4.11 hoogstens 10 A smeltzekering of 16 A automaat, voor 2,5 mm² hoogstens 16 A of 20 A.
- Soort kring controleren: een stopcontactkring vraagt los van de automaat minstens 2,5 mm².
Een automaat van 20 A op 1,5 mm² is nooit toegelaten. De tabelgrens is ook geen opdracht om de beveiliging te verhogen.
AREI-grondslagen in één oogopslag
| AREI-vindplaats | Regeling |
|---|---|
| Onderafdeling 4.4.1.4 | Stroombelastbaarheid I_Z; Tabel 4.11 met het grootste kaliber van zekering en automaat per doorsnede |
| Onderafdeling 5.2.1.2 | Keuze van leidingen: I_Z ≥ I_B, verenigbare spanningsval, in principe minstens 2,5 mm² |
| Tabel 5.1 | Limitatieve uitzonderingen onder 2,5 mm²: 1,5 mm², 0,75 mm² en 0,5 mm² met vastgelegd gebruik |
| Afdeling 5.2.5 | Spanningsval beperken tot de waarden uit de regels van goed vakmanschap |
| Afdeling 8.2.2, punt 5 | Bestaand vóór 17 mei 1986: EMCB/EMCVB 1 mm² en CTLB/VTLB 0,75 mm² in kringen zonder stopcontact |
Doorsnede en beveiliging controleren in PlanElec
In PlanElec leg je per kring beveiliging, doorsnede en leidinglengte vast, rechtstreeks in het eendraadschema. De zelfcontrole toetst of de doorsnede past bij de nominale stroom van de beveiliging en berekent de spanningsval uit de kabellengte tegenover de richtwaarden 3% en 5%. Welke regels ze precies dekt, staat in Wat controleert de zelfcontrole. Plaatsingswijze, groepering en metingen ter plaatse beoordeelt de elektrotechnicus; de keuring doet het erkend organisme.
Verder lezen
- Spanningsval berekenen en kabeldoorsnede kiezen
- Elektrische keuring in België
- Een eendraadschema maken
Regelgrondslag: AREI Boek 1, versie 06, van toepassing sinds 1 april 2026, in het bijzonder 4.4.1.4, 5.2.1.2, 5.2.5 en 8.2.2. Officiële tekst: FOD Economie.
Je kabelkeuze meteen narekenen
Reken belasting, lengte, netvorm en beveiliging door in de kabelcalculator en neem de stroomkring daarna over in je PlanElec-project.
Fictief voorbeelddossier, zonder registratie te bekijken.